Duurzame landbouw

Deze bladzijde begint met vragen. Je kunt ze beantwoorden door de theorie daarna te lezen. Helemaal onderaan staan modules om verder te leren.

Vragen

  1. Wat is er mis in de landbouw en veehouderij? Noem vijf zaken(zie onder)
  2. Noem acht oplossingen (zie onder)
  3. Welke twee zaken zijn nog meer nodig naast aanpassen van de bedrijfsvoering?
  4. Wat is de voedselafdruk en bereken die (zie website onder)
  5. Wat is het voordeel van meerjarige gewassen t.o.v. eenjarige? (zie onder)
  6. Waarom staat kleding van katoen ter discussie en komt men met kleding van duurzaam katoen? (zie onder).

bio

Theorie

Duurzame landbouw is landbouw die milieu, klimaat en natuur ontziet, dieren niet uitbuit en een normaal rendement oplevert. Dit is ook mogelijk zonder drastische vermindering van de veestapel en massale overschakeling op biologisch (aldus de minister in 2008).

In de biologische landbouw streeft men naar een zo duurzaam mogelijke bedrijfsvoering waarbij men kijkt naar de 3 P's. Kort samengevat: De agrarische activiteiten mogen geen blijvende schade veroorzaken aan de planeet (planet), er dient voldoende voedsel geproduceerd te worden om alle monden te voeden (people) en de ondernemer dient een redelijk inkomen te verdienen (profit).

Biologische landbouw is op lange termijn niet minder productief dan gangbare landbouw. Die conclusie trekken Onderzoekers van de Universiteit Leiden, NIOO-KNAW en Wageningen University & Research op basis van een 13-jarig onderzoek op de Brabantse proefboerderij Vredepeel. Zie hier

Voedsel en dranken zijn duurzaam geproduceerd als het gaat met aantoonbaar respect voor dieren, arbeiders en natuurlijke hulpbronnen via een productie met zo min mogelijk energie (vervoer) en water via eerlijke handel. De sleutel tot echt duurzame landbouw is een gezonde grond. Biologische landbouw is de beste manier om de bodem zijn volledige regenererend vermogen te laten behouden. Alleen daarom al is biologische landbouw veruit te verkiezen boven conventionele methoden, die bewezen onduurzaam zijn. Dit bleek uit een studie van dertig jaar. Zowel naar de toestand van de bodem, het energieverbruik, gewasopbrengsten, financiële opbrengst, kosten, gehalte aan organische stof in de bodem, ziektes en weerstand tegen slechte weersomstandigheden wint de biologische landbouw.

De conclusie van het onderzoek is dat biologische landbouw de wereldbevolking gemakkelijk kan voeden met minder vervuiling, uitspoeling, erosie en een lager verbruik van fossiele brandstoffen.(zie hier)

Wat is er mis:

De landbouw
- vervuilt de bodem/water
- put fossiele brandstoffen uit
- ruineert vogelweides en oerwouden
- de veeteelt bedreigt de volksgezondheid en veroorzaakt dierenleed
- veel overheidssteun (tientallen miljarden)
- energievretend kunstmest wordt moeilijker te maken
- de fosfaat- en kaliumvoorraden raken op

De intensieve landbouw kan zo niet doorgaan en we moeten nog 2 miljard mensen extra gaan voeden  
We moeten om naar
- zonder (of veel minder) bestrijdingsmiddelen
- gezonde bodems
- schoon water
- fatsoenlijke omgang met dieren
- productie voor de regio
- minder dierlijke eiwitten
- minder verspilling

Ofwel wisselteelt / mest van eigen vee / sluipwespen / mozaiekbeheer / optimaliseren kringlopen / gebruik houtwallen, heggen, bosschages en akkerranden die zorgen voor insecten die ziektewerend kunnen werken.

Toepassing van slimme en lokaal toepasbare technieken, veelal gebaseerd op natuurlijke processen en biodiversiteit, kan op veel plaatsen de opbrengst sterk verbeteren. Bovendien voedt deze manier van werken de bodem in plaats van dat ze deze uitput, zodat een echt duurzaam voedselsysteem ontstaat. Agro-ecologie is ook goed voor de boer omdat er veel minder dure inputs, zoals zaden, kunstmest en gewasbeschermers, aangeschaft hoeven te worden.

Bij het vergelijken van biologische en industriële landbouw moeten ook de wijze en het tijdstip van vergelijking in aanmerking worden genomen. Immers, grond heeft lange tijd nodig om te herstellen van decennialange uitputting en gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Het is logisch dat de opbrengst van biologische landbouw achterblijft wanneer deze direct aansluitend wordt toegepast op industriële productie die de grond volledig heeft uitgeput.

Nederland gebruikt al minder kunstmest en hebben we moderne kassen. Computergestuurde druppelsystemen op slimme grond
We zoude urine om kunnen zetten in kunstmest en kunnen nog efficientere duurzame technieken gaan gebruiken.

Om van stikstof kunstmest te maken is 2,5 % van het totale energieverbruik op de wereld nodig. Landbouw gebruikt 70 % van het waterverbruik.
We zouden ook algen, bacterien en gisten in kunnen gaan zetten b.v. voor veevoer. Die maken dan Single cell proteine (SCP).  

 

            DUURZAAM                                 IN                         ITEM                             UIT                               DUURZAAM

duurzame landbouw

Producten uit de biologische landbouw scoren goed op milieugebied (o.a. geen gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, daardoor minimale lucht- en watervervuiling) en dierenwelzijn (o.a. vrije uitloop voor dieren). Zorg dat zo min mogelijk is gereden met de producten.
Producten met de EKO-, Demeter-, BIONaturland-, Soil keurmerken, Graskeurmerk, Vrije-uitloop/ CPE keurmerk, Erkend streekproduct, Milieukeur, Marine Stewardship council (MSC), groene of gele kleur op WNF-viswijzer voldoen in elk geval aan deze eis. Maar het kunnen ook producten zijn een of meer andere duurzaamheidkenmerken.

De meerkosten maken maar een relatief gering onderdeel uit van de verkoopprijs.
Het is belangrijk de bodems optimaal te houden b.v. door gewasrotatie en compostering. Zie www.soilandmore.com

Een infographic voor circulaire landbouw is hier te zien.

Ecologische landbouw

Er moeten belangrijke stappen genomen worden betreft landgebruik. Zoals de internationale boerenbeweging La Via Campesina laat zien is de uitstoot van het industriële voedselsysteem – inclusief uit productie, mest, transport, verwerking, verpakking, koeling, voedselverspilling, en door ontbossing geassocieerd met de expansie van de industriële landbouw – verantwoordelijk voor 44% tot 57% van het mondiale totaal.

Een boeren agro-ecologisch productiesysteem gebaseerd op voedselsoevereiniteit, kleinschalige boeren, en agro-ecologie zou, zo betoogt La Via Campesina, de koolstofuitstoot door de landbouw binnen een paar decennia kunnen halveren. Deze aanpak is bewezen: kleinschalige boeren, landbouwers, vissers, lokale gemeenschappen, landarbeiders, vrouwen, en jeugd voeden al 70% van de wereldbevolking terwijl ze maar 25% van de mondiale agrarische hulpbronnen gebruiken.

Precisielandbouw en duurzaamheid

Bij precisielandbouw gaat het erom het gebruik van input zoals mest, gewasbeschermingsmiddelen en brandstof zoveel mogelijk te beperken bij dezelfde of een hogere productie. Dit wordt bereikt door (in het geval van mest en gewasbescherming) met behulp van sensoren de behoefte van de plant vast te stellen en de dosering hierop af te stemmen. Wat brandstof betreft kan er bespaard worden door voertuigen zo nauwkeurig mogelijk (zelfs automatisch) over percelen te laten rijden.

Veel van de gebruikte technieken zouden tot voor kort nog tot de science fiction worden gerekend, maar vinden tegenwoordig al toepassing. Op de praktijkdag worden veel van deze toepassingen gedemonstreerdoals, zoals automatische werktuigbesturing, variabel poten en variabele precisiebemesting. Daarnaast worden nieuwe technieken voor gewasmeting getoond, zoals sensoren op de trekker, het gebruik van drones (onbemande vliegtuigjes) en het gebruik van satellietbeelden. Lesprogramma's zijn hier te zien.


Genetic modified organisms GMO's  = Erfelijk veranderde organismen

Tegenwoordig kan men gewassen erfelijk (= genetisch) veranderen (modificeren) en uitrusten met eigenschappen (genen) van andere organismen. We noemen de gewassen dan transgeen. Je kan zo ook gewassen ongevoelig maken voor bepaalde bestrijdingsmiddelen zodat je zoveel kan spuiten als je wilt maar de plant er geen last van heeft = herbicide resistente gewassen. herbicide = plantenbestrijdingsmiddel.
In 2012 was
81 % van de soja transgeen
81 % van de katoen
35 % van de mais
30 % van de koolzaad
Op de wereld staat al het volgende
81 miljoen ha herbicide tolerante soja
40 mijloen ha mais resistent (ongevoelig) voor insecten en herbiciden
19 mijloen ha katoen resistent tegen insecten
9 mijloen ha koolzaad resistent tegen insecten.
De meeste transgene gewassen staan in de VS (70 miljoen ha) Brazilie ( 37 mln) Argentinie (24 mln) Canada (11,6 mln) en India (10,8 mln)
NK603 mais van Monsanto is resistent tegen roundup maar roundup kan kanker veroorzaken een geeft hormoon-, lever-, nierproblemen.  

Volgens de Wagening landbouwuniversiteit

Men wil de voedselproductie verdubbelen door slimme toepassing van agro-ecologie = de wetenschap die er van uit gaat dat je moet samenwerken met de natuur.
Verdubbeling maar met de helf minder input aan zaden, bestrijdingsmiddelen en mest door veredeling van gewassen zodat ze resistent worden tegen locale omstandigehden.
=> zorgvuldige chemische bestrijding en gebruik van chemische modificatie. Alleen zo duurzame landbouw en de mogelijkheid alle monden te kunnen voeden.

Maar door gentech zie je toenemend gebruik van bestrijdingsmiddelen, monopolisering van de zadenmarkt en onvoorspelbare effecten van de gentech.

Duurzame glastuinbouw

Duurzame glastuinbouw

Bij de duurzame glastuinbouw maakt men gebruikt van geothermie (haal water op 2300 m diep naar boven van 75 oC) Eén put is genoeg voor 20 ha glastuinbouw. Kost wel zoveel dat je moet samenwerken. (2x jaaromzet)
 In 2020 50 putten. Met 5 windmolens ( 10 MW totaal) erbij is de kas energieneutraal.
CO2 komt van bronnen als raffinaderijen, kolencentrales e.d. of van WKK's die elektriciteit produceren maar de warmte en de CO2 naar de kas laten gaan. In NL al 3000 MW ofwel 10 % van de elektra in Nederland.
De grond is te recyclen steenwol dat niet (door methylbromide) ontsmet hoeft te worden
Ingenieuze druppelsystemen geven de juiste hoeveelheden en samenstelling (agrotechnologisch infuus)
Overtollig water wordt weer hergebruikt.
Kieren gesloten. Alles geisoleerd. Gesloten schermen tegen lichtvervuiling. Dan is wel ventilatie nodig.
Licht (3x meer dan nodig) kan nog met lenzen geconcentreerd worden voor zonneboiler of zonnepanleen toepassing.
Melkwit glas zorgt voor betere verstrooiing en 10 % meer opbrengst.

In 2010 verbruikte de sector 448.000 m3 gas /ha/jaar      
De WKK's brachten 1.143.000 kWh op

Hoe ze in het verre oosten hier mee bezig zijn is te zien in deze ppt

Kassen zouden de accu van de aarde (de zon) kunnen optimaliseren. Minder windschade, verdamping, energie en water nodig grotere zoninstralingsflux, productie. Ze kunnen warmte opwekken voor de omgeving. Verticale kassen ? Ga van grijs naar groen, van hard naar zacht, van asfalt naar vegetatie, van beton naar aarde. Soms gaat de teelt naar de daken om je te kunnen weren tegen overstromingen. Fabrieken voor meststoffen waar struviet (fosfaat) wordt gerecycled. 

LED-verlichting in de glastuinbouw. kan met slim gebruik tot 50 procent energie besparen. Daarnaast heeft het gebruik van leds nog andere voordelen die de huidige lichtbronnen – hogedruk natriumlampen – niet hebben, zoals het kunnen bijsturen met de kleur van het licht, de opstelling van de lichtbron ten opzichte van de plant of de intensiteit van het licht. Zo kan de verlichting veel efficiënter worden gebruikt, ten gunste van een nog betere groei van de plant en hogere kwaliteit van het product.

De glastuinbouw is goed voor 10% van het aardgasgebruik in Nederland en 5% van de CO2 uitstoot. In 2005 werd in Bergerden bij Arnhem de eerste energieproducerende kas, gebouwd met Fiwihex warmtewisselaars, een gesloten kas, Lexan Zig Zag dak van polycarbonaat (zeer goed geïsoleerd), warmte-koude opslag in aquifers. De kosten waren nog te hoog voor commerciële toepassing. Er zijn nu nieuwe types gebouwd met windmolens, PV-panelen, nieuwe technieken voor de schermen, een nieuwe dakconstructie en luchtbehandelingssystemen.

Natuurinclusieve landbouw

= landbouw waarbij je met zorg de grond weer gezond en zelfproductief laat worden waardoor je geen stikstof en fosfaat meer hoeft toe te voegen. Waar je water niet hoeft uit te knijpen. Een bedrijvigheid met cyclische kringlopen. Dan krijg je een nieuw soortenrijk landschap met mooie boeren producten, betere gelukkige boeren en gezondere burgers. En die burger is gemiddeld nog goedkoper uit ook want wat hij meer betaalt in de supermakrt krijgt hij indirect terug vanwege ongebruikte belastingcenten.  

Agroforestry en voedselbossen

Agroforestry (boslandbouw) kan een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van de landbouw. Hierbij wordt de akkerbouw of groenteteelt gecombineerd met de teelt van bomen of struiken. Door deze teelten te combineren, kan onder andere de weerbaarheid van het landbouwsysteem worden verhoogd. Ook heeft het voordelige gevolgen voor het milieu.

De bomen worden bij boslandbouw op een relatief ruime afstand van elkaar geteeld. In de tussenruimte kunnen dan bijvoorbeeld graan, kool of aardappels worden verbouwd. De bomen kunnen naast akkerbouw en groenteteelt ook worden gecombineerd met veeteelt.

Volgens de organisaties die aanwezig waren bij de dialoogbijeenkomst, kan agroforestry binnen 15 jaar uitgroeien tot een nieuwe landbouwstandaard voor Nederland. Het milieu, de consument én de landbouw zullen hier volgens hen voordeel aan beleven.

In bomen en struiken zitten bijvoorbeeld nuttige biologische bestrijders waardoor boeren minder chemische bestrijdingsmiddelen hoeven te gebruiken. Ook zorgt agroforestry voor een aantrekkelijker landschap en een verhoging van de biodiversiteit. Verder kunnen ecologische hulpbronnen beter benut worden en zorgen bomen voor extra CO2-opslag.

De stap naar boslandbouw is volgens Wageningen op dit moment relatief eenvoudig dankzij nieuwe technieken als drones, satellietbeelden en zelfrijdende lichtgewicht tractoren. Met deze technieken ontstaan mogelijkheden voor het goed beheren van het teeltsysteem, zoals slimme gerobotiseerde oogstmachines. Dit kan vervolgens weer helpen om complexe mengteelten op grootschalig niveau toe te passen.

Een handzame uitleg wanneer dit in bossen wel of niet mag is hier te zien.

Plantlabs

Je zou planten kunnen telen in Plantlabs

plantlab- Voedsel productie met 90% minder water, zonder pesticiden en op elke gewenste locatie
- Local for Local met optimale afsteming tussen vraag en aanbod, 'just in time'.
- van Foodmiles naar Foodsteps
- Meer dan biologisch
- Vooral Lekker en voedzaam
- van voedsel naar voeding
- technologie ten behoeven van de essentiele wereld vraagstukken
- Voedsel zekerheid en voedsel veiligheid
- kwaliteit op maat (smaak, samenstelling inhoudstoffen, uiterlijk, etc.)
- van voedsel naar voeding

In Nederland is het aandeel biologische voeding 2,3%. In Oostenrijk 6%.

3% van de melk is in Nederland biologisch. In Denemarken 30%. Een consument wil gemiddeld maar 6% meer betalen voor biologische producten.

Er bestaat nu ook meatless vlees = 2/3 vlees en 1/3 rijstbloem, water (80%) en zeewier (als bindmiddel) 30% minder vet. Zie hier

Zie verder de lesprogramma's over duurzame voeding of duurzame veehouderij

Lager gebruik bestrijdingsmiddelen

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen kan omlaag door
- kweken resistente gewassen
- ziektevrij houden
- rotatieteelt
- geavanceerde bemonstering en teeltmethoden
- beslissingsondersteunende systemen (alleen spuiten als het echt nodig is)
- precisie landbouw waarbij bestrijdingsmiddelen alleen worden ingezet waar ze nodig zijn (via gps)

De laatste tien jaar zit er 85 % minder in het oppervlakte water (maar dit had 95 % moeten zijn)
30 % minder in de bodem
95 % minder in het grondwater

Nederland gebruikt nog steeds het meeste aan grondontsmettingsmiddelen in heel Europa (10 kg/ha)

Feiten over CO2 en de landbouw

Tomaten uit Spanje leveren veel CO2 door het transport 1.010 kg CO2 (/1000 kg)
Tomaten uit gemiddelde Nederlandse kas ook door verlichting en verwarming 1.725 CO2
Biologische landbouw teelt minder effectief en produceert dus meer CO2 maar bestrijdingsmiddelen en de CO2-productie voor de vervaardiging zijn niet meegenomen.

Roos uit Kenya 10.250 kg CO2 / 1000 kg

Roos uit Nederland 23.000 kg CO2.

Bloemkool biologisch uit Nederland 400 kg CO2 in de vroege teelt

Bloemkool niet biologisch uit Nederland 350 kg CO2 uit de vroege teelt.

Bloemkool biologisch uit Nederland 250 kg CO2 in de zomer

Bloemkool niet biologisch uit Nederland 225 kg CO2 in de zomer.

Men wil in 2020 CO2-neutrale kassen en teelt hebben. Maar de kwaliteit van biologische groenten is anders. Buiten en zonder verwarming in Nederland is het beste.

Over 50 jaar eten we misschien voedsel uit algen, schimmels en wieren en voor 10% uit nostalgische diervriendelijke producten.

Andere wetenswaardigheden  

China heeft de meeste ha biologische landbouw van de wereld (3,5% 4 miljoen ha) op Australië na. Biologische bonen, rijst, thee, paddestoelen, knoflook. Kijk maar eens op www.landbouwatlas.nl.

De huidige voedingsgewassen zijn over het algemeen eenjarige gewassen. Misschien moeten we overstappen op meerjarige planten die uitgebreide wortelsystemen vormen en daardoor erosie voorkomen en de grond in goede conditie houden. Ook kunnen zij groeien in gebieden die nu nog beschouwd worden als ongeschikt voor de landbouw. De planten hebben veel minder stikstof nodig omdat ze niet telkens weer een heel wortelstelsel hoeven bouwen. Ze hebben diepere wortels en een langer groeiseizoen en ze houden 50% meer CO2 vast. Ze hoeven niet elk jaar opnieuw geplant te worden en er zijn minder pesticiden en kunstmest voor nodig (Bron: Scientific American, nummer 7 2007).

Bedrijven en organisaties in de voedingsbranche werken wereldwijd samen aan manieren om de productie te optimaliseren en transparanter te maken. Vanwege de lange toeleveringsketen is de voedingssector nu nog lastig te overzien. Verschillende tools maken verschillende stappen in de keten aanzienlijk eenvoudiger.

1. Palmolie

De Britse Food and Drink Federation biedt hulp aan bedrijven die duurzaam geproduceerde palmolie willen gebruiken in hun producten. Een vorige jaar gepresenteerde gids geeft stap voor stap aan hoe bedrijven dat kunnen aanpakken. Van een eerste inventarisatie van het verbruik, tot aan de eindevaluatie van de veranderingen.

De Britse organisatie pleit ervoor dat het bedrijfsleven niet wacht op nieuwe Europese wetgeving over het gebruikt van palmolie, maar zelf het voortouw neemt in de omschakeling naar duurzame grondstoffen.

2. Cacao

De grote snoepfabrikanten als Mars en Nestlé zijn grootverbruikers van cacao en stelden strikte doelstellingen  over gebruik van duurzaam geproduceerde chocolade. Wereldwijd bestaan tenminste drie breed gedragen certificaten voor chocola, Max Havelaar, UTZ Certified en Rainforest Alliance.

Sinds begin dit jaar werkt Mondelez met Flotis, een op maat ontwikkelde tool waarmee het concern precies bijhoudt hoeveel cacao duurzaam geteeld en verhandeld is. Onderdeel van de transparantie is bovendien dat het systeem nauwkeurig de betalingen aan de cacaoboeren bijhoudt. Mondelez is een van de grootste chocoladefabrikanten ter wereld, met een omzet van $ 35 mrd per jaar. Bekende merken zijn onder meer Toblerone en Milka. De tool geeft het concern inzicht in de hele productieketen.

3. Vis

Kabeljauw en schelvis behoren tot de vissoorten die lijden onder overbevissing. Overheden hebben daarom vangstbeperkingen ingesteld om het uitsterven van de soorten te voorkomen. De administratie is voor rederijen tijdrovend en kostbaar.

Het Whitefish project van Europese rederijen en universiteiten maakt een einde aan die ingewikkelde papierwinkel. Op basis van een aantal vastgestelde standaarden kan een bedrijf direct zien hoe het scoort op duurzaamheid, en waar nog winst te behalen valt.

4. Ontbossing

Het online platform Global Forest Watch heeft in het eerste jaar dat het platform bestaat, zijn nut al bewezen. Het platform is opgezet om illegale houtkap aan te tonen en te voorkomen. Wereldwijd vormt houtkap als gevolg van de aanleg van nieuwe landbouwgebieden de grootste bedreiging voor onaangetast bos.

Het gezamenlijke initiatief van het bedrijfsleven en NGO’s maakt gebruik van realtime informatie over de staat van de bossen. Satellieten, NGO’s en de lokale bevolking leveren de ruwe data. Overheden krijgen direct een waarschuwing als illegale houtkap plaatsvindt. Ook achteraf kunnen bedrijven ter verantwoording worden geroepen.

5. Voedselverspilling

Ziekenhuizen en zorginstellingen verspillen 20 tot 50 procent van het voedsel dat ze inkopen. Voedsel dat in de vuilnisbak belandt, is niet alleen zonde, maar ook kostbaar. Per jaar kan een ziekenhuis minimaal € 50.000 besparen als de inkoop zorgvuldiger verloopt, zo berekende de Wageningen Universiteit. Een nieuwe webapplicatie helpt de verspilling te reduceren. Dat bespaart tot 22 procent op de voedselkosten voor patiënten.

De scan, ontwikkeld door de Foodprofessor, registreert de productiegegevens van gerechten. Daaruit blijkt direct het aantal en de grootte van de maaltijden en hoeveel eten er per dag overblijft. Op basis daarvan zijn enkele relatief simpele en gerichte aanpassingen mogelijk.

Tegenwoordig kent men het hele genoom (alle erfelijke eigenschappen) van Katoen (2015, 41.000 genen), Rijst (2002 37.000 genen), Druif (2007, 30.000 genen) , Tomaat (2014, 35.000 genen), Aardappel (2011, 39.000 genen). Nu men dit weet kan men gaan proberen de opbrengst te verhogen, de resistentie tegen ziekten te verbeteren en de tolerantie tegen hitte en droogte. Ook kan men proberen de vezels te verbeteren of b.v. bij de aardappel amylosevrije varianten te maken voor de zetmeelindustrie.   

Meer door Esmeralda Borgo - BioForum Vlaanderen

Voedsel voor mensen, in plaats van biobrandstoffen

In plaats van steeds te focussen op continue productieverhoging zouden de beschikbare gronden beter ingezet worden voor humane voeding in plaats van veevoeders of biobrandstoffen. Bovendien moet afgerekend worden met de vele voedselverliezen in de keten. Onderzoek geeft aan dat de wereld op een agro-ecologische manier gevoed kan worden in een bredere strategie waarbij nauwelijks of geen gronden meer ingezet worden voor veevoerproductie en waarbij voedselverspilling grondig wordt aangepakt.

Overigens gaat men er te gemakkelijk van uit dat de opbrengststijgingen van de vorige eeuw gehandhaafd kunnen worden. Nu al wijzen de cijfers er op dat het gedaan is met de exponentiële groei: tijdens de recentste decennia zien we dat de opbrengststijgingen afvlakken, wellicht als gevolg van klimaatverandering en de aanhoudende bodemdegradatie. Niet onlogisch, want we hebben immers te maken met genetisch uniforme monoculturen die erg kwetsbare landbouwsystemen zijn, gevoelig voor epidemieën en diverse stressfactoren. Het zijn industriële landbouwsystemen die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en chemie voor de productie van kunstmest resp. bestrijdingsmiddelen. Ze tasten de vruchtbaarheid van onze bodems aan en vergen veel water. Industriële landbouw is daarom op lange termijn niet vol te houden. Heel wat landen wereldwijd leven vandaag in een tijdelijke “food bubble” van voedselzekerheid, terend op de bodems, de grondwaterreserves en de natuurlijke hulpbronnen.

En het wereldvoedselprobleem is meer dan alleen honger (in termen van calorieën) bestrijden. Steeds meer mensen hebben te maken met obesitas, overgewicht of gebrek aan voedzame micronutriënten. Ook dit is een gevolg van onder meer de bodemdegradatie en de éénzijdige, op productie (in kilo’s) gerichte veredeling. Middelen voor landbouwonderzoek en – investeringen zijn historisch vooral besteed aan enkele calorierijke bulkgewassen. Maar voedselzekerheid moet meer zijn dan louter calorieën garanderen!

Genetische erosie

In het debat omtrent voedselzekerheid, lijkt niet zozeer de nadruk op meer productiviteit (van hetzelfde) op z’n plaats, dan wel een pleidooi voor meer agrobiodiversiteit om een gezond en divers voedselpatroon te realiseren. Het omkeren van de genetische erosie van onze voedselgewassen is een cruciaal aandachtspunt vanuit nutritioneel oogpunt, dat bovendien ook aan te bevelen is om de veerkracht van ons voedselsysteem tegen externe schokken zoals klimaatverandering te verhogen. En ook de biodiversiteit in z’n breedste betekenis moet gevrijwaard worden. Het ecosysteem met z’n insecten, bodemfauna en andere levensvormen voorziet immers de nodige ecosysteemdiensten om onze voedselproductie überhaupt mogelijk te maken. En we hebben uiteraard ook nood aan veerkrachtige bodems met voldoende organische stof voor een gezond bodemleven. Bemestingsstrategieën met aandacht voor koolstofrijke, traag werkende bemesting, met organische meststoffen, compost of groenbemesters, zodat het bodemleven weer gezond en actief wordt.

Droogte klimaat geo-engineering

Landbouwbodems hebben het de laatste eeuw zwaar te verduren gehad. Er zal tijd nodig zijn om ze opnieuw op peil te krijgen. Platte vergelijkingen tussen gangbare en biologische (agro-ecologische) landbouw zijn daarom intellectueel oneerlijk. Een bodem die decennialang te lijden heeft gehad onder kunstmeststoffen en pesticidegebruik moet eerst opnieuw herstellen. Positief nieuws is dat herstel van bodems wel degelijk mogelijk is.

Kortom, willen we de wereld adequaat voeden, vandaag en in 2050, dan hebben we nood aan agro-ecologische voedselsystemen en boeren, véél boeren, die ruimte bieden voor (agro)biodiversiteit!

Er wordt meer dan voldoende voedsel geproduceerd en toch is er honger

In 2016 waren er 815 miljoen mensen die chronisch honger leden. Voor het eerst sedert jaren was er weer een stijging, toen de teller nog op 777 miljoen stond. De meerderheid van deze mensen, 489 miljoen mannen, vrouwen en kinderen, leven in landen waar er conflicten zijn.

Het zijn de mensen die op het platteland wonen, die het hardst getroffen worden door de conflicten, met een negatieve impact op voedselproductie en toegang tot voedsel.

Desondanks is er vandaag voldoende voedsel beschikbaar. Volgens de FAO is de gemiddelde hoeveelheid beschikbare calorieën (na aftrek van voedselafval, veevoeders en toepassingen buiten de voeding) jaar na jaar gestegen tot 2.770 kcal/pers/dag (2005-2007), wat voldoende is. Dit voedsel is echter niet gelijk verdeeld.

Honger is dus niet zozeer een gevolg van te weinig productie, maar heeft te maken met politieke en economische factoren. Conflicten leiden rechtstreeks tot honger. En het is al langer bekend dat honger met armoede, discriminatie en toegang tot voedsel heeft te makenvii. Als we meer voedsel gaan produceren, zal dat niet vanzelf ter beschikking komen van diegene die dat voedsel het meest nodig hebben. Door de wereldwijde vrijemarktlogica komt de landbouwproductie niet terecht op de plaatsen waar de noden het hoogst zijn, maar wel waar het voor de hoogste prijs kan verkocht worden. Daarbij kan het net zo goed gaan om veevoeder als om biobrandstoffen. Het perverse van de wereldhandel is dat landen worden gestimuleerd om meer te kiezen voor de productie voor de export en tegen harde valuta, dan voor het voeden van de eigen bevolking die op heel wat plekken te arm is om voor het voedsel te kunnen betalen.

Land grabbing

Meer nog, door de behoefte aan vruchtbare gronden, worden boeren van hun grond verdreven. We zien dit gebeuren in arme landen waar boeren uiteindelijk terecht komen bij het legertje werklozen in de steden. Dit is geen nieuw fenomeen: in de koloniale tijd pikten Europese mogendheden de vruchtbaarste gronden van Afrika, Azië en Latijns-Amerika in voor exportproducten zoals suikerriet, koffie, katoen, cacao, rubber,... Tegenwoordig is er opnieuw een massale grondroof of land grabbing aan de gang, ditmaal door multinationals. En niet alleen in ontwikkelingslanden maar ook elders verdwijnt grond in de handen van (buitenlandse) investeerders, banken, multinationals of rijke individuen.

Land grabbing is de praktijk van grootschalige landverovering, door het opkopen of leasen van grote oppervlaktes grond door binnenlandse of buitenlandse multinationals, regeringen en individuele aankopers. Ook Europa doet hier aan mee, wat blijkt uit een studie op vraag van het Europees Parlement (Subcomité mensenrechten). Het rapport identificeert in detail hoe verschillende Europese actoren betrokken zijn bij landroof buiten de Europese Unieviii. Dit gebeurt door Europese bedrijven, investeringen door Europese financiële instellingen en pensioenfondsen en zelfs met Europees ontwikkelingsgeld! Land grabbing gebeurt zelfs binnen Europa, waarbij vooral de goedkope Oost-Europese gronden geliefd zijnix.

De NGO GRAIN stelde in 2016 een dataset voor van grootschalige (> 500 ha) landgrabbing projecten die geïnitieerd zijn na 2006, geleid door buitenlandse investeerders, met het oog op voedselproductie. Alles samen betreft deze selectie 491 gevallen en 30 miljoen hectare grond verdeeld over 78 landenx.

Er veel wordt voedsel en vruchtbare grond verspild

In plaats van steeds te focussen op continue productieverhoging zouden de beschikbare gronden beter ingezet worden voor humane voeding. 36% van de wereldwijd geproduceerde calorieën gaat vandaag naar veevoer, en slechts 12% van deze calorieën komen uiteindelijk terecht in humaan voedsel. Calorieën gaan ook verloren als gevolg van de biobrandstofproductie: dat aandeel steeg van 1% in 2000 naar 4% in 2010.

Onderzoekersxi van het Institute on the Environment van de University of Minnesota stellen voor om een andere indicator te gebruiken voor “opbrengst”, m.n. door niet zozeer het aantal ton per hectare te berekenen maar wel het aantal mensen te becijferen die je kan voeden per hectare akkerland. Zij stelden vast dat, indien je akkerlanden uitsluitend zou inzetten voor menselijke consumptie, het aantal voedselcalorieën geschikt voor humane voeding met 70% zou kunnen toenemen. Daarmee kunnen in theorie een bijkomende 4 miljard mensen gevoed worden, dus meer dan de 2 à 3 miljard die nodig is voor de (voorspelde) bevolkingsaangroei.

Bovendien moet er een einde komen aan de vele voedselverliezen in de keten. De FAO becijferde dat minstens een derde van het voedsel voor humane consumptie verloren gaat of verspild wordtxii. Volgens berekeningen van de Europese Commissie wordt alleen al in de EU elk jaar 90 miljoen ton voedsel weggegooid. Dat is 180 kg per persoon. Veel van dit voedsel is nog geschikt voor menselijke consumptiexiii.

Onderzoek van FiBL Zwitserlandxiv geeft aan dat de wereld op een agro-ecologische manier kan gevoed worden in een bredere strategie waarbij nauwelijks of geen gronden meer ingezet worden voor veevoederproductie en waarbij voedselverspilling grondig wordt aangepakt.

Vruchtbare bodems komen op die manier vrij omdat ze niet langer nodig zijn voor de productie van veevoeders. Vleesconsumptie wordt deels vervangen door een groter aandeel peulvruchten in het voedselpatroon. Peulvruchten maken overigens deel uit van een agro-ecologisch gewasrotatieschema omdat ze stikstof uit de lucht vastleggen in de bodem. Ze zijn dus een interessante stikstofbron. Dieren kunnen wel nog op extensieve wijze gehouden worden op de resterende graslanden: gronden die niet geschikt zijn voor akkerbouw maar die wel een belangrijke rol kunnen spelen bij de vastlegging van koolstof.

Productie industriële landbouw wordt overdreven en stagneert door onder andere bodemdegradatie

De Groene Revolutie van de vorige eeuw heeft enorme opbrengststijgingen gerealiseerd, bij een beperkt aantal stapelgewassen waarbij men inzette op HYV’s (high yielding varieties). Deze HYV’s zijn ontwikkeld om goed te reageren op chemische inputs (kunstmest, pesticiden), waar ze dan ook erg afhankelijk van zijn. Desondanks levert de grootschalige landbouw nog steeds maar 30% van onze voedselproductie op. Nog steeds wordt 70% van het voedsel in de wereld geproduceerd door kleine boeren.

Intussen lijkt het gedaan te zijn met de exponentiële groei: tijdens de recentste decennia zien we dat de opbrengststijgingen afvlakken. Uit een meta-analyse (samen meer dan 2,5 miljoen observaties wereldwijd) waarbij onderzoekers de ontwikkeling van opbrengsten wereldwijd onderzochten, blijkt dat al in 24-39% van de gebieden waar maïs, rijst, tarwe en soja worden geteeld, de opbrengsten stagneerden of verminderden in de periode 1961-2008. De auteurs leggen verband met onder meer klimaatverandering en bodemdegradatiexvi. We mogen bovendien ook niet uit het oog verliezen dat de genetisch uniforme monoculturen erg kwetsbare landbouwsystemen zijn, gevoelig voor epidemieën en diverse stressfactoren.

Bovenstaande toont de kwetsbaarheid van het industriële landbouwsysteem aan. Het is sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen en chemie voor de productie van kunstmest resp. bestrijdingsmiddelen. Het is één van de grotere motoren van het klimaatprobleem. Wereldwijd stijgen de zorgen over de bodem. Volgens de FAO verdween de voorbije veertig jaar 33% van onze vruchtbare bodems, als gevolg van erosie, uitputting, roofbouw en bebouwing. De koolstof die in de bodems is opgeslagen, verdween als broeikasgas in onze atmosfeer. Als we zo doorgaan, is de vruchtbare bodemlaag binnen de 60 jaar op!xvii

Voedselzekerheid is meer dan alleen maar calorieën produceren

Er is niet alleen honger! In 2014 hadden al 600 miljoen volwassenen te maken met obesitas. Dit is zowat 13% van de volwassen wereldbevolking. Liefst 1,9 miljard mensen hebben last van overgewicht. Het probleem van overwicht doet zich vooral voor in Noord-Amerika, Europa en Oceanië waar 28% van de volwassenen obees zijn. Ook kinderen ontsnappen er niet aan: in 2014 hadden 41 miljoen kinderen jonger dan 5 jaar te kampen met overgewicht.

En er is ook “verborgen honger”: twee miljard mensen hebben een gebrek aan voedzame micronutriëntenxviiixix. Ook dit is onder meer een gevolg van de bodemdegradatie en de éénzijdige, op productie (in kilo’s) gerichte veredeling. Belangrijkste gevolgen van het gebrek aan micronutriënten zijn vitamine A (veroorzaakt blindheid bij kinderen en verhoogt de kans op ziekte en zelfs de dood als gevolg van infecties), ijzer (veroorzaakt bloedarmoede, vooral bij vrouwen) en jodium (tijdens de zwangerschap kan dit na de geboorte leiden tot zwakkere mentale gezondheid bij het kind). Andere belangrijke tekorten zijn vitamine D en B12, folaat, calcium en zinkxx. Een divers en uitgebalanceerd dieet biedt garanties tot opname van een breed gamma van nutriënten, mineralen, antioxidanten en andere.

Middelen voor landbouwonderzoek en –investeringen zijn historisch vooral besteed aan enkele calorierijke bulkgewassen. Vandaag maken rijst, maïs en tarwe meer dan 50% uit van het plantaardige menselijke voedselxxi. 86% van de wereld ”calorie”markt betreft slechts 16 gewassenxxii. Voedselzekerheid moet echter meer zijn dan calorieën garanderen. In het debat omtrent voedselzekerheid, lijkt niet zozeer de nadruk op meer productiviteit (van hetzelfde) op z’n plaats, dan wel een pleidooi voor meer agrobiodiversiteit om een gezond en divers voedselpatroon te realiserenxxiii. Het omkeren van de genetische erosie van onze voedselgewassen is een cruciaal aandachtspunt vanuit nutritioneel oogpunt, dat bovendien ook aan te bevelen is om de veerkracht van ons voedselsysteem tegen externe schokken zoals klimaatverandering te verhogenxxiv.

Waterschaarste onderbelicht in voedseldebat

Een bedreiging dat binnen het debat omtrent voedselschaarste stelselmatig over het hoofd wordt gezien, is de uitputting van de grondwatervoorraden. Een volwassen persoon drinkt alles bijeen zo’n 3 à 4 liter water per dag, maar daarnaast vergt het ongeveer 2.000 liter water om ons dagelijks voedsel te produceren. Volgens de FAO is 70% van het waterverbruik wereldwijd voor rekening van de landbouw (irrigatie). De FAO voorspelt dat in 2025, 1,8 miljard mensen zullen leven in regio’s met absolute waterschaarste (minder dan 500 m3 p.p. per jaar) en 2/3 van de wereldbevolking zal onder “waterstress” leven (tussen de 500 en 1000 m3 p.p. per jaar)xxv.

Veertig procent van de wereldwijd geïrrigeerde oppervlakte is afhankelijk van grondwater. De grondwatervoorraden worden niet snel genoeg aangevuld, met als gevolg dat de grondwatertafels overal dalen. De stijgende graanoogsten van de voorbije eeuw zijn mee te danken aan het overmatig verbruik van deze grondwaterlagen. Zodra deze uitgeput geraken, zullen de opbrengsten opnieuw dalen. In feite kunnen we spreken van “food bubbles” waarbij voor een beperkte periode een vals gevoel van “voedselzekerheid” werd gecreëerd. Dit is minstens het geval in 18 landen die samen meer dan de helft van de wereldbevolking vertegenwoordigen. In landen als China, Indië en de VS, wordt voedsel geproduceerd ten koste van de grondwaterhulpbronnenxxvi.

WWF geeft aan dat van de 70% van het waterverbruik dat gaat naar landbouw, zowat 60% verloren gaat door slecht functionerende irrigatiesystemen of door de teelt van sterk waterbehoeftige gewassen in te droge regio’sxxvii. Een veel efficiënter landbouw- en voedselsysteem dringt zich op.

Het alternatief

We hoeven niet meer monoculturen van bulkgewassen met behoefte aan grote hoeveelheden inputs zoals chemische meststoffen, pesticiden en (irrigatie)water. Willen we de wereld voeden, dan hoeven we ook geen gewassen afkomstig van dure en verstorende veredelingsprocessen (zoals bij GGO’s), toegeëigend aan multinationals via dure patenten. We hebben wel behoefte aan meer diversiteit in gewassen met een hogere nutritionele inhoud, geteeld op gezonde vruchtbare bodems. Ook IPES-Food vestigt de aandacht op meerdere studies die verbanden tonen tussen diversiteit in landbouwproductie en diversiteit in nutritionele opname in verschillende regio’sxxviii.

Die diversiteit in gewassen is hoofdzakelijk afkomstig van kleinschalige boeren. Door de eeuwen heen hebben zij 2,1 miljoen variëteiten van liefst 7.000 gedomesticeerde planten veredeld. 80 à 90 % daarvan wordt nog steeds door hen bewaard, gedeeld of soms lokaal verkochtxxix. Meer diversiteit betekent ook meer veerkracht tegen extreme weersomstandigheden.

Niet alleen de agrobiodiversiteit moet beschermd worden, willen we de wereld blijven voeden, maar ook de biodiversiteit in z’n breedste betekenisxxx. Het ecosysteem met z’n insecten, bodemfauna en andere levensvormen levert de nodige ecosysteemdiensten om onze voedselproductie überhaupt mogelijk te maken. Zo zijn bijvoorbeeld schattingen gemaakt van de globale impact van het verlies van bestuivende insecten op de productie van fruit, groenten, noten en zaden, en hoe dit zich verhoudt tot de mogelijke veranderingen op nutritioneel vlak (micronutriënten). Bij een gelijke calorische inname blijkt dat de verminderde beschikbaarheid van dergelijk voedsel, als gevolg van een vermindering van 50% van de ecosysteemdienst “bestuiving”, zou leiden tot een extra jaarlijks dodenaantal van 700.000. Dit als gevolg van ziekten die samenhangen met micronutriëntendeficiëntiexxxi.

En we hebben ook veerkrachtige bodems nodig met voldoende organische stof voor een gezond bodemleven. We hebben behoefte aan bemestingsstrategieën die het klassieke chemische denken in “stikstof, fosfaat en kalium termen” overstijgen. Strategieën met aandacht voor koolstofrijke, traagwerkende bemesting, met organische meststoffen, compost of groenbemesters, zodat het bodemleven weer gezond en actief wordt. Bemestingsstrategieën waarbij ook voldoende aandacht wordt besteed aan de aanwezigheid van diverse micronutriënten.

We zullen ook geduld moeten hebben. Landbouwbodems hebben het zwaar te verduren gehad. Er is tijd nodig om ze opnieuw op peil te krijgen. Platte vergelijkingen tussen gangbare en biologische (agro-ecologische) landbouw zijn daarom intellectueel oneerlijk. Een bodem die decennialang te lijden heeft gehad onder kunstmeststoffen en pesticidegebruik moet eerst opnieuw herstellen. Het goede nieuws is dat herstel van bodems wel degelijk mogelijk is. Recent verschenen de resultaten van een Nederlands langdurend onderzoekxxxii waaruit blijkt dat de productiviteit na 13 jaar dezelfde is op biologische of gangbare percelen. De biologische percelen leiden bovendien tot stabielere en efficiëntere productie: met 50% minder nitraatuitspoeling, meer organische stof en een stabieler bodemvoedselweb. Er zijn minder schommelingen in de opbrengst, omdat de bodem zelf schokken kan opvangen. Door de toediening van traag werkende meststoffen zijn er ook minder pieken en dalen in de nutriëntgehaltes in de bodem. Dit onderzoek bevestigt ook de resultaten van eerdere langdurige onderzoeken zoals van het Noord-Amerikaanse Rodale Institute. Dergelijke studies bewijzen ook hoe cruciaal een gezonde bodem is voor een stabiel landbouwsysteem.

Kortom, willen we de wereld adequaat voeden, vandaag en in 2050, dan hebben we agro-ecologische voedselsystemen en boeren nodig, véél boeren, die ruimte bieden voor (agro)biodiversiteit!

 

 

Websites

Groen kennisnet heeft veel informatie, lessen ect over land- en tuinbouw als

 

www.food-info.net: De productiewijze van voedsel en voedselveiligheid zijn de belangrijkste aandachtsgebieden op deze site. Food-info geeft achtergrondinformatie over voedsel de productiewijze van voedsel ingrediënten (additieven) voedselveiligheid en de relatie tussen voeding en gezondheid
Duurzame akkerbouw: www.ziezo.biz

Kennisakker.nl biedt kennis en informatie voor een duurzame ontwikkeling van de Nederlandse akkerbouw.

Duurzame voeding

DuVo, www.duvo.nl, brengt een aantal gerenommeerde bedrijven uit alle schakels van de keten samen bij hun zoektocht naar mogelijkheden om de duurzaamheid van hun handelen te verbeteren.

Duurzame initiatieven van bedrijven

Hieronder staan bedrijven en welke recente initiatieven ze ontplooien op het gebied van duurzaamheid.

De portal over voeding en duurzaamheid: meer-weten-over-eten

Duurzaam groenten en fruit kopen op de site van milieucentraal.

Alles over gezonde voeding: www.voedingscentrum.nl

 

Biologische producten

Veel info over biologische producten maar ook over alle aanbiedingen van de week bij de grote supermarkten: www.biologischeaanbiedingen.nl/

Voedselafdruk

Door 15 vragen te beantwoorden bereken je snel je persoonlijke Voedsel Voetafdruk op www.voedselvoetafdruk.nl/

 

Verder leren

Module duurzame veehouderij

Module duurzame voeding
Informatiekaart duurzaamheid in het groene onderwijs

Prima filmpje over nieuwste duurzame trends in de landbouw

Filmpje voorop in de vergroening

Flitsend filmpje over de Groene Campus te Helmond

 

%MCEPASTEBIN%