Duurzame economie

 
Er wordt 2300 miljard belegd. Waarom zo weinig in de toekomst? We hebben spaargeld meer dan ooit, 360 miljard in Nederland en dat tegen bijna 0 % rente. De risicobereidheid is veel te laag, we moeten van behoudend beleggen naar duurzaam, impact beleggen.
Banken weten te weinig en investeren dus behoudend. Er is in Nederland veel expertise maar de kennis-asymmetrie (kennis ondernemers vs kennis banken) zorgt ervoor dat er nog te weinig aan impactbelegging gedaan wordt.

In mei 2018 presenteerde de Europese Commissie een wetgevingspakket om de Europese kapitaalmarkt te verduurzamen op basis van het actieplan Financing Sustainable Growth. Daarin benoemt de Commissie een aantal maatregelen. Zo gaat zij de plicht van vermogensbeheerders en institutionele beleggers om duurzaamheid mee te wegen in hun beleggingsprocessen verduidelijken en komt er een Europees classificatiesysteem dat duurzaamheid definieert. Deze taxonomie kan vervolgens worden gebruikt om duurzaamheidskeurmerken te ontwikkelen. Ook gaat de Commissie duurzaamheid meenemen in het prudentieel toezicht op banken wanneer dit vanuit een risicoperspectief gerechtvaardigd is. Bovendien worden verzekeraars en investeerders verplicht klanten te informeren over duurzaamheid.


Theorie I

Om een ombouw in de richting van duurzaamheid en solidariteit te bewerkstelligen, zullen we over voldoende instrumenten moeten beschikken die ervoor zorgen dat de economie blijvend in die richting wordt gestuurd.. Dan hebben we het over een beleid van passende belastingen, stimulansen en ontmoedigingen, quoteringen, monitoring en voorlichting, gericht op een verschuiving van materie naar immaterie consumptie, verbetering van de mondiale Ecologische Voetafdruk en een eerlijker verdeling onder alle burgers. De Noordelijke landen dragen hiervoor de eerste verantwoordelijkheid, vanwege hun opgebouwde ecologische schuld, hun grote technologische mogelijkheden en hun grote economische kracht en handelsoverschot.

Bij een passend stelsel van sturingsinstrumenten denken we bijvoorbeeld aan:

1. Economische sturingsinstrumenten

A. Hervorming van het systeem van belastingen, zoals:

zowel in nationaal als Europees verband verschuift de belastingheffing drastisch van belasting op arbeid naar een belasting op alle aan de natuur onttrokken waarden (BOW)

Je zou moeten invoeren:

- een footprinttax en een koolstofheffing;
- een BTW-verlaging voor duurzamer voortgebrachte goederen en diensten;
- beëindinging van belastingparadijzen en andere faciliteiten voor transnationale belastingontwijking;
- rechtvaardiger verdeling van inkomens door hogere inkomens zwaarder te belasten; op termijn op mondiale schaal doorgevoerd;
- belastingen op het mondiale kapitaalverkeer (zoals de Tobintax) en andere vormen van wereldwijde belastingheffing,

Hiermee ontstaan middelen voor het uitvoeren van mondiale programmas voor armoedebestrijding en milieubehoud.

Er zou een Global Tax Authority in VN-verband moeten komen.

Uitgangspunt zou moeten zijn dat er reden tot belasten is als er sprake is van negatieve maatschappelijke effecten die niet in de prijs van het product worden verdisconteerd. Een effectieve beprijzing van milieuschade is bovendien onmisbaar in de beoogde transitie naar een economie zonder fossiele energie.
Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving in het rapport Fiscale vergroening: belastingverschuiving van arbeid naar grondstoffen, materialen en afval.

Uit de berekeningen blijkt dat het belangrijkste deel van de milieuschade in Nederland plaatsvindt bij de productie van materialen (zoals aluminium, ijzer, plastics en kunstmest) en halffabricaten (zoals staal en auto-onderdelen), grofweg de basisindustrie. Het betreft hier dus de verwerking van grondstoffen, en niet de winning daarvan. Deze jaarlijkse milieuschade bedraagt om en nabij de 7 miljard euro. Dit is dan ook de meest geëigende plaats in de productieketen om belasting op grondstoffen te heffen.

B. Internationale, nationale en regionale quotering en stringente verbodsbepalingen om te komen tot

- snelle verlaging van de uitstoot van CO2;
- rechtvaardige verdeling van de natuurlijke hulpbronnen (fossiele brandstoffen, tropisch hout, visgronden, niet-hernieuwbare grondstoffen);
- beëindging van de teruggang in en waar mogelijk herstel van biodiversiteit;
- ontzien van kleine boeren en vissers en traditionele producenten die leven van het verzamelen van bosproducten en dergelijke;
- bescherming van arbeidsrechten en rechtvaardige arbeidsomstandigheden.

C. Faciliteren en subsidieren van een duurzame ontwikkeling

- stimuleer duurzame projectontwikkeling,
- lokale groene energieproductie,
- energiebesparing en verduurzaming van de regionale landbouw.

via subsidies of het verstrekken van leningen tegen een lagere rente en beter op elkaar afgestemde procedures.

D.De vervuiler betaalt, ten behoeve van eerlijke concurrentie en een eerlijk speelveld

Dit zou zowel nationaal en internationaal moeten gelden, zowel voor milieuvervuiling als voor overtreding van ILO-richtlijnen en sociaal-economische mensenrechten. Een feed-in-systeem voor duurzame energie, naar Duits voorbeeld, is een bescheiden begin. Ook in de landbouw en voor mobiliteit kan het principe van de vervuiler betaalt ingevoerd worden. Regionale productieketens krijgen zo een faire kans.

E. Labels, keurmerken en mobilisatie van consumentenmacht

Bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties individuele burgers/consumenten kunnen elkaar op een eerlijke en duurzame koers brengen en houden met behulp van labels en keurmerken. Met een toegankelijk systeem op basis van input/feedback van bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers/consumenten kunnen voor elke sector en productgroep de meest eerlijke en duurzame opties worden aangegeven. Zo gaat de standaard geleidelijk en kan het stelsel van keurmerken en labels vereenvoudigd worden.

2. Hervorming van het financie bestel

Een belangrijke factor in een Fair & Green Deal vormt de hervorming van het internationale geldstelsel.

Nu heb je 
- een zelfstandige en nauwelijks beheersbare drang tot maximalisering van rendementen,
- financie groei
- geldschepping uit, los van overwegingen van duurzaamheid en rechtvaardigheid.

Voor hervorming van het financie stelsel denken we aan:

A. Inbedding van geldstelsels in de ree economie

Alle vormen van geldcreatie, direct of indirect onder publiek beheer en ingeperkt door de liquiditeitsbehoeften van de reële economie.

Zo kan een herstel optreden van de 'oorspronkelijke' functie van geld als betaalmiddel waardoor productie en consumptie worden vergemakkelijkt.

De financie markten blijven dan dienstbaar aan de reële economie waarbinnen zij opereren. 

Alternatieve, regionale of lokale geldstelsels verdienen aandacht.

B. Hervorming van het internationaal geldstelsel

We moeten het internationale geldstelsel herzien met als uitgangspunten duurzaamheid en solidariteit.

Bijvoorbeeld:
- voor ontwikkelingslanden een uitbreiding van het systeem van speciale trekkingsrechten (SDR's1) via het IMF, uitsluitend gericht op groene en rechtvaardige ontwikkeling;
- een op het voorgaande geënte nieuwe mondiale reservevaluta. Daarmee komt een einde aan de eenzijdige en mondiale afhankelijkheid van de US dollar en van het door nationaal belang ingegeven monetaire beleid van de VS;
- op korte termijn maatregelen ter voorkoming van kapitaalvlucht vanuit het Zuiden naar het Noorden (niet alleen door belastingontwijking, maar ook in de vorm van schuldaflossingen en rentebetalingen, winstafvloeingen e.d.).

C. Een Fair & Green Bankenwijzer

Maak systemen van beoordeling vergelijkbaar met de Eerlijke Bankwijzer, die klanten van banken in staat stellen hun bank te beoordelen en zo nodig te verlaten als ze niet fair & green opereren.

3. Werkgelegenheid, inkomens- en investeringsbeleid

Bij elk voorstel voor aanpassing van het economisch beleid komt de terechte vraag op wat dit betekent voor werkgelegenheid en inkomens. Wij menen te kunnen stellen dat een Fair & Green Deal niet zozeer tot vermindering van werkgelegenheid leidt, maar eerder tot een verschuiving en misschien zelfs verruiming ervan. Met het oog op duurzaamheid en rechtvaardigheid zullen veranderingen in het inkomens- en investeringsbeleid onvermijdelijk zijn. Bij dit alles denken we aan:

A. Transitie naar materie-arme werkgelegenheid

Dit houdt bijvoorbeeld in:
- een verschuiving van sectoren en producten met een zware materie component (in productie en gebruik) naar sectoren en producten met een lage materie component, zoals zorg en cultuur; daarbij ook aandacht voor regionale economie, die minder transport vergt;
- een eerlijker en evenwichtiger verdeling van betaald werk, onbetaalde zorgtaken en beschikbare vrije tijd;
- betere positionering van noodzakelijk werk als zorg, onderwijs e.d.;
- arbeid en technologie die leiden tot behoud en waar mogelijk uitbreiding van de in de wereld nog aanwezige milieugebruiksruimte - zoals de ontwikkeling van schone energiebronnen- krijgen voorrang;
- in plaats van het streven naar een flexibilisering van de arbeid ten bate van hogere economische rendementen, wat dikwijls ten koste van
- arbeidsrechten gaat, komt het streven naar een flexibilisering van de economie. Deze zal moeten worden gericht op aanpassing aan wat de
- arbeidende mens en het milieu kunnen verwerken.

B. Fair & Green Investeringsbeleid

Voor een Fair & Green Deal is het van belang dat investeringen primair gericht worden op:
- eerlijke verdeling en reductie van emissies zoals die van broeikasgassen;
- schone energie;
- vormen van productie en consumptie die efficiënt met energie en grondstoffen omgaan en mensenrechten in acht nemen. Denk hierbij aan hergebruik en recycling, fair trade en regionalisering van voedselproductie en energieopwekking, bijvoorbeeld in samenwerking met Transition Towns.

Het gaat hier zowel om investeringen in landen als Nederland en Belgien in Europa, als investeringen in de verduurzaming van productie en consumptie in ontwikkelingslanden.

Daarnaast zijn investeringen van belang voor:
het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering, met name in landen en gebieden waar de zwaarste klappen vallen, dus in de ontwikkelingslanden. Het gaat daarbij om fysieke investeringen, zoals in bijvoorbeeld dijken, maar ook om sociale vangnetten voor arme en kwetsbare medeburgers.

C. Verantwoord nationaal inkomensbeleid

Bescherming van de koopkracht van de lagere inkomensgroepen in Nederland en België staat voorop. Tegelijk is het zowel met het oog op duurzaamheid als uit het oogpunt van rechtvaardigheid wenselijk naar een vlakkere inkomensverdeling te streven. Een sterk progressief belastingsysteem is daarbij een nuttig instrument.

4. Mondiale herverdeling en wereldhandel

In het voorgaande komen al maatregelen aan de orde die bijdragen aan meer mondiale rechtvaardigheid. Desondanks is daarnaast gerichte aandacht nodig voor mondiale herverdeling van welvaart. Ondersteuning daarvan met veranderingen op het gebied van de wereldhandel en internationale instituties is daarbij onontbeerlijk.

Dus:

A. Financier het recht op menswaardig bestaan in ontwikkelingslanden

Het recht op bestaanszekerheid is verankerd in de sociaaleconomische mensenrechten en vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Voor ruim twee miljard mensen in ontwikkelingslanden is die bestaanszekerheid echter niet gegarandeerd. Zij verdienen daarvoor financie ondersteuning, door rijken in eigen land, maar zeker ook door rijke landen. Het gaat hier in feite om een jarenlang opgebouwde sociale en ecologische schuld, die ontstaan is door de 'omgekeerde ontwikkelingshulp'. Hierdoor verdienen rijke landen veel meer aan de arme landen, veelal via niet-duurzame handel, dan er aan hulp werd en wordt gegeven.

Het gaat dan onder meer om de volgende punten:
- garantie van minimum voorwaarden voor een menswaardig bestaan: minimum inkomen, schoon drinkwater, basisgezondheidszorg, een voldoende voedselpakket, onderwijs en veiligheid en dergelijke;
- versterking van de civiele maatschappij (maatschappelijke organisaties);
- realisatie van de internationaal aanvaarde norm van 0,7 % van het inkomen van de hoge-inkomenslanden als noodzakelijke eerste stap;
- aanvullende financiering ter overbrugging van de grote achterstand in de bestaanszekerheid en opvang van de extra risicos door de klimaatverandering;
- toegang tot krediet

B. Beleid rond schulden van ontwikkelingslanden

In veel gevallen zal ontwikkeling in het Zuiden alleen van de grond komen als schulden van ontwikkelingslanden grotendeels worden kwijtgescholden.

Daarbij zijn de volgende voorwaarden van belang:
- kwijtschelding is alleen wenselijk als de bevolking van het begunstigde land ermee instemt;
- er is effectief beleid gericht op het voorkomen van nieuwe schulden en op de bestrijding van corruptie;
- er komt een gedragscode voor kredietverstrekkers en voor grote kredietnemers (bijvoorbeeld als het gaat om de omgang met notoir corrupte regimes).

C. Faire en groene wereldhandel

Bij faire en groene wereldhandel en het uitfaseren van oneerlijke en schadelijke handel kan men denken aan:
- handel in fair en duurzaam geproduceerde goederen;
- versterken van ketenverantwoordelijkheid en transparantie van bedrijven op het niveau van productieketens; hierbij past aandacht voor gedragscodes en uitbreiding van het informatierecht;
- daar waar mogelijk bij voorkeur handel binnen regios;
- niet langer via handelsverdragen en andere middelen afdwingen van vrijhandel;
- tegenhouden en waar mogelijk terugdraaien van privatiseringen waar het gaat om publieke voorzieningen en common goods.

D. Internationale regelgeving en rechtsbescherming

Op het terrein van internationaal recht kunnen we denken aan:
- de ILO-normen voor arbeid en basismilieueisen als voorwaarden voor toelating van importen;
- extraterritoriale juridische afspraken met betrekking tot ketenverantwoordelijkheid;
- een Internationaal Gerechtshof voor vervolging van multinationals en andere bedrijven die het milieu vervuilen, een onevenredig gebruik maken van de natuurlijke hulpbronnen, en/of gebruik maken van kinderarbeid en andere vormen van uitbuiting;
- inzet van andere mechanismes voor klachten bij overtredingen van internationale regels en afspraken, waaronder regelingen van ketenaansprakelijkheid.

5. Bevolkingsbeleid

Elk beleid gericht op duurzaamheid staat voortdurend onder druk van de nog steeds toenemende wereldbevolking. Daarbij moeten we wel erkennen dat de bevolking van de ontwikkelde landen door hun grote ecologische voetafdruk per hoofd van de bevolking verreweg de grootste bijdrage levert en heeft geleverd aan klimaatverandering en uitputting van grondstoffen. Daarom dient bevolkingsdruk onderwerp van beleid te zijn, maar met de volgende kanttekeningen:
- het besef dat toenemende bestaanszekerheid de belangrijkste factor is voor verlaging van de bevolkingsgroei;
- erkenning van de noodzaak van betrokkenheid en inspraak van de lokale bevolking, met name vrouwen;
- vermijden dat de armen verantwoordelijk gemaakt worden voor de oplossing van wereldwijde problemen veroorzaakt door de rijken;
- uiterste terughoudendheid in de rijke, geïndustrialiseerde landen ten aanzien van incentives voor het krijgen van kinderen.

Een evenwichtige leeftijdsopbouw in deze landen is van belang, maar kan deels bereikt worden door een verstandig en humaan immigratiebeleid.

6. Vredesbeleid en conflictbeheersing

Situaties van onduurzaamheid en onrechtvaardigheid leiden voortdurend tot gewapende conflicten. Omgekeerd frustreren deze conflicten vaak beleid gericht op ontwikkeling, duurzaamheid en rechtvaardigheid. Door de hier naar voren gebrachte voorstellen worden oorzaken van veel gewapende conflicten weggenomen. Daarnaast is ook een actieve en creatieve inzet vereist op de terreinen van ontwapening, geweldloze conflictoplossing en regulering van de wapenhandel.

7. Welvaart en welzijn eerlijk meten

De huidige set van indicatoren voor het economisch beleid, waarin het Bruto Binnenlands Product (BBP) een belangrijke plaats inneemt, geeft geen goed beeld van de situatie waarin wij leven. Zo telt het BBP bijvoorbeeld de kosten van ongelukken, rampen, andere schades en ziektes als positieve bijdrage aan de economie. Daarom is die alleen voor bepaalde economische toepassingen geschikt. Voor het goed kunnen volgen van de richting van duurzame ontwikkeling zijn ook andere vormen van meten nodig die mens- en natuurwaarden voorop stellen, zoals het Duurzaam Nationaal Inkomen (DNI), de Index of Sustainable Economic Welfare (ISEW) en de mondiale Ecologische Voetafdruk. Zowel op nationaal als lokaal niveau kunnen de nieuwe indicatoren dienen als instrument voor duurzaam beleid waarin welvaart in de brede zin wordt bekeken en meegewogen.


Duurzaam kapitalisme zoekt naar maximalisering van economische waarde op lange termijn en beloning voor meewegen van duurzame factoren.

De bankierscrisis is ontstaan door niet-duurzaam handelen. Op dit moment is er seieus marktfalen gaande hetgeen ook risico's voor investeerders inhoudt.Vervolgens kunnen de regeringen de wrakstukken opruimen.

Wat te doen

1. de standaard assets afwaarderen (als CO2 compensatie een echte goede prijs gaat geven, als gebruik van water (duurder wordt) en de arbeidsomstandigheden in opkomende landen worden verbeterd en dus duurder worden).
2. Verplichten van een duurzaamheidsverslaglegging
3. Kwartaalcijfers opdoeken maar infoormering over de gang van zake (op de langere termijn)
4. Belonen ook voor vooruitgang op duurzaamheidsgebied
5. Beleggers moeten wijzer worden en meer gaan beleggen in duurzaamheid

(meer dan 55 % van de beleggers kijkt niet verder dan drie maanden).

Belangrijkste aanbevelingen op een rij:

- Groene belastingen zijn essentieel om de milieuschade beter in de afwegingen van producenten en consumenten mee te laten nemen en moeten daarom een integraal onderdeel zijn van het belastingstelsel.
-  milieuschade die bij de grondstofwinning ontstaat, is in Nederland zeer beperkt en biedt weinig aanknopingspunten voor een effectieve belastinggrondslag. Het tegenovergestelde geldt voor de grondstoffenverwerking.
- Groene belastingen kunnen het beste gericht worden op de productiefase waar de milieuschade ontstaat. Belastingen op de consumptie zijn veel minder effectief dan belastingen op productie.
- Een brede maar goed vormgegeven afvalstoffenheffing, dus op zowel het storten als het verbranden, vormt een onmisbaar sluitstuk in de beprijzing van milieuschade.
- Beprijzing zou niet alleen gericht moeten zijn op de verbranding van (fossiele) energiedragers, maar ook op de verwerking als grondstof. Dit kan ten dele al door het afschaffen van een aantal vrijstellingen in de bestaande Energiebelasting.
- De extra kosten van deze groene belastingen voor de industrie kunnen worden gecompenseerd door verlaging van andere belastingen of het verlenen van subsidies.


Theorie 2

Werk en welvaart delen lost crisis op

| 24 augustus 2013 | werkDoor de economische crisis raken dagelijks honderden mensen hun baan kwijt. Daarnaast zitten we middenin een diepgaande ecologische crisis. Beide crises vragen dringend om een structurele oplossing. Die ligt in het verdelen van werk.

De verhouding tussen het totaal aan publieke en private schulden en het BBP is absurd hoog. Jarenlang hebben we op de pof geleefd en daar moeten ‘we’, mede door tientallen miljarden waarmee banken zijn gered, stevig voor boeten. De meeste oplossingen die worden voorgesteld om de economie weer op gang te brengen, doen niets aan de oorzaken achter de crisis. Het overgrote deel van de economen en politici denkt bijvoorbeeld dat we ons ‘uit de crisis kunnen groeien’. Dit zou de broodnodige nieuwe banen opleveren. Maar onze verslaving aan groei schept juist werkloosheid.

Hoe werkt dat?

Om aan de financiële verlangens van aandeelhouders, banken, beleggers en grootverdieners te kunnen voldoen, moeten in korte tijd hoge rendementen worden gemaakt. Dit gebeurt onder meer door productiecapaciteit te verplaatsen naar lagelonenlanden met minder regelgeving en milieueisen. Ook wordt de arbeidsproductiviteit opgedreven door mechanisatie en het vergroten van de werkdruk. Daar komt bij dat financiële markten reorganisaties belonen waarbij veel mensen op straat komen te staan. Dit leidt tot het verdwijnen van banen en tot verborgen werkloosheid en uitgeklede arbeidsvoorwaarden onder bijvoorbeeld jongeren, ZZP-ers, flexwerkers, deeltijdwerkers en payrollers. Dit verlies aan werk werd lange tijd gecompenseerd door de gestage economische groei. Maar dat lukt alleen als die groei gemiddeld meer dan 1,5% per jaar is. Zo niet, dan daalt de werkgelegenheid. Dit is sinds de intrede van de economische crisis het geval en daar zal voorlopig geen verandering in komen. Maar belangrijker, daar zouden we ook niet naar moeten streven.

Groeiverslaving

Zoals we nu produceren en leven hebben we namelijk bijna vier aardes nodig. Wanneer breekt eindelijk het inzicht door dat een redelijk stabiel klimaat samen met voldoende natuur, vruchtbare landbouwgrond, water, grondstoffen en energie de werkelijke basis van de economie is? En dat we die basis, en dus de toekomst van onze kinderen, door die groeiverslaving aan het vernietigen zijn? Permanent groeien valt simpelweg niet vol te houden. Het is mogelijk en wenselijk, bijvoorbeeld door inzet van duurzame technologie, dat een deel van de economie een stuk minder milieubelastend groeit. Maar ook die groenere productie vervuilt het milieu en vergt nog heel wat fossiele energie en schaarse grondstoffen. Om ervoor te zorgen dat productieprocessen binnen de milieugrenzen blijven, zal de economie in zijn totaliteit moeten vergroenen.

Dat doorgaan op de huidige weg onhoudbaar is, wordt steeds meer erkend. Groene groei en inzetten op een groene economie is daarom zelfs de mantra van de politiek geworden. In de alledaagse praktijk valt daar echter weinig van te merken. De wortels van het systeem blijven namelijk onaangetast. Wie met fundamentelere oplossingen komt, wordt al snel weggezet als utopist. Bij te veel politici ontbreekt het aan een visie die ons uit de gestapelde economische, bestuurlijke en milieucrisis kan bevrijden.

Werk en welvaart delen

Maar welke visie kan dat dan wel; welk beleid biedt mensen perspectief op houdbare welvaart? Misschien wel de diepste menselijke behoefte is die aan bestaanszekerheid. Als iets in onze samenleving bestaanszekerheid ondermijnt, dan is dat het verlies van werk. Zeker wanneer het perspectief om weer snel aan de slag te gaan ontbreekt. Een grote mate van baanzekerheid is dan ook de beste garantie voor bestaanszekerheid. Dat kan door werk eerlijker te delen. De voordelen daarvan zijn ongekend groot. Mensen zijn niet langer van een uitkering afhankelijk. Zij worden ingesloten in plaats van uitgesloten. Uitgaven aan sociale zekerheid dalen sterk en criminaliteit neemt af. Er ontstaat ruimte voor een leven lang leren. Het haalt de druk van de ketel bij al die gezinnen die te weinig tijd overhouden om wat meer ontspannen te leven en wat voor hun omgeving te betekenen. Dit zal het welbevinden van mensen én de staatskas bijzonder goed doen.

Als we het bestaande werk zouden verdelen, moet iedereen 21 uur werken. In het verleden zijn we van een 48-urige naar een 38-urige werkweek gegaan. Waar wachten we dan nog op om bijvoorbeeld een 28-urige werkweek in te voeren? De belangrijkste reden daarvoor is natuurlijk dat door het huidige belastingstelsel en de oneerlijke verdeling van welvaart minder werken minder loon betekent. En mensen zitten niet zelden vast aan hoge uitgaven of aan schulden of zij verdienen simpelweg te weinig als ze beiden 28 uur zouden werken. Ook sluiten onderwijs en de kwalificaties van mensen te weinig aan op de vraag vanuit de arbeidsmarkt.

Kiezen voor het goede leven

Laten we om het verlies aan koopkracht voor een deel te compenseren, beginnen met de welvaart eerlijker te verdelen. De verschillen in inkomen en zeker de verschillen in vermogen zijn de afgelopen dertig jaar veel te groot geworden. Maak van hebzucht dus weer de ondeugd die het altijd was. Beteugel die bijvoorbeeld door toegenomen arbeidsproductiviteit om te zetten in meer koopkracht voor de minstvermogende 90% van de bevolking in plaats van de rijken nog rijker te maken. Vervang daarnaast belasting op arbeid door het belasten van vervuilende emissies en het gebruik van schaarse grond- stoffen: een Belasting op Verspilling en Milieuvervuiling (BVM) in plaats van een BTW. Met 0% belasting op lokaal of regionaal duurzaam geproduceerde of hergebruikte energie en grondstoffen of biologisch gekweekte groenten en 100% op vliegen, SUV’s of geïmporteerd fout vlees. Door de BVM zal het aanbod aan (relatief) goedkopere duurzamere producten stijgen. En door binnen de ruimere vrij te besteden tijd, zorg- en andere taken op ons te nemen, kunnen belastingen verder omlaag en het besteedbare inkomen verder omhoog.

Onderwijs dat werkt

Het afschaffen van de loonbelasting en het beter verdelen van de welvaart brengt per gewerkt uur beduidend meer geld in het loonzakje. Dat geeft meer keuzevrijheid. Investeer in onderwijs dat beter aansluit op de arbeidsmarkt. Introduceer hiertoe bijvoorbeeld praktische leerwerktrajecten. Zorg in overleg met vakbonden en werkgevers voor permanente scholing op het werk en voor omscholing.

Geef het onderwijs tijd om zich aan de nieuwe eisen aan te passen. Neem dus de tijd om van 38 naar 28 uur te gaan. Dit kan in zestien jaar door elke vier jaar de arbeidstijd met twee uur te bekorten. Eerlijker delen van welvaart en werk leidt tot een veel meer ontspannen samenleving. Het geeft mensen de ruimte om samen met anderen de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Geen betere ondersteuning van de opkomende ‘eigen-kracht-beweging’ dan het bieden van meer vrij te besteden tijd. Een meer kleinschalige economie bespaart kosten, schept lokale banen en betrekt burgers bij hun directe omgeving. In de samenleving die zo vorm krijgt, zijn veel meer waarden belangrijk dan materiële. We krijgen er veel voor terug zoals een stabieler klimaat, een gezonder leven, een betere leefkwaliteit en tijd om te leven. Mits goed over het voetlicht gebracht is dit een verhaal dat de harten van steeds meer burgers zal raken.

Frans van der Steen

De auteur is directeur van het Haags Milieucentrum.
Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift Milieu, juli 2013.

Opdracht

Maak groepjes van vier. Bediscussieer waar ben je het wel en niet mee eens bent met de tekst hier boven. Bekijk hoe politieke partijen hier mee bezig zijn. Wat zou je zelf er toe kunnen bijdragen dat het bovenstaande gerealiseerd wordt.

Zeven taken voor economen in de 21e eeuw

1. Verander het doel

Economen en mensen moeten zich richten op de welvaart en welzijn van alle aardbewoners, mensen, flora en fauna en de planeet zelf. Tot nu toe waren economen en politici, teveel en misschien, vooral gericht op de de groei van het BNP. Hierdoor was er minder of weinig aandacht voor de groeiende ongelijkheid in inkomen en bezit, minder aandacht voor het milieu waarvan wij afhankelijk zijn.

De “donut economie”, dient te bevorderen dat alle aardbewoners gevrijwaard te worden van tekorten aan voedsel, kleding, onderdak, schoon drinkwater sanitair, energie, inkomsten, werk, onderwijs, geneeskundige hulp, discriminatie, willekeur van bestuurders, onveiligheid en sociale uitsluiting. Deze grens waar mensen niet onder mogen zakken noemt Raworth het sociale of gezamenlijke fundament. Mensen dienen zich allemaal te bevinden op een veilige en rechtvaardige plek.
Dit gezamenlijk sociale fundament dient geschraagd te worden door gemeenschappelijke voorzieningen zoals zorginstellingen, ziekenhuizen, scholen, politie, een gekozen bestuur, een justitieel systeem, het gemeenschappelijk ontwerpen, creëren van infrastructuur.
De donut economie dient de productie van voedsel, kleding en spullen circulair en duurzaam te maken. Afval zal in de donut economie niet meer bestaan. Wanneer producten niet meer door mensen gebruikt worden, dienen zij geschikt te zijn om in de kringloop van de natuur en aarde te worden opgenomen.

2. Probeer het grote geheel te zien.

Toekomstige economen moeten hun werk niet alleen in dienst stellen van de markteconomie en de groei van het bruto nationaal product. Zij dienen hun werk af te stemmen op verdeling van welzijn van het levende web van de aarde en de hele samenleving. Het kan alleen goed gaan met de economie wanneer het goed gaat met de aarde en de samenleving van alle mensen.
Volgens Raworth, moet toekomstige economen zich niet laten verleiden tot louter economische visie. Een dergelijke benadering te beperkt. Je moet proberen te komen tot een visie die meer invalshoeken heeft. Je zou dit een totaal visie kunnen noemen of een holistische visie. Toekomstige economen dienen daarom ervoor te zorgen dat er bij hun werk, rekening gehouden wordt met de samenhang van het grote geheel. Raworth noemt een aantal bepalende en sturende gebieden die allen invloed hebben op de welvaart. het welzijn, de samenleving en de wereld om ons heen.

Een belangrijke spelers in dat grote geheel is de staat, die verantwoordelijk is voor gemeenschappelijke openbare voorzieningen zoals energie- en waterleiding bedrijven, zorginstellingen, onderwijs, communicatienetwerken ministeries, provinciehuis, stadhuis, het gemeentehuis, het buurthuis, rechtbanken, politiekantoren, scholen, bibliotheken, wegen, spoorwegen, vliegvelden.

Een andere belangrijke speler is het financiële systeem. Het financiële systeem hoort op de eerste plaats dienstbaar te zijn. Geld hoort voortdurend te circuleren en geïnvesteerd te worden in innovaties, ontwikkeling en onderhoud van infrastructuur, het welzijn en de ontwikkeling van mensen. Geldschepping is dus op de eerste plaats een taak van de staat of van de gemeenschap.

Er dient bij economen van de 21e eeuw, een besef te zijn dat de markt economie, het levende web van de aarde en de samenleving positief of negatief kan beïnvloeden en dat de samenleving, die bestaat uit talloze wederkerige relationele netwerken die zorgen voor samenwerking, regels, normen en samenhang van het grootste belang is voor het functioneren van de economie. De politicoloog Robert Putman stelt: "sociaal kapitaal maakt ons slimmer, gezonder, rijker en beter in staat tot het besturen van een rechtvaardige en stabiele democratie" Er is echter ook het gevaar dat de markteconomie de onderlinge samenhang van de maatschappij kan uithollen.

De aarde is het web van leven en is een gesloten systeem. Wat verloren gaat komt niet meer terug. Fossiele brandstoffen, metalen, gewassen, drinkwater, vruchtbare bodem en biodiversiteit zijn eindig en wanneer deze verloren gaan door verkeerd gebruik, keren zij niet meer terug.
Bij gebruik en productie, dien je daarom geen afval te produceren maar materialen die teruggegeven kunnen worden aan de natuur.

De markt is efficiënt in technische oplossingen maar floreert alleen doordat de wegen, havens, vliegvelden en andere infrastructuur, onderwijs, universiteiten en wetenschappelijk onderzoek dit mogelijk maken. Apple had bijvoorbeeld zijn iphone en ipad nooit kunnen maken wanneer er geen wetenschappelijk onderzoek van universiteiten aan voorafgegaan was. Hetzelfde kan gezegd worden over de talloze patenten waar medicijn fabrikanten, miljarden aan verdienen. Of over de grote moloch Amazon die tegenwoordig een belangrijk deel van de handel in gebruiksgoederen en boeken controleert.

Instellingen zoals de VN hebben het overzicht op de conditie van de zee, de lucht de oerwouden, Antarctica en de noordpool, datgene waar iedereen van afhankelijk is en iedereen toebehoort. Zij dienen daarom ondersteund te worden in de zorg voor de aarde als geheel.
Macht is een abstract begrip maar doordrenkt alles. Macht hoort niet het domein te zijn van de grote supernationale bedrijven of de rijken der aarde maar behoort aan de staten en de VN.

3. Koester de menselijke aard.

Economen stellen mensen vaak voor als een homo economicus: Berekenend,op eigen voordeel uit, egocentrisch, competitief en onverzadigbaar. Dat geeft een eenzijdig beeld van mensen, stelt Raworth. Premier van Nederland, Rutte (29-05-2015) spreekt van de "dikke ikke" en verwijst o.a. naar de inhaligheid van bankiers. Wanneer je echter voortdurend zo'n beeld blijft schetsen van mensen, is het moeilijk te zien dat mensen zoveel meer zijn en zie je daardoor ook allerlei oplossingen over het hoofd.
Raworth geeft een voorbeeld van een experiment, waar men laat zien, in hoeverre taal gedrag kan sturen richting homo economicus. Managers van een bedrijf werden gevraagd raadsels op te lossen met daarin woorden zoals "profijt ", "kosten" en "groei". Wanneer hen daarna gevraagd werd naar de behoeften van hun collega’s, toonden zij, vergeleken met collega's die deze raadsels niet hoefden op te lossen, minder empathie en waren zelfs bezorgd, toewijding aan anderen te tonen omdat dit niet professioneel zou zijn.

Wij kennen dit ook van sommige politieke partijen die het hebben over belastingdruk en belastingverlichting. Trouwens het woord belasting zelf drukt ook niet uit waarvoor het eigenlijk zou moeten staan; solidariteit en gezamenlijk financieren en algemeen belang. Raworth wijst er op, dat in het taalgebruik van tegenwoordig, het woord consument, voor velen, een veel groter gewicht heeft gekregen dan het woord burger; een woord dat heel andere waarden uitdrukt.

Economen dienen een nieuw beeld te schetsen van de mensen en niet meer te spreken van de consument, concurrent, collega en de producent. In het nieuwe portret dienen zij te spreken over de mens, de burger, de hoeder, de zorgzame, de afhankelijke, de saamhorige, de onbaatzuchtige, de leraar, de leerling, de beschermer, de vrijwillige, de stemmer, de rechtvaardige, de vooruitziende, de stuurman/vrouw, de ouder, het kind, de zaaier en oogster, de vertrouweling, de vaardige en de creatieve.

Wanneer je mensen zo verbeeldt en ziet, zul je mensen ook stimuleren en de gelegenheid geven te zijn zoals dat beeld. Wanneer mensen de kans krijgen zich te manifesteren in al hun eigenschappen zal de homo economicus nog slechts een facet zijn en niet het allesbepalende zelfbeeld. Economen van de 21e eeuw zullen zichzelf en anderen gaan aanspreken op eigenschappen zoals empathie, wederkerigheid, zorgzaamheid, behulpzaamheid, omzichtigheid, vooruitziendheid, bedachtzaamheid, afhankelijkheid van elkaar, onbaatzuchtigheid, wijsheid en het besef dat wij afhankelijk zijn van de natuur en de aarde.

4. Voorzichtig met systemen.

De economen van de 21e eeuw, dienen zich volgens Raworth te realiseren dat economie niet te sturen is, door modellen die gebaseerd zijn op mechanica. Een van die modellen waarop economen, zich nog steeds op baseren is de zogenaamde wet van vraag en aanbod. Men meent dat prijzen of lonen, van invloed zijn op vraag en aanbod van een product. Hoe minder er van iets is ten opzichte van het aantal mensen dat dit product wil kopen, hoe hoger de prijs zal zijn. Hoe minder mensen het zullen kopen. Hoe meer er van iets is ten opzichte van het aantal mensen dat wil kopen, hoe lager de de prijs zal zijn.

Hoe logisch dit ook lijkt, toch kunnen en mogen economen er niet alleen van uit gaan dat de vraag het aanbod stuurt of omgekeerd. Ondanks alle economische evenwicht modellen - en waarschijnlijk door een heilig geloof dat men wel wist hoe economie werkt -, was geen enkele econoom in staat, de crisis van 2008, te zien aankomen, laat staan te voorspellen.

Raworth stelt dat het beter is economie te beschouwen als een complex organisch systeem dat uit veel subsystemen en sub sub systemen bestaat. Deze systemen beïnvloeden elkaar wederkerig, doordat zij op allerlei manieren met elkaar verbonden zijn, deels zelf organiserend, deels hiërarchisch. Wanneer je je realiseert dat economie functioneert als een complex systeem, realiseer je je ook dat het sturen van economie een hachelijke zaak is. Klein lijkende gebeurtenissen kunnen grote gevolgen hebben. Toen de grote vernieuwer Elon Musk. van Tesla, SpaceX en de hyperloop, via een Twitter, in augustus 2018, opmerkte dat hij mogelijk het bedrijf Tesla van de beurs zou halen, begonnen grote investeerders in hoog tempo Tesla aandelen te kopen waardoor de prijs in enkele dagen met meer dan 10% steeg. Toen de Amerikaanse president, Trump in oktober 2018 opmerkte dat de moord op een journalist grote gevolgen zou hebben en wees naar Saoedi Arabië, kelderde wereldwijd de koersen van aandelen.

Economen dienen daarom te streven naar inzicht in de werking van systemen. Een aantal kenmerken van systemen, kunnen economen een inzicht geven bij het nemen van beslissingen.
Een systeem heeft een zichzelf versterkend effect. Een voorbeeld daarvan is, dat de systemen geld, macht en bezit accumuleren. Dat blijkt uit het groeien van rijkdom en macht bij een naar verhouding zeer kleine elite en een enorme toename van gebrek bij een groot deel van de wereldbevolking.
Systemen hebben naast een versterkend effect een balancerend effect.
Dat betekent dat de huidige ongelijke verdeling, van vermogen en macht, op een bepaald niet te voorspellen moment, gebalanceerd worden. De crisis van 2008, was een voorbode van een dergelijke correctie, waarbij enorm veel kapitaal vernietigd werd.

Wanneer je de systemen accumulatie van geld en macht naast het systeem aarde zet, zie je dat de aarde in toenemende mate natuurlijke hulpbronnen verliest ten opzichte van de rijkdom die op sommige plaatsen en bij sommige mensen accumuleert. Het gaat bij de aarde om verlies van biodiversiteit, landbouwgronden, verlies van zeldzame metalen, verlies van levenbrengende oceanen, verlies van schoon drinkwater, verlies van schone lucht e.d.
Dan kan het balancerende effect wel eens heel hard uitpakken voor de mensheid.

Wanneer je tot het besef komt dat wij met zijn allen en de aarde een zeer complex systeem vormen, dan is het volgens Raworth goed als economen van de 21ste eeuw een aantal ethische regels dienen:
Streef naar menselijk welzijn, afhankelijk van een bloeiend web van leven.
Dien de gemeenschap door haar autonomie te respecteren, en je te verzekeren van haar betrokkenheid en instemming, daarbij bewust van de ongelijkheid en verschillen.
Wees voorzichtig met beleid en probeer lijden van de meest kwetsbaren te voorkomen.
Erken de tekortkomingen van modellen.

5. Ontwerp om te verdelen.

Over de noodzaak het inkomen en de welvaart zo te verdelen, dat geen enkele aardbewoner gebrek heeft aan fundamentele zaken zoals onderdak, voeding, drinkwater, sanitair, werk, inkomen, politieke invloed, veiligheid, gegarandeerd, in rechten en een juridisch systeem en onderwijs, is al het nodige gezegd.

Economen van de 21e eeuw hebben de taak een systeem te ontwerpen dat komt tot een gelijke verdeling van welvaart over velen. Veel instrumenten om dit te bereiken zijn al bekend maar dienen opnieuw ontworpen te worden en toegepast. Genoemd zijn: progressieve inkomstenbelasting, vermogensbelasting, erfbelasting en dividendbelasting, een basis inkomen voor iedereen en grenzen aan salarissen en bezit. Gebruik hier echter niet meer het woord belasting maar het woord deel of delen.

VN, Staten Steden en lokale gemeenschappen de VN dienen controle krijgen over geldcreatie wetenschappelijk onderzoek, robotisering, productiemiddelen, multinationale ondernemingen en het beheer van landbouwgronden, infrastructuur, onderwijs, de manier hoe de zorg verdeeld wordt en de veiligheid geregeld.
De overstap naar een cirulaire economie die de grenzen van de aarde respecteert, is een enorme klus en verantwoordelijkheid, die alleen gerealiseerd kan worden wanneer hij verdeeld wordt over de handen van allen.

6. Produceer alleen wat je kunt hergebruiken.

Economen hebben weinig mensenkennis. Zij hebben lang gedacht dat, stijging van welvaart en gemiddeld inkomen. gepaard zou gaan met een stijging van het bewustzijn dat milieuvervuiling een halt toegeroepen moet worden. Dus zouden mensen op den duur zelf beter voor het milieu gaan zorgen.
Landen met een sterk stijgende welvaart zoals India en China, leren ons echter dat het daar wat betreft verlies van landbouwgronden, de verkeerde kant op gaat.
Kijken wij naar Europa en Noord Amerika dan zien wij een enorm consumentisme. Van alles tot voedsel toe, wordt teveel geproduceerd en veel teveel belandt als afval in het milieu of wordt geexporteerd naar Afrika en landen als China en India. De landen in Europa en Noord Amerika vormen de grootste belasting voor de aarde. De landbouwgronden; bijvoorbeeld in Nederland, hebben te maken met sterke overbelasting van nitraten en fosfaten. De biodiversiteit van het bodemleven in de grond is kleiner dan ooit. Groter dan ooit, is de verontreiniging van het oppervlaktewater. De recente "Hoofdlijnen visie: ministerie v landbouw, natuur en voedselkwaliteit" wil een ommekeer teweeg brengen aan deze rampzalige overbelasting van landbouwgronden, maar Wordt door de boeren die dit beleid moeten gaan uitvoeren met grote scepsis bekeken.

Een belangrijke taak voor de mensheid van de 21ste eeuw, is het opruimen van de enorme vuilnisbelt, die gecreëerd is door producten die na gebruik, weggegooid worden. Een bekend voorbeeld is de plastic soep in de oceanen. Deze weggooi producten en het eindeloos potverteren van de aardse hulpbronnen hebben ons ook geleerd, dat er een eindigheid is. Op een bepaald moment ga je ten onder in de rommel.
De bodem van de hulpbronnen die de aarde de mensheid tot nu toe heeft verschaft is in zicht. Indien de mensheid nog iets wil overhouden zal radicaal afgestapt moeten worden van het produceren van afval. Alles zal hergebruikt moeten kunnen worden. Wanneer dingen niet hergebruikt worden moeten ze teruggegeven kunnen worden aan de aarde zonder de aarde te belasten.

7. Geloof niet meer in groei.


Wat wij volgens Raworth nodig hebben is een economie waarin wij gedijen, zonder de afhankelijkheid van groei.
Dit omdat de sterke groei van het brutonationaal product heeft geleid tot uitputting van kostbare bodemschatten, verzuring van oceanen door de enorme co2 uitstoot, teloorgang van landbouwgronden door overmatig gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen(gewasbeschermingsmiddelen), sterke vermindering van biodiversiteit, vervuiling van het milieu met kunststof producten, chemische afvalstoffen, vermindering van de drinkwatervoorraad, sterke uitstoot van CO2 die een stijging van de temperatuur veroorzaakt, stijging van de temperatuur die sterke droogtes overstromingen orkanen en weer anomalieën veroorzaakt zoals de recente hagelbui in Italië met hagelstenen zo groot als sinaasappels. Hoewel Raworth dit nergens in haar boek zegt, krijg je door alle cijfers en aanwijzingen over de gevolgen van de groei van het BNP, sterk de indruk dat dit uiteindelijk zal leiden tot het uitsterven van de mens of in ieder geval een groot deel van de mensheid.
Raworth wijst er op dat er nog steeds een groot geloof is in de voordelen van de groei van het BNP. Een geloof dat religieuze afmetingen heeft. Bekend is dat rotsvast een geloof moeilijk te verslaan is of om te buigen.
Gaan de mensen als lemmingen hun ondergang tegemoet omdat hun focus teveel gericht is op één geloof en één wens? Meer meer en meer? Langzaam lijkt bij velen het besef te ontstaan dat de mensheid actie moet ondernemen om een dreigende ondergang te voorkomen. Tot nu toe hebben mensen voortdurend oorlogen gevoerd, echter de oorlog met kernwapens is er tot nu toe nooit gekomen. Waarschijnlijk ligt hieraan ten grondslag, dat er een algemeen besef is, dat een kernoorlog de ondergang van iedereen zal inluiden en dus niet te winnen is.
Het geloof in groei, is ondanks besef dat het mis gaat met de aarde en dus ook met de mensen, echter nog tot in de haarvaten van de economen en de mensheid aanwezig. Men voegt er waarschijnlijk daarom bezweringen aan toe zoals, groene groei en duurzame groei.
Beseffend dat mensen een geloof niet snel laten varen, hoopt Raworth, dat mensen hun aandacht veel sterker gaan richten op duurzaamheid, circulair denken en verdeling dan op de aandacht voor groei.

Wat kun je zelf doen?

Kijk wat je kunt doen in de verschillende rollen die je vervult. Rayworth gelooft uiteindelijk niet dat het aan consumenten is om hun gedrag te veranderen. De omslag zal van beleid moeten komen en van bedrijven. Maar intussen kun je als individu al in actie komen. Het is de uitgelezen tijd om je af te vragen: oké, hoe kan ik mijn leven veranderen? Geef ik vlees op, verander ik mijn stemgedrag, ga ik me lokaal nuttig maken, stap ik niet meer in het vliegtuig, doen we de auto weg en nemen we SnappCar? Zulke veranderingen kunnen voelen als een groot persoonlijk offer, maar ik weet uit eigen ervaring dat het bijzonder prettig kan zijn om jezelf te bevrijden van bepaalde dingen die je als vanzelfsprekend ervaart. Als gezin gaan wij niet op vliegvakantie - we reizen per trein door Europa. We hebben geen droger thuis en we doen de afwas met de hand - met zo min mogelijk water. Voor kinderen kan je speelgoed en kleren grotendeels bij tweedehandszaken kopen. Ook zijn de meubels van Raworth grotendeels tweedehands - en we hebben een geweldig huis. In 2018 willen we onze auto de deur uit doen. Het zijn allemaal niet heel bijzondere veranderingen. Ze voelen inmiddels als normaal.’