E-Learning

Ga aan de slag. Succes !



Ventilatie

Onderwerpen

Inleiding Vocht Bediening WTW systemen
Slechte binnenlucht Ventilatiesystemen Toevoerprofielen Ventilatie en verwarming
Hoeveel? Warmteterugwinning Afvoerventielen Warmtepompboiler
Hoe?  Energiezuinige systemen Ventilatie en verwarming Condensaatafvoer
(On)gecontroleerd Grondbuisventilatie Doorvoer maken Nul op de meter woningen
Onderhoud Ventilatiekanalen Afdichting uitvoeren Orientatie
Soorten ventilatie Flexibele kanalen Soorten platte daken Creatief idee
Balansventilatie Energiezuinige systemen In gestapelde bouw Scholen
Het baoptsysteem Buitenluchtroosters  Inregelen Adviezen
CO2 gestuurde ventilatie Overstroom openingen Kanalensystemen Geluid

V8

Inleiding

De meeste mensen willen een huis met veel daglicht en veel frisse lucht. Logisch, want dat is goed voor je gezondheid. Dus gebruik b.v. klapramen of ventilatieroosters. Maak de roosters elk kwartaal schoon. De luchtkwaliteit in woningen is soms tweemaal zo ongezond is als de buitenlucht. Een slecht binnenklimaat wordt steeds vaker genoemd als oorzaak van allerlei gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, slaapproblemen, huidklachten en aandoeningen aan de longen (astma). Aangezien we tegenwoordig meer dan 90% van de tijd binnen verblijven is het belangrijk om daar eens bij stil te staan.

Als de CO2 concentraties te hoog worden, moet de lucht ververst worden. Ook als de lucht vervuild en ongezond is.

Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat bij ruim 80% van de scholen, kinderdagverblijven, kantoren én woningen onvoldoende wordt geventileerd. Indien op natuurlijke wijze wordt geventileerd, d.w.z. door middel van het openen van ramen en luchtroosters, is men zich niet bewust van de luchtkwaliteit en weet men dus niet wanneer, hoeveel en hoelang geventileerd moet worden.

stoffen ventilatiekanaal

Als er sprake is van mechanische ventilatie blijken deze systemen vaak slecht te functioneren en hinderlijk veel geluid te produceren.De CO2-concentratie van de buitenlucht bedraagt op de meeste plaasten in Nederland circa 400 ppm. De hygiënische grenswaarde wordt bereikt als de CO2-concentratie is opgelopen tot 1.200 ppm. Dan ligt de zuurstofconcentratie nog ruim boven de vereiste 20,9%. Dit is dan ook de reden dat geavanceerde ventilatiesystemen altijd CO2-gestuurd zijn.

Zonder dat je het ziet kan de lucht van slechte kwaliteit zijn en daarmee voor veel klachten zorgen. Luchtverversing is daarom erg belangrijk. 

Lucht binnen wijkt vaak af van buitenlucht. Binnen kunnen de concentraties van stoffen, gassen en dampen door werkprocessen veel hoger liggen, zonder dat dit te zien of te ruiken is. Bovendien zorgen mensen binnen voor een toename van uitgeademde lucht en voor stofdeeltjes in de lucht vanwege kleding en de slijtage van huishoudelijk textiel en vloerbedekking.

Ook op slaapkamers waar twee mensen slapen in een relatief kleine ruimte kan de luchtkwaliteit onvoldoende zijn.

Vandaar dat de vuile lucht vervangen wordt door verse lucht. Het filteren van de vuile lucht biedt meestal geen oplossing vanwege de gassen dus ligt ventileren met buitenlucht voor de hand.

Slechte binnenlucht

Vuile lucht ontstaat door:

opname van stofdeeltjes door kleding en vloerbedekking
uitstoot van kantoorapparatuur zoals printers, faxen en kopieerapparaten
micro-organismen zoals schimmels en bacteriën doordat de lucht vochtig is
stoffen die tijdens werkprocessen vrijkomen

De binnenlucht kan slecht zijn vanwege 

1. Deeltjes en vezels

• Stof en fijnstof
• Bouwgruis en bouwstof.

2. Microbiologische agentia

• (Huisstof)mijten
• Schimmels (sporen)
• Pollen
• Bacteriën
• Door het menselijk lichaam afgegeven stoffen.

3. Chemische agentia. 

• Stikstofdioxide
• Ozon
• Koolstofdioxide (CO2)
• Vluchtige Organische Stoffen
• Formaldehyde
• Radon. Komt vrij uit beton. Uit beton met veel scheuren komt meer radon.
• Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's). Dit komt bijvoorbeeld vrij wanneer eten aan brandt.
• Koolstofmonoxide (CO). Komt vrij bij onvolledige verbranding. 

Vervuilde lucht kan leiden tot een groot aantal gezondheidsklachten. Veelvoorkomende klachten zijn:
. last van de luchtwegen/astma
. irritatie aan de ogen en huid
. het optreden van allergische reacties
. hoofdpijn
. concentratieproblemen

Maar je wilt niet alleen gezond wonen, een moderne woning moet ook nog eens heel energiezuinig zijn. Sterker nog: vanaf 2020 moet alle nieuwbouw in Nederland voldoen aan nieuwe, strenge eisen op het gebied van energieverbruik.

Als jij een frisse, gezonde woning zoekt die ook nog eens comfortabel en super energiezuinig is, dan is de kans groot dat je uiteindelijk zult kiezen voor een woning met balansventilatie.

Werkgebouwen met ventilatiesystemen die buitenlucht doorlaten leiden tot 35% minder ziekte op de korte termijn.

Laat het in een gebouw niet kouder worden dan 15 oC. Dat is beter voor het energieverbruik en dan wordt de kans kleiner om condens- schimmelvorming en gezondheidsklachten te krijgen. 

Ventileer op een moment dat het gebouw nog niet op temperatuur is b.v. in de ochtend.

Als je alles dicht houdt, kost dit geld. De lucht wordt dan namelijk vochtig en vochtige lucht opwarmen kost meer energie om te verwarmen dan droge lucht.  

Als deze klachten bij veel mensen in hetzelfde kantoorcomplex voorkomen en duidelijk gerelateerd zijn aan het gebouw, spreekt men ook wel van een sick-building-syndrome.

Hoeveel moet je ventileren?

Men raadt aan een ventilatie van          (daarvoor moet je onder de deur (van 88 cm) deur
Toilet      25 m3/h  ofwel   7 liter/sec        10 mm
Bad        50 m3/h  ofwel  14 liter/sec        20 mm 
Keuken   75 m3/h  ofwel  21 liter/sec.       30 mm doorgang hebben)

In totaal 150 m3/h ofwel 42 liter/sec

Daarnaast ventileert men 3,25 m3/h per m2 oppervlak van de woning. (Een woning met een vloeroppervlak van 78 m2 moet 78 x 3,25 = 253 m3 ventileren.
Onder de deur door moet de lucht kunnen ventileren. Je kan met het bovenstaande bekijken hoe groot de doorgang moet zijn). 

Ontwerprichtlijn balansventilatie in luchtdichte woningen: 

Normaalstand

In de normaalstand van een woningventilatie moet er ongeveer 30 m³/h per persoon worden geventileerd. De CO2 -concentratie in een ruimte mag daarbij niet langdurig uitkomen boven de 1000ppm. Daarom moet de benodigde ventilatie per ruimte worden afgestemd op het te verwachten gebruik ervan. Ook mag de relatieve luchtvochtigheid van de binnentemperatuur in de winter niet lager worden dan 30%. Het ventilatievoud van het gebouw ligt daarom in de normaalstand tussen 0,3/h en 0,4/h. Dit is in woningen met meerdere slaap- en verblijfsruimtes vaak het beste te realiseren met doorstroomventilatie, waarbij de toevoerlucht uit slaap- en verblijfsruimtes deels kan overstromen naar andere (verblijfs-)ruimten (bijvoorbeeld een woonkamer) en pas daar wordt afgevoerd. 

Laagste stand 

De laagste ventilatiestand (bij afwezigheid) wordt afgesteld voor een ventilatievoud van minimaal 0,2/h. Voor secundaire ruimtes, bijvoorbeeld trappenhuizen, geldt een ventilatievoud van minimaal 0,15/h.

Hoogste stand 

Het ventilatievoud van de hoogste stand moet voldoen aan de minimale eisen aan het geïnstalleerde vermogen van een ventilatie volgens Bouwbesluit. Het geïnstalleerde vermogen is afhankelijk van de capaciteit van het ventilatietoestel en de luchtweerstand van het ventilatiessyteem. De maximaalstand wordt toegepast om het gebouw te ventileren bij een grote tijdelijke bezetting of bij behoefte om te spuien. Ook kan de maximaalstand (in bypassmodus) worden ingezet voor zomernachtventilatie. 

Verwarmen met ventilatielucht

Wanneer een gebouw wordt verwarmd met ventilatielucht moet de toevoerlucht ook voldoende warmte in een ruimte kunnen toevoeren.  

Naast de benodigde ventilatie voor luchtverversing bepaalt dus ook de benodigde warmte en het verwarmingsvermogen van de toevoerlucht de hoeveelheid toevoerlucht per ruimte. 

Hoe?

In woningen met een centrale afzuiging  die al 5 jaar of ouder is zit vrijwel zeker een elektriciteit slurpende ventilator die waarschijnlijk ook behoorlijk wat lawaai maakt.
Een centrale afzuiging draait normaal gesproken 24 uur per dag 365 dagen per jaar.  De meeste centrale afzuiging-ventilatoren hebben 3 standen, I laag, II midden en III hoog.
Zo'n "oude" ventilator (van ITHO of een ander merk) gebruikt in stand I ca 21Watt, in stand II 45Watt en in stand III 68Watt.

Een moderne ITHO CVE Eco-fan heeft een zeer stille en energiezuinige gelijkstroom motor en bij dezelfde afzuigcapaciteit gebruikt deze in stand I ca 1,6Watt, in stand II 7,5Watt en in stand III 19,2Watt !!!
Als de ventilator per dag 8 uur op stand I staat , 14 uur op stand II en 2 uur (koken/douchen) op stand III dan verbruikt de oude ventilator ongeveer 340 kWh per jaar en een nieuwe ITHO CVE Eco-fan maar 57kWh!! Bij de huidige elektriceitsprijs scheelt dat ongeveer € 65,- per jaar dus in ca 3,5 jaar heeft u de kosten van een nieuwe ITHO CVE Ecofan met een draadloze afstandsbediening terugverdiend.

Ongecontroleerde ventilatie

rookproefBij onbewuste ventilatie is er sprake van oncontroleerbare ventilatie via naden en kieren in de woning. Dit noemen we ook wel infiltratie. Een luchtlek kun je voelen maar je kunt het ook zien met een rookproef. 

Gecontroleerde ventilatie

Woningen worden steeds beter geïsoleerd waardoor onbewuste ventilatie via infiltratie (tocht) nauwelijks nog plaatsvindt. In nieuwbouwwoningen wordt bewuste ventilatie steeds belangrijker. Hoe meer er wordt geventileerd, hoe beter de binnenlucht-kwaliteit. Bij meer ventilatie is het risico op tochtklachten groter en is het energiegebruik hoger, terwijl dit juist voor nieuwbouwwoningen zo laag mogelijk moet zijn. Het ideale ventilatiesysteem heeft een juiste balans tussen energiezuinigheid en kwaliteit van de binnenlucht.

Onderhoud

Installaties voor verse lucht zijn leuk maar vergen onderhoud e.d. Hoe minder hoe beter dus kijk eens naar

- Phase Change Materials: implementeer materialen waarvan de faseverandering wordt gebruikt om warmte en kou vast te houden, resulterend in een gelijkmatige binnentemperatuur.
- Betonkernactivering: zet de gebouwmassa actief in om ruimten te verwarmen en te koelen, met behulp van een zelfregelend, intern verwerkt leidingsysteem.
- Luchtaanvoer via een buis op 1.5 meter diepte in de grond die zorgt voor de aanvoer van lucht met een constante temperatuur en regelt de binnentemperatuur in het gebouw.

Sluit goede onderhoudscontracten af.

Bij bestaande bouw is het afwegen of het overlast teweeg brengt bij de bewoners, wat de voor- en  nadelen zijn, welke aandachtspunten het heeft en de kostenindicatie. Daaruit komt voort of een toepassing geschikt is.

Soorten ventilatie die mogelijk zijn.

Natuurlijke invoer mechanische afvoer 

Nadeel tochtklachten of als de bewoners de roosters dicht zetten geen ventilatie meer.

Zelfregelende roosters

Als de druk groter wordt gaat het rooster meer dicht. Het verbetert het comfort en is vrij goedkoop.

Vraaggestuurd

Afgestemd op de luchtkwaliteit (CO2) of m.b.v. tijdsklok.

Gebalanceerde ventilatie

Je ververst continu de lucht maar brengt die over en warmtewisselaar. Geen koudeval en vanwege de warmtewisselaar energetisch voordeling. Maakt wel wat geluid. Voornamelijk van belang in de winter. (meer zie verder)

Decentraal gebalanceerde ventilatie

Alleen in sommige vertrekken. Relatief duur. Geluidsoverlast moet voorkomen worden 

De beste keuze

• Zonering: meerdere afzuigpunten in huis, afzonderlijk geregeld
• Winddrukgeregelde ventilatieroosters
• Regeling van de luchtstroom per kamer op basis van CO2
• Ieder afzuigpunt een eigen ventilatiekanaal
• Ruime ventilatiekanalen, ruime bochten
• Een afsluitbare kast om de MV-box
• Warmteterugwinning uit afvoerlucht

Om geluidsoverlast van de ventilatie tegen te gaan kan het onderstaande gebruikt worden.

P1240342P1240343

Balansventilatie (met warmteterugwinning) is een relatief nieuwe ventilatietechniek.

Het balansventilatie-systeem moet heel nauwkeurig worden afgestemd op de woning. En het volledig luchtdicht maken van je huis is ook een secure klus. Ga dus alleen in zee met bedrijven die aantoonbaar nauwkeurig werk leveren en daarnaast ook een slimme oplossing bieden voor het onderhoud van het ventilatiesysteem. Vraag eventueel naar de Ventilatie Prestatie Keuring.

Je kan onderscheiden centrale en decentrale balanscentilatie.

Centrale balansventilatie

Bij centrale balansventilatie zorgt één unit voor de ventilatie van een geheel gebouw of gebouwcomplex. Deze systemen vereisen een hoog kennisniveau in ontwerp en uitvoering. Meestal is een vrij complex kanalensysteem nodig. Bij kanalendoorvoer door meer dan één brandcompartiment is brand- en rookpreventie vereist.

Bij gezamenlijke ventilatiekanalen voor meerdere gebruikseenheden is een hoge luchtdichtheid van het kanaalstelsel noodzakelijk om ongewenste luchtvermengingen te voorkomen. Bij buitenluchtkanalen is luchtdichtheidsklasse D vereist, bij luchttoevoerkanalen, afvoerkanalen en retourkanalen volstaat klasse C. Ook zijn voorzieningen nodig om geluidsoverlast tussen gebruikseenheden te voorkomen. Het inregelen en sturen van centrale systemen is complex. Het voordeel is dat maar één unit onderhouden moet worden.  
centrale bvt
Decentrale balansventilatie

Decentrale balansventilatie ventileert alleen een enkele ruimte of gebruikseenheid (semi-decentraal). Deze systemen worden vaak toegepast in renovatieprojecten. Vaak zijn deze sensorgestuurd of worden deze per gebruikseenheid apart ingeregeld. Het voordeel is dat er geen of weinig kanaalwerk nodig is. Een belangrijk aandachtspunt is het ventilatorgeluid bij plaatsing in verblijfsruimten. Nadeel van meerdere ventilatietoestellen is dat alle apparaten onderhoud nodig hebben.
decentrale bvt
Misverstanden

1. bij balansventilatie mogen de ramen niet open

Een balansventilatie-systeem gebruikt de warmte van de afgezogen ventilatielucht om de verse (koude) lucht weer mee op te warmen. Dat is comfortabel en energiezuinig. Er kan ook altijd worden geventileerd, of het buiten koud is of warm maakt niet uit. Daarnaast mogen de ramen altijd open. Als er een raam open staat scheelt dat alleen in de hoeveelheid teruggewonnen warmte. Vooral in de winter zou dat in theorie flink wat energieverlies kunnen geven, maar dan laat niemand de ramen lang openstaan.

2. balansventilatie geeft geluidsoverlast

Nee hoor. Moderne huizen zijn goed geïsoleerd, en daardoor merk je ook eerder dat bepaalde apparaten in huis geluid produceren. Simpelweg omdat je minder geluid van buiten hoort. Als de ventilatie-unit op de juiste plek in huis staat, op zolder bijvoorbeeld, dan heb je er beslist geen geluidsoverlast van.

3: een beetje tocht is lekker fris

Fout! Veel mensen denken dat een ‘lekke’ woning geen probleem is. Nog een groot misverstand: tocht is geen vervanging voor ventilatie. Als er door de kieren en naden van je huis frisse lucht naar binnen komt, is dat meestal te veel, op de verkeerde plekken en op de verkeerde momenten. Je verliest bakken met energie, en er kan zelfs schade aan de constructie ontstaan. Het is beter om een energiezuinig huis helemaal luchtdicht te bouwen en vervolgens goed te ventileren.

4: je hebt er geen omkijken naar

Niet waar! Balansventilatie is gezond en comfortabel, maar het is wél belangrijk om de luchtfilters ieder half jaar schoon te (laten) maken en/of vervangen. De leverancier zou er eigenlijk voor moeten zorgen dat je dit nooit vergeet. Sommige bedrijven bieden aan om zelf regelmatig de filters te vervangen, of er worden geheugensteuntjes aangeboden zoals een sms, of er gaat bijvoorbeeld een lampje knipperen als het filter vervangen moet worden. Daarnaast moeten ook de ventielen schoon worden gehouden.

5: het ‘sick building syndrome’ ligt op de loer

In de jaren ’90 leverde dit, vooral in kantoren, een fors gezondheidsrisico op. De belangrijkste oorzaak was slechte lucht, veroorzaakt door slechte ventilatie, bacteriën en schimmels. Ook nu denken sommige mensen dat een luchtdicht gebouwde woning zal leiden tot een ‘sick building’. Maar een goed ontworpen balansventilatie systeem zorgt nu juist voor veel meer comfort en een gezondere woning, oftewel een ‘healthy building’!

Doorstroomventilatie 

In een luchtdicht gebouw werkt de balansventilatie zonder storing van buiteninvloeden. In de verblijfsruimten wordt lucht toegevoerd. Via de overstroomvoorzieningen en eventuele overstroomzones wordt de lucht in de afvoerruimten afgezogen.  

Met doorstroomventilatie is het mogelijk om toevoerlucht ook in verblijfsruimten te “hergebruiken”. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de toevoerlucht van een slaapkamer (gebruik ‘s nachts) te gebruiken in de woonkamer (gebruik overdag). Conform het Bouwbesluit mag maximaal 50% van de lucht hergebruikt worden. De overstroom naar de woonkamer kan in dit geval geregeld worden door de afzuiging in de keuken.  

Met doorstroomventilatie kan met een lagere hoeveelheid ventilatielucht effectiever worden geventileerd. Dit leidt tot een hogere binnenluchtkwaliteit in de verblijfsruimten, de kans op droge lucht in de winter en het energieverlies zijn kleiner.    

Voorwaarden voor een goede werking zijn:
• Een hoge luchtdichtheid (klasse 3 of beter);
• Voldoende overstroomvoorzieningen;
• Luchtdichte ventilatiekanalen;
• Een exacte inregeling van het ventilatiesysteem in normaalstand.

Het baopt systeem.

Als het te warm is blazen we met een grote worp koude lucht naar binnen en omgekeerd. Koudeval, tocht en temperatuureilanden zijn het gevolg. Het BaOpt systeem zorgt voor optimale menging van de lucht in de ruimte en de binnen gebrachte lucht. Dit zonder worp of stroming. Met een variabele druksturing wordt met zeer kleine drukverschillen (tussen de -4 en +8 Pascal t.o.v. buiten*) de lucht in een evenwicht gehouden en middels een diffusie-proces gemengd. Het resultaat is verbluffend. De lucht wordt helemaal homogeen en gerichte stroming kan niet meer ontstaan.

Het BaOpt systeem is een gepatenteerd algoritme dat dit proces in een complexe optimalisatie module weet te sturen. Onze Know How gaat heel ver. Vele honderden unieke projecten bewijzen de kracht van het algoritme. Aan de Know Why wordt gewerkt in de onderzoekslaboratoria van Bosch GmbH.

Baopt

Een goede brochure over mechanisch ventileren is hier te vinden.

Een goede brochure over balansventilatie is hier te vinden.

Veel over ventileren uit het Energievademecium is hier te vinden

CO2-gestuurde ventilatie

CO2meterIn woningen (en klaslokalen) komt CO2 vrij als verbrandingsproduct of door de ademhaling van personen. In beide gevallen moet dan geventileerd worden om de CO2 af te voeren. CO2 is eenvoudig te meten en wordt gebruikt als indicator voor de luchtkwaliteit. Het CO2 gehalte wordt gebruikt voor het sturen/regelen van de ventilatie-volumestromen.

Vocht

In een woning vindt vochtproductie plaats ten gevolge van koken, douchen of was drogen. Om gezondheidsschade of beschadiging aan de woning door schimmels te voorkomen moet op plaatsen waar veel vochtproductie is, het vocht 'weg geventileerd' worden. In de keuken is hiervoor het gebruik van een afzuigkap. Bij zelfregelende ventilatiesystemen wordt in de badkamer een vochtsensor gebruikt om de ventilatie volumestromen te regelen.

Een gemiddeld gezin produceert bij dagelijkse bezigheden zo'n 10 tot 20 liter vocht.

Te droge lucht

Koude lucht kan weinig vocht bevatten. Met koude lucht van buiten halen we droge lucht binnen. Door koude lucht op te warmen kan het meer vocht opnemen. Zo kan een te veel aan vocht weg geventileerd worden.

In goed geïsoleerde woningen gebeurt het vaak dat vochtige lucht meteen wordt afgezogen en dat de lucht in de woning te droog wordt. Een te lage luchtvochtigheid kan vervelende gezondheidsgevolgen hebben. Droge lucht leidt onder andere tot pijnlijke ogen, uitdrogende slijmvliezen en tot moeite met ademhalen.

Relatieve luchtvochtigheid 

De ideale relatieve luchtvochtigheid in woningen ligt tussen 40 en 60%. Een luchtvochtigheid (≤ 30%) leidt tot gezondheidsklachten zoals geïrriteerde luchtwegen, barstjes in de lippen, droge ogen of soms zelfs huidklachten. Een te lage relatieve luchtvochtigheid ontstaat door te veel ventilatie in de winter (ventilatievoud  0,5/h). 
 
Een te hoge relatieve luchtvochtigheid ontstaat door een grote vochtproductie binnenshuis in combinatie met te weinig ventilatie of gedurende zwoele dagen in de zomer. Te hoge relatieve luchtvochtigheid vergroot de kans op schimmelvorming en leidt tot discomfort op warme dagen omdat mensen minder kunnen afkoelen aan vochtige lucht. 

Ventilatiesystemen

In Nederland kennen we verschillende ventilatiesystemen: 

Type A  natuurlijke luchttoevoer en natuurlijke luchtafvoer

A

Bij natuurlijke ventilatie wordt er gebruik gemaakt van de winddruk op de gevel en/of de thermische trek door temperatuurverschillen. Er wordt geen gebruik gemaakt van ventilatoren. Dit type ventilatiesysteem heeft natuurlijke toevoer van verse lucht via regelbare ventilatievoorzieningen in de gevel. De natuurlijke afvoer vindt plaats via verticale kanalen.

a1

 Type B: mechanische luchttoevoer en natuurlijke luchtafvoer

b

Bij mechanische ventilatie wordt de toevoer en/of afvoer van lucht door één of meerdere ventilator(en) verzorgd. 

Dit type ventilatiesysteem heeft mechanische toevoer van verse lucht via luchtkanalen. De afvoer geschiedt op natuurlijke wijze via verticale bouwkundige afvoerkanalen, aangesloten op de keuken, het toilet en de badkamer.  

Dit systeem wordt in Nederland nauwelijks toegepast in woningen.

 

Type C:  natuurlijke luchttoevoer en mechanische luchtafvoer 

cBij dit ventilatiesysteem is sprake van natuurlijke toevoer van verse lucht via regelbare ventilatievoorzieningen in de gevel. De afvoer van ventilatielucht geschiedt via een kanalensysteem aangesloten op een afzuigunit voorzien van een ventilator. 

Ventilatiesysteem type C wordt nog steeds veel toegepast in nieuwbouwwoningen. Steeds meer aandacht dient uit te gaan naar het waarborgen van voldoende verse lucht door het steeds energiezuiniger en luchtdichter bouwen van woningen.

Je hebt systemen die één of meer sterkere punten hebben:


• Systemen met winddruk geregelde kleppen in de toevoerroosters. Deze voorkomen een te grote luchtvolumestroom bij winddruk op de gevel waardoor minder snel tochtklachten ontstaan.
• Systemen met elektronisch geregelde kleppen in de toevoerroosters. Deze voorkomen een te grote luchtvolumestroom bij winddruk op de gevel en maken tijdsturing of CO2 regeling (vraagsturing ) mogelijk.
• Systemen met luchttoevoer achter de radiator waardoor koude buitenlucht wordt opgewarmd en tochtklachten worden voorkomen. Bij dit systeem is ook de demping van geluid van buiten beter. Dit systeem kan eventueel vraag gestuurd worden uitgevoerd.
• Systemen met een mechanische afvoer per vertrek waarbij vraagsturing van de afvoer plaats vindt. Dit systeem heeft een lager energiegebruik tot gevolg.

Het flimpje laat zien hoe je energie kunt besparen met vraag gestuurde mechanische ventilatie.

Ventilatiesysteem type D: mechanische luchttoevoer en mechanische luchtafvoer

d3

Bij dit ventilatiesysteem komt de luchttoevoer hoeveelheid overeen met de luchtafvoer hoeveelheid. Het systeem is in balans. Omdat de lucht centraal (meestal via het dak) wordt toe- en afgevoerd is hier sprake van centrale gebalanceerde ventilatie. Bij dit systeem wordt vrijwel altijd warmterugwinning (WTW) toegepast.

Dit systeem is tegenwoordig erg populair. Tegen geringe kosten kan aan een flink deel van de energieprestatie eisen worden voldaan. Toch zijn er vaak klachten. Meestal zijn dit problemen met het installatiegeluid (ventilatoren/ventielen), de gebrekkige inregeling of omdat de woning simpelweg niet voldoende luchtdicht is gebouwd (en de energiebesparing dus beperkt is).

Type X: hybride ventilatie of een combinatie van meerdere ventilatiesystemen in één woning.

Omdat energiebesparing, gezondheid en comfort steeds belangrijker wordt komt er steeds meer vraag naar een systeem op maat dat de voordelen van de bestaande systemen combineert.

Warmte terugwinning uit de ventilatielucht 

Dat kan via een warmtewisselaar die de ingeblazen lucht opwarmt met de lucht die naar buiten gaat.

wtw

Je kan de warmte uit de lucht die naar buiten gaat ook gebruken door hem door een warmtepomp te laten gaan. Die kan de warmte opkrikken tot b.v. 40 graden (max 50 graden) voor b.v warm tapwater of voor de (vloer- of wand)verwarming. Een warmtepomp komt dan in plaats van de mechanische ventilatie-unit. De warme afgezogen lucht wordt door middel van de warmtepompfunctie teruggewonnen en met slechts 5 tot 8˚C naar buiten geblazen.

c3

Ballansventilatie met WTW  in bestaande bouw

De toepasbaarheid in de bestaande bouw is ingewikkelder vanwege de benodigde ruimte voor de luchtkanalen. Bij zeer ingrijpende renovaties is dit systeem prima toepasbaar. Zeker als de woning wordt voorzien wordt van een nieuwe dikke schil. In de schil kunnen de kanalen voor de toe- en afvoer worden weggewerkt. 

Bekijk hoe de ventilatie kanalen voor de toe- en afvoer worden weggewerkt in de gevel.

Decentrale mechanische toevoer en decentrale mechanische afvoer 

Dit is een variant op centrale gebalanceerde ventilatie is lokale gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning. Hierbij wordt de WTW-unit geïntegreerd in een gevelventilatie-unit. Bij dit systeem wordt naar behoefte geventileerd. De luchtkwaliteit en daarmee ook de toe te voeren luchtvolumestroom wordt vastgesteld door het meten van de luchtvochtigheid (RV) en/of de hoeveelheid koolstofdioxide (CO2) in de lucht.

Je kan ook decentraal ventileren et een kozijn en radiator.

Zie hier 
 
Energiezuinige ventilatiesystemen

Ze staan hier onder. Klik op de afbeelding
Ventilatiesystemen1

Ventilatiesystemen2
Ventilatiesystemen3

Gondbuisventilatie

Koeling en voorverwarming via een grondbuis of grond-luchtcollector is in ons land een vrij onbekend systeem. Berekeningen en meetresultaten uit het buitenland laten gunstige resultaten zien.  

Het systeem werkt eenvoudig 

Verse toevoerlucht wordt via een buis in de grond, die 1 à 1,5 meter is ingegraven, aangezogen en in de zomer in de woning gebruikt als koele ventilatielucht. De temperatuur van de toevoerlucht uit de grondbuis kan wel 10 °C koeler kan zijn dan de maximale buitenluchttemperatuur op een warme dag. De grondbuis heeft een lengte van 20 meter en is gekoppeld aan een gebalanceerd ventilatiesysteem. In de winter verwarmt de grondbuis juist de verse toevoerlucht.

bv1bv2

Dit principe wordt ook toegepast in het stadskantoor van Venlo. Daar komt de lucht uit de koele parkeergarage. In Zweden bouwt men vaak zo.

Wel is de plek van toevoer belangrijk. Kies een koele plek met schone lucht voor de luchttoevoeropening buiten; Voorzie de grondbuis van een condensaatafvoer en de toevoeropening van een grof filter; Maak het systeem zó dat het schoon te maken is en maak de luchtweerstand zo klein mogelijk;  Overweeg het toepassen van een thermostatische regeling zodat de toevoer via de grondbuis 's nachts stil gezet kan worden wanneer de koelte niet nodig is;Leg het systeem zorgvuldig aan. De kans op schimmelgroei en vervuiling is erg groot.   

Ventilatiekanalen

Lucht ondervindt weerstand als zij door kanalen, hulpstukken, roosters of dak-uitmondingen stroomt. De opvoerhoogte van een ventilator moet voldoende zijn om de luchtweerstand te overwinnen en er moet extra druk (ca. 10%) beschikbaar zijn om ventielen in te regelen. Het kanaalontwerp is er op gericht om een lage kanaalweerstand en een minimum aan kanaalvervuiling te realiseren.

Dit kan bereikt worden door:
• een juiste keuze en plaatsing van de ventilatie-unit;
• zo min mogelijk bochten en T-stukken te gebruiken;
• geen plotselinge vernauwingen en verwijdingen in de kanalen;
• geen bochten van 90° te gebruiken;
• bij voorkeur bochten te gebruiken kleiner of gelijk aan 45°;
• harde bochtstukken met een gladde binnenwand te gebruiken;
• het gebruik van flexibele kanalen te vermijden;
• het drukverlies bij de overgang rechthoekig kanaal naar rond kanaal te beperken tot 10 Pa;
• de juiste koppelstukken toe te passen tussen de instroom van de ventilatie-unit naar de instortkanalen;
• rekening te houden met het kunnen inspecteren en reinigen van kanalen.

Kanalensystemen

Er bestaan twee mgelijkheden 

1. Het radiaal systeem, waarbij vanuit een centraal punt kanalen lopen naar iedere ruimte waarnaar lucht wordt toegevoerd of waaruit lucht wordt afgevoerd.
2. Het systeem met een hoofdkanaal met aftakkingen waarbij aftakkingen worden gemaakt naar iedere ruimte waarnaar lucht wordt toegevoerd of waaruit lucht wordt afgevoerd.
systeem1 systeem 2 

Hoe je een rechthoekig ventiatiekanaal maakt zie je hier onder.

 Hoe je een ventilatiekanaal monteert met rubber afdichting is hier onder te zien.

Hoe je zelf een ventilatiesysteem kan monteren is hier onder te zien. 

Flexibele ventilatiekanalen 

Flexibele slangen

flex2Een flexibel kanaal is handig om aansluitingen te maken tussen de ventilatiekanalen en bijvoorbeeld de mechanische ventilatie-unit. 

Contact tussen flexibele kanalen van aluminium met kalkhoudend bouwmateriaal moet worden voorkomen in verband met aantasting. Flexibele slangen moeten op voorspanning worden gemonteerd om een zo glad mogelijke binnenwand te verkrijgen. Een flexibele slang moet bereikbaar blijven in verband met reiniging en vervanging. 



Geluiddempende slang

Deze slang bestaat uit een geperforeerd binnenkanaal, een ommanteling van minerale wol en buitenkanaal. De kanalen kunnen gemaakt zijn van kunststof of metaal en zijn vaak flexibel. De geluiddempende slang mag niet worden gebruikt als bochtstuk en moet, net als flexibele slang, strak worden gemonteerd. De lengte van de geluiddempende slang bedraagt, afhankelijk van de situatie, 0,75 tot 1,0 meter. 

Kunststof ventilatiekanalen

flex

We komen steeds meer kunststof (instort)ventilatiekanalen tegen, omdat de kans op beschadiging bij dit type kleiner is. Vanwege de kleinere diameter is bij kunststof ventilatiekanalen de maximale luchthoeveelheid beperkt, waardoor elk ventiel een apart kanaal moet krijgen. Voor een systeem met kunststof ventilatiekanalen is een verdeelunit onder de afzuigbox nodig.

Bij een WTW-systeem zijn twee boxen nodig:
• één voor de toevoerlucht
• één voor de afvoerlucht.

De slangen van de kunststof instortkanalen zijn eenvoudig op de betonvloer te monteren. De luchthoeveelheden zijn in te regelen via de verdeelkast. De ronde vorm van de slang zorgt ervoor dat wanneer je op een kanaal stapt er niet meteen een deuk in het kanaal zit.

Een kanaaldoorvoer van een brandcompartiment naar een andere vereist rook- en brandwerende maatregelen. Hiervoor zijn er uiteenlopende producten op de markt. Een belangrijk aspect bij de keuze van een rook- en brandklep voor je ventilatiesysteem is het drukverlies.    

Brandveiligheid
 
Brandkleppen: Sluit ventilatiekanaal bij een temperatuur van 72ºC of hoger of bij signaal externe rookmelders 
RookkleppenVoorkomt koude rookoverdracht als ventilatie stopt. Aanvulling op brandkleppen met thermische activering zonder aandrijving (plafondpartitie).
 
 
Het zijn toevoeropeningen voor schone buitenlucht. Ze houden grove verontreinigingen, dieren en vocht buiten.  
 
De juiste keuze van een buitenluchtrooster bij een ventilatiesysteem is erg belangrijk. Kies het liefst een grote netto-doorsnede in verband met minimaal drukverlies. Een grote lamelafstand of opening beperkt het risico op vervuiling en dichtslippen van het rooster. Vervuiling zorgt voor een groter drukverlies.  
 
Druppelafscheiders in buitenluchtroosters maken de roosters minder gevoelig voor het binnendringen van water.
 
buitenluchtrooster
Aandachtspunten buitenluchtrooster 
 
Kies de positie van het buitenluchtrooster voldoende hoog, minimaal 1,5 –3 m boven de grond en 0,5 m boven een dakgoot. Het risico op luchtverontreinigingen (denk aan afvalcontainers, uitlaatgassen door parkerende auto's ect.) is hierdoor minimaal en er kan geen vermenging plaatsvinden met de ventilatie-afvoerlucht, gassen uit rookgasafvoeren en rioolontluchting.  
 
De minimale afstand tussen het buitenluchtrooster en de afvoer van vuile lucht of schadelijke gassen moet 1,5 m zijn. De openingen van buitenluchtroosters en afvoerroosters moeten in dezelfde richting worden geplaatst om drukverschillen op het ventilatiesysteem zo klein mogelijk te houden. Breng het liefst ook de doorvoer naar buiten toe aan onder een helling. Dit beschermt de luchtinlaat tegen sneeuw en regen, de filters, het kanalenstelsel en de WTW blijven hierdoor droog.  
 
Om het risico op oververhitting in de zomer te beperken kan het buitenluchtrooster het best in de schaduw aangebracht worden, bijvoorbeeld aan de noordkant of onder een breed dakoverstek.  
 
Denk ook aan onderhoud, zorg voor goede toegankelijkheid van het rooster.
 

Ventilatierooster2
 
Ventilatietoevoerroosters vervullen verschillende functies. De roosters voorzien de leefzone van verse lucht en regelen meteen de hoeveelheid lucht die in de ruimte stroomt. Bij verwarming dient het rooster als warmtetoevoer en verdeelt de warme lucht over de ruimte. Tijdens de zomer kan het rooster de ruimte van koele buitenlucht voorzien, zomernachtventilatie. Ook heeft het rooster een esthetische functie, om het gat van het kanaal te bedekken.

Aandachtspunten toevoerventielen 

Let bij toevoerventielen op de maximale doorstroom van het ventiel. Bij grotere luchtdebieten kunnen meerdere ventielen geplaatst worden of een ander type ventiel gekozen worden. Dit voorkomt storende stromingsgeluiden. De ventielen moeten zo geplaatst worden dat ze niet vervuild raken of tocht kunnen veroorzaken.  
 
Positioneer de ventielen zo dat de verdeling van verse lucht (en eventueel warmte) door de hele ruimte optimaal kan plaatsvinden. Pas bij grote ruimten meerdere ventielen en inductieventielen toe. Houd rekening met de ruimte-inrichting en anticipeer op eventuele obstakels voor de ventilatiestroom door meubilair, verlaagde plafonds, enz.  
 
Bij kleine luchtdebieten (20m3/h) zijn schotelventielen aan te raden voor een betere doorstroming van de ruimte. Plaats deze zo ver mogelijk tegenover de deur van de ruimte.  
 
Door de luchtstroom en statische lading van de ventilatielucht kan stofafzetting optreden aan oppervlakken rondom het ventiel. Tref maatregelen dat deze schoongemaakt kunnen worden.  
 
Het inregelen van luchtdebieten conform het ventilatieontwerp is cruciaal, dit voorkomt comfort-, geluid- en luchtkwaliteitsklachten.
 
Afvoerventielen 

afvoerprofielAfvoerventielen vervullen verschillende functies: Ze creëren dwarsventilatie door de ruimte, voeren vuile binnenlucht af, regelen hoeveel lucht wordt afgevoerd uit de ruimte en ze hebben een esthetische functie.  
 
Aandachtspunten 
Afvoerventielen dienen zodanig te worden geplaatst dat een volledige doorspoeling van de leefzone plaatsvind. Vermijd daarbij kortsluiting van de ventilatiestroom. Let ook op juiste dimensionering conform het ventilatieontwerp. Te kleine afvoerventielen leiden tot onnodig drukverlies en eventueel tot storend stromingsgeluid. Kies daarnaast een ventiel dat gemakkelijk schoon te houden is.  
 
Het inregelen van luchtdebieten conform het ventilatieontwerp is cruciaal, dit voorkomt comfort-, geluids- en luchtkwaliteitsklachten.  

OverstroomEen overstroomopening kan een spleet aan de onderkant of bovenkant van een deurkozijn, een deurrooster of een wandrooster zijn.  
 
Bereken de juiste dimensie van een overstroomopening aan de hand van de maximaalstand van het ventilatieontwerp. Een te kleine overstroomopening veroorzaakt stromingsgeluid en boven-/onderdruk. Bij grotere luchtdebieten, bijvoorbeeld in slaapkamers, kan een te grote spleet onder een deur leiden tot storend luchtgeluidsoverdracht door de deur. Pas hier eventueel een geluidswerend rooster toe.
 
Filters

Het filteren van lucht in balansventilatie heeft als doel om de installatie schoon te houden. Daarbij wordt de binnenlucht gefilterd en bevat daardoor minder stof en micro-organismen.  Soorten:
 
- Pollen-voorfilter Metalen rooster om grove verontreinigingen van buitenlucht op te vangen zoals pluizen van bloeiende bomen. Plaatsing: direct na inblaasrooster
- Voorfilter Grove filter om buitenluchtkanaal en WTW schoon te houden. Plaatsing: Voor de WTW 
- Fijnstoffilter Voorkomen vervuiling WTW en toevoerluchtkanalen. Plaatsing: Na voorfilter en voor de WTW
- Retourluchtfilter Voorkomen vervuiling retourluchtkanalen (stof e.d. in de binnenlucht). Plaatsing: In afvoerventiel
- Vetfilter Voorkomen vervuiling retourluchtkanalen (vetdeeltjes in de binnenlucht). Plaatsing: In afvoerventiel
 
Aandachtspunten bij filters:
• Filters leiden tot luchtweerstand, hoe fijner hoe meer drukverlies. Let dus op een voldoende groot filteroppervlakte.
• Filters moeten regelmatig vervangen worden. Let dus op de onderhoudskosten van filters.
• Plaats de filters op toegankelijke wijze zodat regelmatig onderhoud mogelijk is.
• Let bij vervanging van filters op een juiste inbouw. Als lucht langs de randen gaat verstoort dit de werking van het filter.
• Hou de filters ten alle tijden droog. Vochtige filters zijn een broedplaats voor micro-organismen. Kies de positie (met name in buitenluchtkanalen) zo dat er geen condens ontstaat of regen of sneeuw bij de filters kan komen. Na langdurige onderbreking van de balansventilatie moeten de filters vervangen worden.

 

bedieningspaneelDe bediening van balansventilatie kan via een eenvoudige driestandenschakelaar of via een digitaal bedieningspaneel met uitgebreide regelmogelijkheden.  
 
Een bedieningspaneel of schakelaar kan het beste centraal worden geplaatst in een gebouw, dichtbij gebruiksfuncties die de sturing van ventilatie noodzakelijk kunnen maken, bijvoorbeeld in de keuken (extra afvoer tijdens koken), in de woonkamer (veel bezoek) naast entree (afwezigheid) of in de badkamer (extra afvoer na douchen).

Vraagsturing 

Een vraaggestuurd ventilatiesysteem is uitgerust met meet- en regeltechniek, bijvoorbeeld aanwezigheidsdetectie, CO2- en luchtvochtigheidsensoren. Hiermee wordt de ventilatiebehoefte afgestemd op het betreffende aspect van de luchtkwaliteit. Het ventilatiesysteem werkt zonder dat deze bedient hoeft te worden.  

Let op: 

Hoewel met een sensor-gestuurd ventilatiesysteem doeltreffend kan worden geventileerd is bij regeling op deelaspecten van de luchtkwaliteit het risico aanwezig dat andere schadelijke aspecten niet voldoende worden beheerst, bijvoorbeeld geuren, hoge luchtvochtigheid, radon, VOC’s en andere schadelijke gassen.  

Ook bij langdurige afwezigheid moet een gebouw derhalve worden geventileerd. Een gebouw moet te allen tijde (ook bij langdurige afwezigheid) minimaal worden geventileerd (verblijfszones n≥0,2/h, anders n≥0,15/h).

sensoren

Doorvoer maken bij toepassing van HRWTW 

HRWTWdoorvoer

Bij het maken van een doorvoer voor een HRWTW toepassing moet het aanzuigkanaal voor de buitenlucht en het kanaal voor de afvoerlucht naar buiten geïsoleerd worden om condensvorming te voorkomen. Het isolatiemateriaal, inclusief de afwerking van naden, moet dampdicht zijn. Dampdicht kunststofschuim (polyetheen of synthetische elastomeren) voldoet hieraan. Toepassing van minerale wol met een dampremmende afwerking wordt afgeraden. 

Prefab sparingen toepassen

Moeilijkheden door te ruim uitgezaagde daksparingen zijn te beperken door prefab sparingen toe te passen. Zo bestaan er dakdoorvoeren die zijn voorzien van een prefab luchtdichting. De dichting tegen de dakplaat wordt gerealiseerd door een band/rubber dat is opgenomen in de kunststof plaat. 

Aan de onderzijde zorgt een geprefabriceerde manchet, met ook daarin een rubberen afdichting, voor de nodige luchtdichtheid.  Als de sparingen toch worden uitgezaagd, moeten zij bij voorkeur ellipsvormig zijn (afhankelijk van de dakhelling). 

De luchtdichtheid is gerealiseerd door een prefab manchet (met name bedoeld voor klasse 2 en 3).

 

 

Afdichting uitvoeren met afwerkplaat 

AfdichtingTer plaatse van de doorvoeren zijn twee aansluitingen die moeten worden gedicht:
• Tussen de pijp en de binnenplaat van de dakconstructie. Dicht deze naad af met purschuim of (geïmpregneerd) schuimband.
• Tussen de pijp en de afdekplaat (met ellipsvormige sparing). Dicht deze naad af met kit of compressieband. Toepassen van band en kit is bij aluminium / stalen afwerkplaten alleen mogelijk als de sparingen in de afdekplaat zijn voorzien van omgezette randen. Alternatief is het afplakken van de betreffende aansluiting (noodzakelijk voor klasse 3). 

Er moet altijd een ellipsvormige afwerkplaat worden toegepast. Voorkom luchtlekken door de afwerkplaat in twee delen, pas na het monteren van de dakdoorvoer aan te brengen. Breng de luchtdichting na het monteren van de binneninstallaties (cv, mechanische ventilatie en riolering) aan.

Juiste werkvolgorde luchtdichting aanbrengen 

Breng de luchtdichting aan na het monteren van de binneninstallaties (cv, mechanische ventilatie en riolering). Breng de (extra) afwerkplaat pas na het monteren van de dakdoorvoer aan. Voer een gerichte controle uit op de aangebrachte luchtdichtingen en voer controlemetingen uit, bijvoorbeeld door middel van een Blowerdoor-proef en rookdetectie (in ieder geval bij klasse 3). 

 

 

 

In de afbeelding een afwerkplaat inclusief dichting tussen plaat en kapconstructie ter plaatse van de doorvoeringen.

doorvoering

Doorvoer door een plat dak 

Bij een plat dak gelden dezelfde principes als bij een hellend dak. Alleen wanneer er eenmaal vocht onder de dakbedekking zit kan dit niet weg geventileerd worden zoals bij een hellend dak met pannen. Bij een plat dak moet dus nog meer aandacht besteedt worden aan de luchtdichting en de aansluiting met de dampdichte laag. Niet alle platte daken hebben een dampdichte laag. Onderzoek dus eerst goed met welk soort dak je te maken hebt en waar de dampdichte laag zich bevindt. 

Voor- en nadelen isoleren soorten platte daken

Er zijn drie manieren om een plat dak te isoleren. Het verschil ligt in de opbouw en wijze van isolatie. In dit artikel kun je meer lezen over deze verschillen en over de diverse dakbedekkingsmaterialen waarmee een plat dak afgedicht kan worden.

Soorten platte daken 

De verschillende typen platte daken zijn:
• koud plat dak;
• warm plat dak;
• omgekeerd plat dak.

Bij een koud dak wordt de isolatie onder de dakconstructie aangebracht, bij een warm dak op de dakconstructie. Een derde type dak is het omgekeerde platte dak. Dit is in feite een warm dak met het verschil dat de isolatielaag bovenop de dakbedekking ligt in plaats van eronder.

Koud plat dak 

koudplatdakWe spreken van een koud plat dak wanneer het isolatiemateriaal aan de onderzijde van het dakbeschot wordt toegepast. Het dak zelf wordt niet opgewarmd door de ondergelegen ruimte en staat bloot aan allerlei weersinvloeden zoals temperatuurschommelingen door hitte of vrieskou. De dakconstructie en de afdichtingslaag gaan hierdoor krimpen en uitzetten waardoor na verloop van tijd schade kan ontstaan. 

Een koud plat dak moet om deze reden alleen al zoveel mogelijk vermeden worden. In sommige gevallen waarbij technische beperkingen zijn en isolatie volgens het ‘warme dak principe’ niet gerealiseerd worden, kan men kiezen voor deze optie. Isoleren is altijd nog beter dan helemaal niet isoleren. 

Opbouw isolatie van een koud plat dak

Bij isolatie van een plat dak gebruikt men meestal glaswol of rotswol dat aangebracht wordt tussen de balken van het dakbeschot. Indien het gaat om een betonnen plafond wordt er meestal een houten constructie gemaakt (verlaagd plafond) waarin het isolatiemateriaal wordt aangebracht. Bij deze systemen is het belangrijk om voor een goede dampwering te zorgen omdat er zich anders condensatieproblemen kunnen gaan voordoen. 

Voordelen isoleren koud plat dak:

Wanneer een warm dak constructie niet mogelijk is, dan is deze methode stukken beter dan het dak niet te isoleren.

Nadelen isoleren koud plat dak:

Bij een koud dak bestaat steeds het risico op condens. Ook de constructie zelf blijft onbeschermd tegen weersinvloeden.

Warm plat dak 

warmplatdakVan een warm plat dak spreek je wanneer het isolatiemateriaal bovenop de dakconstructie is aangebracht. Het grote voordeel van dit systeem is de beschermende werking die van het isolerende materiaal uitgaat. Het dak wordt langzaam mee opgewarmd met de ruimte eronder en is hierdoor minder onderhevig aan grote temperatuurschommelingen. Hierdoor wordt de krimp- en uitzetspanning in de dakconstructie en de dakafdichting een stuk lager. Een ander voordeel van een warm plat dak, is dat het afhankelijk van het type isolatiemateriaal beloopbaar blijft. Het warme dak is een van de meest toegepaste platte daken. 

Opbouw van isolatie bij een warm plat dak

Op de dakconstructie wordt eerst een dampremmende laag aangebracht. Deze zorgt ervoor dat vochtige lucht niet kan gaan condenseren in het isolatiemateriaal. Bovenop deze folie worden isolatieplaten aangebracht die weinig gevoelig zijn voor krimp en uitzetting. Bijvoorbeeld stijve platen van piepschuim, PIR, perliet of EPS. De platen worden zoveel mogelijk op afschot bevestigd. Hierdoor blijft een goede afvoer van het regenwater gewaarborgd. Bovenop de platen komt uiteindelijk de dakbedekking te liggen die als waterkerende laag dient. De dakbedekking kan nog afgewerkt worden met grind of tegels. Afhankelijk van de dikte van het isolatiemateriaal kan het nodig zijn om de dakrand op te hogen. Deze moet voorkomen dat regenwater bij zware regenbuien over het dak stroomt. 

Voordelen warm dak isolatie: Biedt goede dakbescherming. Goede isolerende werking. Hoeken zijn makkelijker te isoleren.

Nadelen warm dak isolatie: Is arbeidsintensief. Alleen in goede weersomstandigheden uit te voeren. Risico op beschadiging dakbedekking.

Omgekeerd plat dak 

OmgekeerdEen omgekeerd plat dak wordt meestal toegepast bij renovatiewerkzaamheden waarbij het de bedoeling is dat de bestaande dakbedekking blijft liggen. Hierbij komt het isolatiemateriaal bovenop de bestaande dakafdichting te liggen. De bestaande dakbedekking zorgt uiteindelijk voor de waterkering. De isolerende werking bij dit type isolatie is geringer dan bij het warme dak principe. Daar staat tegenover dat de kosten die ermee gemoeid gaan ook een stuk lager zijn. 

Opbouw isolatie omgekeerd plat dak

De bestaande dakbedekking doet dienst al waterkerende laag. Hier bovenop komen vochtbestendige XPS (geëxtrudeerd polystyreen) platen te liggen. De platen worden afgedekt met een ballast materiaal zoals grind of tegels om ervoor te zorgen dat het isolatiemateriaal goed blijft liggen.

Voordelen omgekeerd warm dak: Makkelijk uitvoerbaar, handig bij renovaties. Geen extra dampscherm nodig. Over het algemeen goedkoper dan een warm dak.    

Nadelen omgekeerd warm dak: Ballastlaag zorgt voor extra gewicht. Dakconstructie moet dit aankunnen. In de hoeken is het lastiger isoleren. Isolerende werking minder goed dan bij warm dak constructie.

Ventilatiesystemen in gestapelde bouw

ventilatie gestapelde bouwBij mechanische lucht toe- en afvoer in de gestapelde bouw dient extra aandacht te worden besteed aan het voorkomen van luchtstromen tussen woningen onderling. 

Met name in de situatie met (bovendakse) collectieve toe- en afvoer naar individuele WTW-units in gestapelde woningen kunnen kortsluitstromen optreden. Met als mogelijk gevolg geurhinder in de woningen. De individuele gebalanceerde ventilatiesystemen in gestapelde bouw mogen elkaar niet beïnvloeden. 

Bij collectieve aan- en afvoer van ventilatielucht mogen geen kortsluitstromen tussen woningen onderling optreden en dient te worden gegarandeerd dat toevoerlucht niet vermengd met lucht uit andere woningen.

De onderlinge afstand tussen ventilatie toe- en afvoerpunten en tussen toevoerpunten en rookgasafvoeren dient te voldoen aan de afstanden die volgen uit de bepaling van de verdunningsfactor. Zie hiervoor ISSO-kenniskaart 23 'Verdunningsfactor bepalen'. 

Als de ventilatie-unit door de bewoner geheel of gedeeltelijk kan worden uitgeschakeld, dan is in de gestapelde bouw bij collectieve aanzuigkanalen een automatische terugslagklep ter voorkoming van terugstroming van ventilatielucht vereist.  

De terugslagklep moet opgenomen worden in het aanzuigkanaal tussen de ventilatie-unit en de bouwkundige schacht. De klep moet bereikbaar blijven voor onderhoud en reparatie. De terugslagklep moet in gesloten toestand luchtdicht zijn en in geopende toestand een lage weerstand veroorzaken. De openingsdruk mag maximaal 20 Pa te bedragen. 

Let op!
• Bij het beperken van geuroverlast wordt altijd gekeken naar de afstand van de ontspanningsleiding van de riolering ten opzichte van de ventilatietoevoer voorzieningen;
• Gebalanceerde ventilatie in combinatie met niet gasgestookte (sfeer)toestellen zoals bijvoorbeeld een openhaard is niet toegestaan.
terugslagklep
Inregelen

Gebalanceerd ventilatiesysteem type D met WTW inregelen 

Het toe- en afvoeren van de juiste luchtvolumestromen in ruimten is van belang voor het bereiken van het gewenste comfort in de woning.

Hoe moet je de luchtvolumestromen in een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afzuiging inregelen?

Belangrijk is dat de ontwerpgegevens van het ventilatiesysteem bekend zijn. Als dit niet het geval is dan moet de uitgebreide proportionele inregelprocedure doorlopen worden. 

Wat moet je doen?

Het inregelen van het gebalanceerd mechanisch ventilatiesysteem bestaat uit twee stappen:
• Het instellen van de ventilatoren in de WTW-unit;
• Het inregelen van de toevoer- en afvoerventielen, aangesloten op het kanalensysteem.

Inregelen toe- en afvoerventielen 

regelen1. Stel de ventielen in op de stand die bepaald is bij de kanalenberekening.

2. Sluit ramen en deuren.  

3. Zet de WTW-unit op de stand waarin de nominale ventilatiecapaciteit wordt gerealiseerd. 

4. Meet de volumestroom van elk ventiel. Bij voorkeur met een compenserende volumestroommeter.

5.  Controleer of het verschil tussen de gemeten en de ontwerpvolumestroom maximaal 5% bedraagt.

Ontwerp en luchtvolumestroom 

Indien in het ontwerp de luchtvolumestroom niet is vastgelegd of de gemeten waarde wijkt meer dan 5% af, dan moet de uitgebreide proportionele inregelprocedure worden gevolgd. 

Let op!

Om toekomstige fouten te voorkomen moet er aandacht besteed worden aan het volgende:
1. Controleer of de juiste typen ventielen zijn gebruikt. Er is verschil tussen toevoer- en afvoerventielen!   
2. Borg de ventielen in de ingestelde stand, zodat bij reiniging het systeem niet ontregeld raakt.
3. Noteer de waarden op de inregelstaten en lever het ventilatiesysteem altijd op met een inregel- of meetrapportage.

Warmteterugwinningssystemen WTW-systemen

plaatwisselaarOp basis van de berekende nominale luchtvolumestromen en de ventilatiebalans wordt een WTW-unit geselecteerd.

Voor centraal gebalanceerde ventilatiesystemen zijn er verschillende typen WTW-units op de markt. In de woningbouw worden voornamelijk WTW-units toegepast die zijn voorzien van een tegenstroom warmtewisselaar. De toe- en afvoerluchtstromen zijn van elkaar gescheiden.

Er worden twee soorten warmtewisselaars onderscheiden:
• Platenwisselaars;
• Enthalpiewisslaars.

Platenwisselaars hebben als voordeel dat ze goedkoop zijn. Nadeel is de noodzaak van een condensaatafvoer en vorstbeveiliging.

Enthalpiewisselaars hebben als nadeel dat ze duurder zijn dan platenwisselaars en een iets lager thermisch rendement hebben. Voordelen zijn de afwezigheid van een condensaatafvoer, betere vochthuishouding in de winter en afwezigheid vorstbeveiliging onder normale omstandigheden.

HR-WTW's

HRWTWHet temperatuurrendement van zogeheten HRWTW-units is erg hoog (ca. 90 tot 95%). Het rendement geeft aan in welke mate de temperatuur van de toevoerlucht wordt verhoogd door de warmte uit de afvoerlucht. Naarmate het temperatuurrendement hoger is, zal de buitenlucht tot een hogere temperatuur verwarmd worden en zal de kans op tocht afnemen. De energieverliezen worden door ventilatie sterk verminderd en als de inblaastemperatuur voldoende hoog is hoeft er geen aanvullende naverwarming te worden toegepast. 

Een HRWTW-unit is samengesteld uit de volgende componenten:
• warmteterugwinblok;
• afvoerventilator;
• toevoerventilator;
• luchtfilters voor het filteren van toe te voeren buitenlucht en afgewerkte binnenlucht;
• afvoervoorziening voor condensaat dat ontstaat uit de afgewerkte binnenlucht;
• vorstbeveiliging;
• bypass.


Keuze WTW-unit en energiegebruik ventilatoren 

Het door de ventilatoren opgenomen vermogen bepaalt in hoge mate het totale energiegebruik van het systeem voor gebalanceerde ventilatie. Een beperking van het energieverbruik van de ventilator(en) wordt positief gewaardeerd in de energieprestatieberekening en leidt tot lagere gebruikskosten. Tegenwoordig worden daarom gelijkstroomventilatoren toegepast. Hiermee wordt een lager energieverbruik gerealiseerd dan met wisselstroomventilatoren. Door fabrikanten worden grafieken gegeven waarin de luchtvolumestroom per instelstand wordt uitgedrukt als functie van de externe opvoerhoogte. 

grafiekdebietDe grafiek is een voorbeeld van een vermogensgrafiek. In deze grafiek is ook het opgenomen vermogen per ventilator (in watt) vermeld.

Voorbeeld:

Wanneer de externe weerstand 110 Pa bedraagt dan zijn uit de grafiek de volgende gegevens af te leiden:
• Laagstand: volumestroom ±110 m³/h, opgenomen vermogen circa 16 W;
• Middenstand: volumestroom ±280 m³/h, opgenomen vermogen 39 W.

 

 

Geluidproductie en reductie WTW-unit 

Een WTW-unit produceert geluid en trillingen dat op verschillende manieren tot uiting komt:
• Directe geluidafstraling naar de omgeving. Een WTW-unit wordt daarom bij voorkeur in een aparte opstellingsruimte geplaatst;
• Voortplanting ventilatorgeluid via het kanalensysteem;
• Trillingsgeluid. Een WTW-unit wordt daarom op een wand met voldoende massa geplaatst (> 200 kg/m²). Denk aan een kalkzandsteen wand van 100 mm dik. Dus zeker geen binnenwand van 70 mm dik. 

De mate waarin het ventilatorgeluid zich via het kanalensysteem voortplant tot in de verblijfsruimten is afhankelijk van het kanalenverloop en de aanwezigheid van geluiddempers in het systeem. Als de WTW-unit wordt voorzien van voorgeschreven geluiddempers (lengte 1 m) in het toevoer- en afzuigkanaal dan mag in de nominale stand het geluidvermogen van de toevoerventilator maximaal Lw = 65 dB en van de afvoerventilator maximaal L = 55 dB bedragen.

Let op!

Het Bouwbesluit  eist op dit moment dat het geluidsniveau door installaties in de woning niet hoger mag zijn dan 30 dB in verblijfsruimten. Bij een te hoog geluidsniveau kan worden gekeken of geluiddempers het geluid genoeg kunnen dempen om wel aan te eisen te kunnen voldoen.

Luchtfilters in WTW-unit 

De lucht die door een WTW-unit stroomt moet om twee redenen gefilterd worden:
1. Vanwege het voorkomen van vervuiling en/of beschadiging van de warmtewisselaar. De filtering is van belang om dichtslibben van kleine kanalen in de warmtewisselaar te voorkomen. Bij dichtslibben vermindert het rendement en de ventilatieopbrengst. De meeste WTW-units worden om die reden standaard geleverd met een grof filter.
2. Vanwege gezondheidsredenen door de luchtkwaliteit. De toevoerlucht wordt ontdaan van pollen van bloemen, grassen en bomen en van overige vervuiling ten gevolge van verkeer, industrie en bouwwerken. De filtering is met name van belang voor CARA patiënten.

Aandachtspunten ventilatie in relatie tot verwarming 

Het op te stellen verwarmingsvermogen in een vertrek wordt bepaald door het piekvermogen, waarbij met name extreme buitencondities en de vereiste opwarmtijd een rol spelen. De dimensionering van het ventilatiesysteem geschiedt op basis van het benodigde vermogen, de temperatuur van de ventilatielucht en de vereiste temperatuurverhoging van de ventilatielucht.

Met de steeds hogere isolatiegraad van nieuwbouwwoningen nemen de warmteverliezen af. Het aandeel ventilatieverliezen is daardoor in verhouding groter geworden. Door het toepassen van ventilatiesystemen met warmteterugwinning en/of vraagsturing kan het benodigde verwarmingsvermogen voor ventilatie beperkt worden.

Bij toepassing van een laag temperatuur warmteopwekker, zoals bijvoorbeeld een warmtepomp, zonnesysteem of restwarmte, is een laag temperatuur afgiftesysteem noodzakelijk. Voor laag temperatuur warmteafgiftesystemen kunnen alle bekende watervoerende verwarmingssystemen worden gebruikt, zoals vloerverwarming, wandverwarming, radiatoren en convectoren.

Laag temperatuur verwarmingssystemen en energie-efficiënte ventilatiesystemen kunnen vrijwel onafhankelijk van elkaar worden ontworpen. De afstemming beperkt zich evenals bij radiatoren en verwarming tot de eventuele naverwarming ter voorkoming van comfortklachten door tocht, regeling en de uitmondingen.

Afstemming warmtapwatertoestel en ventilatievoorziening 

De afstemming tussen een warmtapwatertoestel en de ventilatievoorzieningen richt zich voornamelijk op de regeling (warmtepompboiler) en de uitmondingen (verdunningsfactor). Daarnaast dient er extra aandacht te worden besteed aan:
• Open gasverbrandingstoestellen;
• Toepassing van een warmtepompboiler met ventilatielucht als warmtebron.

Open gasverbrandingstoestellen

In een woning met mechanische ventilatie mogen geen open, afvoergebonden toestellen met natuurlijke afvoer (type B11) worden geplaatst. Dit geldt dus ook voor een afvoergebonden openhaard.

Warmtepompboiler 

Bij toepassing van een warmtepomp voor warmtapwaterbereiding dient de ventilatieretourlucht als bron. Deze zogeheten warmtepompboiler is toepasbaar bij ventilatiesystemen met een natuurlijke toevoer en mechanische afvoer van ventilatielucht (type C). De voor de warmtepompboiler benodigde luchtvolumestroom moet kleiner of gelijk zijn aan de nominale luchtvolumestroom van het ventilatiesysteem. Bij laagstand van het ventilatiesysteem of bij vraaggestuurde ventilatie is het goed mogelijk dat de warmtepompboiler een grotere luchtvolumestroom (ventilatieretourlucht) nodig heeft dan het ventilatiesysteem op dat moment levert. Er moet dus extra geventileerd worden. Dit wordt 'overventilatie' genoemd. Tijdens overventilatie is er sprake van extra warmteverlies ten gevolge van ventilatie.  

Vrije koeling met ventilatielucht (bypass) 

In de zomer is het wenselijk dat de ventilatielucht niet extra wordt opgewarmd door de warmtewisselaar in de unit. Hiertoe dient de WTW-unit van een bypass te zijn voorzien. In de normale situatie stroomt alle lucht over de warmtewisselaar. Afhankelijk van de binnen en buitenluchttemperatuur wordt de lucht van buiten door de bypass gevoerd, zodat vrijwel geen warmte wordt overgedragen aan de toevoerlucht en de woning met koele, nachtelijke buitenlucht kan worden doorspoeld.

condensaatCondensafvoer 

Omdat koude lucht minder water kan bevatten dan warme lucht, ontstaat bij het afkoelen van lucht condenswater. In een WTW-unit wordt warme binnenlucht afgekoeld door koude buitenlucht. Daarom ontstaat in een WTW-unit ook condenswater. Dit water moet afgevoerd worden naar het riool. Vanwege de aanwezigheid van (condens)water moet de opstellingsruimte van de WTW-unit vorstvrij zijn

LET OP!

De condenswaterafvoer moet worden voorzien van een waterslot om stankoverlast te voorkomen.

 

Voorverwarmer 

voorverwarmerIn de winterperiode kan de buitenluchttemperatuur onder het vriespunt komen. Als de temperatuur van de WTW-unit onder het vriespunt komt, bevriest het aanwezige condenswater. Om dit te voorkomen kunnen WTW-units voorzien zijn van een (elektrische)voorverwarmer die de buitenlucht opwarmt (ter bescherming van de warmtewisselaar).

Een andere oplossing is het verminderen van de hoeveelheid toevoerlucht, waardoor de binnenlucht de kleinere hoeveelheid buitenlucht op een hogere temperatuur kan brengen.

Ook kan een vorstklep worden toegepast die de toevoerlucht mengt met de warme afvoerlucht.


Naverwarmer

naverwarmerOm de inblaastemperatuur gelijk te maken aan de ruimtetemperatuur, kun je gebruik maken van een na-verwarmer in het inblaasgedeelte. 

In moderne WTW-units is de bypass geïntegreerd. Ook kan deze als separate module (achteraf) naast de WTW-unit worden geïnstalleerd. Voor een separate bypass is dus wel extra opstellingsruimte vereist.

De automatisch geregelde bypassklep kan buiten het stookseizoen worden ingeschakeld wanneer de vertrektemperatuur hoger is dan bijvoorbeeld 20,5 °C én de buitenlucht een lagere temperatuur heeft dan de woning. 

Opmerking:

Een bypass in de WTW-unit levert een kleine bijdrage aan het thermisch comfort in de zomer. Dit wordt onder meer bepaald door het (zongerichte) woningontwerp, de gebouwmassa, isolatiegraad en het gebruik van spuivoorzieningen. Met een geopende bypass wordt vrijwel geen warmte overgedragen aan de toevoerlucht. 

De toepassing van een bypass leidt vooral bij woningen met een lage EPC tot een iets lagere gemiddelde vertrektemperatuur in de zomersituatie.

Condensaatafvoer 

De warme afvoerlucht uit de woning wordt door de warmtewisselaar geleid (WTW-unit). Door de warmteoverdracht naar de koude buitenlucht daalt de temperatuur van de afvoerlucht aanzienlijk. De in de afvoerlucht aanwezige waterdamp condenseert wanneer de temperatuur van de afvoerlucht onder het dauwpunt komt. Bij toestellen met een platenwisselaar dient het ontstane condensaat te worden afgevoerd door middel van een condensaatafvoer. Toestellen voor HR-ventilatie zijn standaard voorzien van een condensaatafvoer in de vorm van een condensaatafvoerslang of condensaatafvoerbuis aan de onderzijde van het toestel. 

Wist je dat

Een positief effect van het condenseren van de afvoerlucht is dat extra warmte aan de toevoerlucht wordt geleverd wat een hoger rendement geeft.
Aandachtspunten ten aanzien van ontwerp en selectie zijn:
• De condensaatafvoer van het toestel moet via een waterslot (sifon) op de binnenriolering worden aangesloten;
• Om een goede condensaatafvoer te waarborgen moet het toestel waterpas worden afgehangen;
• De condensaatafvoerleiding moet daarbij onder afschot liggen. De condensaatafvoer moet minimaal 5 centimeter onder het waterpeil in het sifon uitkomen;
• De condensaatafvoer wordt bij voorkeur aangesloten op een veel gebruikt waterslot (bijvoorbeeld van HR-CV ketel/wasmachine). Opdrogen van een sifon kan geuroverlast veroorzaken.

Nul op de meter woningen    

Alle ontwikkelaars op het gebied van nul op de meter zijn zich bewust van de noodzaak van actieve ventilatie, 24 uur per dag. In de verschillende woningconcepten worden hiervoor grofweg twee systemen toegepast: systemen met mechanische afvoer en natuurlijke toevoer en systemen voor balansventilatie met warmteterugwinning.

Trebbe en Heijmans Vastgoed kiezen voor een systeem met mechanische afvoer en natuurlijke toevoer, slim gestuurd op basis van CO2-detectie en relatieve luchtvochtigheid. Verse lucht komt binnen via zelfregelende roosters boven de ramen.

In het Bright House-concept van Heijmans wordt in koude maanden de serre gebruikt als bron om verse ventilatielucht voor te verwarmen. Ze gebruiken geen balansventilatie want bij natuurlijke ventilatie komt er koude lucht via een rooster binnen. Dat begrijpen mensen. En daarom wordt het niet als tocht ervaren. Het systeem van balansventilatie begrijpen veel mensen niet.

Anderen kiezen in hun concepten juist wel voor balansventilatie met warmteterugwinning. Het is inefficiënt om eerst de gevel te isoleren en daarna koude buitenlucht via roosters in de gevel of boven ramen binnen te laten komen. Balansventilatie is een bewezen techniek; de bouw heeft echt wel wat innovaties doorgemaakt. In de afgelopen jaren is veel ervaring opgedaan hoe je het moet installeren en hoe de ventilatiekanalen moeten worden aangelegd.

Het systeem van Dura Vermeer werkt iets anders dan de andere balansventilatiesystemen. Hier wordt in ieder vertrek ventilatielucht mechanisch afgezogen. De verse lucht wordt aangevoerd via één centraal punt op de overloop van de verdieping en gedistribueerd via openingen onder de deuren. In de eerste generatie woningen van dit concept pasten we ventilatie met natuurlijke toevoer toe en klaagden mensen soms over koude tocht. Het is daarom beter de verse buitenlucht eerst voor te verwarmen, ook al waren we er in eerste instantie niet enthousiast over. Als je het goed aanlegt, levert het wel meer comfort. Dat blijkt nu ook uit de resultaten van de eerste tweehonderd woningen die wij zo hebben gemaakt.

Renz Pijnenborgh kiest in het concept van de Brabantwoningen voor een variant van mechanische ventilatie. Uit de afgevoerde ventilatielucht wordt warmte teruggewonnen. Deze wordt echter niet teruggegeven aan de verse lucht zoals bij balansventilatie, maar dient als bronwarmte voor een zogenoemde ventilatiewarmtepomp. Verse lucht komt onverwarmd de woning binnen. Om de kans op tocht te verkleinen, past Pijnenborgh een ventilatiegordijnkoof toe waarboven de verse lucht langs het plafond binnenkomt. Opmerkelijk is dat de ventilatie in de Brabantwoning wordt gestuurd op de warmtevraag: als er meer warmte wordt gevraagd, gaat de ventilatie dus harder werken zodat er meer bronwarmte voor de ventilatiewarmtepomp beschikbaar is.

Orientatie

In de zomer staat de zon hoger en schijnt op een zuidgevel amper naar binnen. Als huizen op oost-west georienteerd zijn hebben huizen meer last van de zon. Een dakoverstek of balkon helpt als natuurlijke zonwering. Markiezen en uitvalschermen helpen ook maar je moet er wel onder door kunnen kijken. Zonwerende folies helpen ook (aan de buitenkant van de raam). Een airco kost veel energie maar een ventilator verbruikt evenveel als een lampje en volstaat vaak. Vooral ventilatoren met grote rotorbladen. 

Of mediterraans gaan werken. 's-ochtends ramen, luiken, gordijnen of zonwerkingen dicht en 's-avonds de boel lekker tegen elkaar open. 

 

Idee

uit gerycycled plastic kan je kleine windmolentjes maken met 3D-printers. Die kan je eenvoudig  monteren op de ontluchtingskanalen van huizen. Op deze kanalen zitten reeds een soort windmolentjes die dienen om lucht uit ruimtes te trekken. Hierdoor en tevens door windstroming draaien deze windmolentjes. Hiermee is gemakkelijk energie op te wekken die met dynamo’s en batterijen kunnen worden verwerkt. Per windmolentje komt het neer op 500 Watt.

Scholen

Je moet bouwkundig goed ontwerpen wil er een goed binnenmilieu ontstaan. Natuurlijke ventilatie, gezonde lucht niet door kanalen en filters, atrium bouwen met veel bomen en planten en vanaf die kant lucht binnenlaten zou het beste zijn. Een leerkracht moet gemakkelijk de ramen kunnen openen, anders worden leraren en leerlingen suf. Daglicht is belangrijk voor de concentratie, het bioritme en de hormoonhuishouding. Dat moet in alle frequenties binnen kunnen komen. HR glas filtert een deel weg  Ijzerarm glas laat UV door. Vaak gebruikt men kunstlicht.

Acceptabel  Goed  Zeer goed

In het klaslokaal mag max 1200 / 1000 / 800 ppm CO2 aanwezig zijn
Er moet dus minimaal 12,5 / 17,5 / 22,5  m3/uur per meter worden ververst
minimaal 30 / 45 / 60 m3/uur per persoon
afstand vloer plafond = 2,8 m / 3,2 m / 3,5 m
groepsruimten hebben ten minste 4 te openen ramen (tot opp. 6 m2)

De aanvoerlucht is minstens zo schoon als de buitenlucht
Bij warmteterugwinning zijn toe- en afvoerlucht 100 % gescheiden
Bij mechanische ventilatie => klasse B eisen maar liever klasse A eisen

Vroeger hadden scholen hoge lokalen. 

Adviezen

In kantoorruimten wordt geadviseerd om een minimale luchtverversing van 30 m3/uur per persoon te hanteren bij licht fysiek inspannende werkzaamheden en 50 m3/uur bij fysiek zwaarder inspannende werkzaamheden. Voor scholen adviseert de GG&GD een minimale luchtverversing van 40 m3/uur en liever nog 50 m3/uur. Het gaat hier immers om mensen in de groei. Ook heeft een vervuilde lucht een mogelijk negatief effect op de schoolprestaties. Bij industriële werkplekken zal 50 m3/uur ruim voldoende zijn. Vanwege allerlei processen zal de ventilatie berekend moeten worden met als uitgangspunt alle mogelijke vormen van verontreiniging.

Luchtverversing mag nooit leiden tot hinderlijke tocht. Tocht wordt volgens de normen als hinderlijk ervaren zodra de luchtsnelheid boven de 0,15 m/s komt (in de zomer mag dit 0,25 m/s zijn). Beter is de tocht niet boven de 0,1 m/s te laten komen.

Maatregelen voor luchtverversing

  • installeer een efficiënt ventilatiesysteem
  • vervang stoffilters in het ventilatiesysteem regelmatig en maak de kanalen schoon
  • plaats printers, faxen en kopieerapparaten die meer dan 5000 kopieën per maand produceren in een aparte ruimte met voldoende ventilatie, ndien meer dan 50.000 afdrukken worden gemaakt dan is plaatsing in een repro-ruimte en bronafzuiging nodig(aldus ArboInfo nr 7 Kantoren)

Naast luchtverversing is het ook belangrijk om de werkplek regelmatig te reinigen. Een schone werkplek verbetert de luchtkwaliteit. Daarom:

  • zorg dat de werkplek regelmatig wordt schoongemaakt
  • hou het bureau zo leeg mogelijk (clean desk policy) zodat stof afgenomen kan worden
  • maak gebruik van dichte kasten
  • gebruik gladde vloerbedekking die makkelijk te reinigen is.
Zorg ervoor dat de afzuiging voorzien is van een automatische regeling met een sensor, hierdoor gaat de afzuiging alleen aan wanneer dat nodig is. Maak gebruik van een gelijkstroomventilator als u over mechanische ventilatie beschikt. Hierdoor wordt er minder stroom verbruikt dan een standaard wisselstroommotor. Zorg ervoor dat de koeling en de verwarming niet tegelijk aanstaan, dit verspilt veel energie. Installeer een gebouwbeheersysteem waarmee de energetische- en gebruikersfuncties van het gebouw op optimale wijze worden beheerd.

Zie verder ook bij warmtewisselaas en WTW.
 
Goed geïsoleerde gebouwen houden buitengeluiden beter tegen. Binnengeluiden zijn daardoor beter waarneembaar. Installaties geven dus eerder geluidsoverlast.
 
Het geluidsdrukniveau van balansventilatie mag daardoor niet meer zijn als:
• Installatieruimte < 35 dB(A)
• Secundaire ruimte < 30 dB(A)
• Verblijfsruimten < 25 dB(A)
 
Een laag geluidsdrukniveau wordt o.a. bereikt door een stil WTW-toestel, trillingsvrije plaatsing van het toestel, een buigslappe aansluiting van het kanaalstelsel op het toestel, voldoende grote kanaaldiameters zonder vernauwingen en scherpe bochten.
 
Een balansventilatiesysteem dient door een expert akoestisch te worden ontworpen. 
%MCEPASTEBIN%