E-Learning

Ga aan de slag. Succes !



Werk samen


In de natuur blijkt dat als je samen werkt je meer overlevingskansen hebt. Dat is ook zo in de economie. Door samen te werken maak je een samenleving. Een samenleving waarin iedereen zijn plek heeft en bijdraagt.
Zorg dat je ergens goed in wordt. Ontwikkel dat. Ontdek wat je leuk vindt en waar je energie van krijgt. Ga samenwerken met personen die weer goed zijn in andere dingen of de dingen waar jij moeite mee hebt. Samen ben je sterk. 

Als een samenleving een hoge dichtheid krijgt ontstaat er nog veel meer creativiteit. In een dorp kan je geen Thai's restaurant naast een Chinees, Nepalees, India of Italiaans restaurant hebben. In een grote stad kan dat wel. Daar is het ook gemakkelijker een groepje personen bijeen te krijgen die aan de slag willen met een nieuw creatief idee.In een dorp is dat veel moeilijker.

In de natuur zie je dat ook. Er is een enorme rijkdom aan dieren ontstaan in de tropische regenwouden of heel veel soorten vis in een koraalrif. op plekken waar de dichtheid veel minder groot is zie je dat niet.

Bij alles zie je dat je samen sterker bent dan alleen.

Zo gaat het van micro -> meso -> macro -> mundo
dorp -> stad -> metropool -> wereldstad 
bank -> nationale bank -> internationale bank
winkel -> winkelketen -> multinational
kerkgemeenschap -> bisdom -> wereldgodsdienst
bioscooop -> bioscoopketen -> multinational
politie -> nationale politie -> interpol -> wereldwijd
boer -> coorporatie -> multinational

Opdracht

Wat is jouw talent ? Waar ben je goed in. Ga er naar op zoek of vraag anderen (je ouders, je leraren, je mede studenten) wat zij vinden.
Beschrijf dat !

Te denken valt aan 

- ik help anderen
- je kan op mij rekenen
- ik ben eerlijk
- ik ben gevoelig
- ik ben handig
- ik ben nieuwsgierig
- ik ben ordelijk
- ik ben slim
- ik ben sportief
- ik ben sterk
- ik ben vrolijk
- ik ben zelfstandig
- ik kan keuzes maken
- ik kan knuffelen
- ik kan luisteren
- ik kan oplossingen bedenken
- ik kan plannen maken
- ik kan samenwerken
- ik kan troosten
- ik kan voor mijzelf opkomen
- ik kan volhouden
- ik kan vrienden maken
- ik heb fantasie
- ik heb humor
- ik heb ideeën
- ik heb lief
- ik heb zelfvertrouwen

Mogelijke werkvorm:

Ga in tweetallen zitten.
Kies vijf van de bovenstaande items uit waarvan je vindt dat die bij de ander past en laat die aan de ander zien.
Leg dan uit wat je met de items bedoelt ? Herken je deze kwaliteiten bij jezelf? Hoe dan? Wat vind je daarvan?
Doe daarna de oefening nogmaals. Kies nu 5 items voor zichzelf en bespreek die met de ander.

Het kan ook verhelderend werken als je weet waar je niet goed in bent.
Je zou de bovenstaande opdracht ook op die manier kunnen uitvoeren. 

Als je weet waar je niet goed in bent kan je proberen te gaan samenwerken met iemand die daar wel goed in is.
Samen ben je sterk. 

Opdracht

Bekijk in het beroep waar je voor leert of micro-meso-macro en mundo ook een rol speelt.

Beschrijf dat.

Soms is te groot ook niet goed. Zie je daar ook voorbeelden van ? Beschrijf dat.