E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


 

Verwarming

 

Inleiding Het baopt systeem
Verwarmingsketels Radiatorfolie
LTV Radiatorventilatie
HTV Thermostaten
Vloerverwarming Verwarmen met elektra
Voegen Airco
Verdelers Infrarood
Aandachtspunten Raamverwarming
Betonkernactivering Inregelen
Vloerkoeling Stooklijnoptimalisatie
Wandverwarming Waterzijdig regelen
Convectoren Phase changing materials
LT convectoren Nulenergieverwarming
Warmtepompsystemen De EPDB
Koudeval Warmtenet

Inleiding

Verwarming van je huis vraagt vier keer zoveel energie dan de elektriciteit die je verbruikt. Het vereist daarom alle aandacht.
 
De verwarmingsinstallatie voor een energieneutraal gebouw moet goed aansluiten aan de eigenschappen van het gebouw en de behoeften van de gebruikers. De mogelijk toe te passen systemen zijn uiteenlopend. In energieneutrale woningbouw is de warmtapwaterbehoefte groter dan de benodigde verwarming en daarom meestal leidend bij de keuze van de toe te passen installatie. 

Elke vorm van verwarming heeft voor- en nadelen. Men moet daarbij vooral letten op de wensen rondom behaaglijkheid. Radiatoren geven een geheel andere luchtstroming dan vloer- en wandverwarming.  Zie het plaatje hieronder. 
vloerverwarming

 

Je kan verwarmte opwekken via
- hout  
   - pallet kachels (hout)
- gas
  - verwarmingsketels CR, VR, HR100, HR 104, HR 107
  - open haard
- elektrisch
   - elektrische verwarmingselementen 
   - elektrische boilers 
   - warmtepompen (bron bodem, grondwater / aquifer of buitenlucht). 
   - airco's
   - HRe (microWKK) 
   - infrarood
   - warmte van apparaten e.d.


Hierbij is ook van belang
- de plaats van het verwarmingstoestel
- de wateraanvoertemperatuur

De warmte kan komen uit:
- induviduele verwarming
- collectieve verwarming
- warmtelevering door derden

Het verbruik is op allerhande manieren te verminderen via
HR verwarmingsketels
- lage temperatuurverwarming LTV en afgiftesystemen
- betonkernactivering
- stooklijnoptimalisatie
- waterzijdig regelen
- radiatorfolie radiatorventilator
- goede thermostaat
- phase change materials
- warmtenetten

Let op koudeval, frisse lucht, huisstofmijt, fijn stof, veiligheid, temperatuurschommelingen, oververhitting in de zomer, luchtsnelheden.

Het komt allemaal aan bod.

Als je nu thuis zuiniger aan wil doen met de verwarming kan je hier tips vinden.

verwarmen

Verwarmingsketels

De gasgestookte verwarmingsketels zijn tegenwoordig meestal HR (hoogrendement) door condensatie van de waterdamp in de rookgrassen. Er bestaan CR, VR, HR100, HR 104, HR 107.

Een HR 107 ketel bespaart energie ten opzichte van een VR ketel als de retourtemperatuur lager is dan 55 °C. De retourtemperatuur bepaalt hoeveel waterdamp er uit de rookgassen condenseert. Door condensatie wordt een rendement van meer dan 100% gehaald tot maximaal 109% (ca. 11% van de warmte in het aardgas zit in de waterdamp van de rookgassen). Het rendement van een HR ketel wordt hoger naarmate de afgiftetemperatuur lager ingesteld worden.

In goed geïsoleerde gebouwen is een gasketel met een zeer laag vermogen voldoende voor verwarming en warmtapwaterbereiding. Gasketels worden vaak te groot gedimensioneerd, wat problemen in de praktijk oplevert (pendelen, onnodig energieverlies).   

Alhoewel de gasketels zelf steeds energiezuiniger worden en gas nog de goedkoopste brandstof is, zullen in toekomst waarschijnlijk steeds minder gasketels worden toegepast, omdat de gasvoorraad slinkt en opwekking en distributie van hernieuwbaar gas waarschijnlijk te duur blijft. 
 
Houtpellet kachels, branders, sfeerhaarden e.d.
 
Bij goed geïsoleerde woningen kan directe warmteafgifte uit (sfeer)haarden met een te hoog piekvermogen het (gelijkmatige) binnenklimaat ontregelen.De grote warmteafgifte van traditionele houtkachels en sfeerhaarden leidt in goed geïsoleerde woningen tot comfortproblemen en energieverlies. Een juiste dimensionering is van belang om te grote opwarming van het gebouw te voorkomen.
 
In luchtdichte woningen met balansventilatie moet een verbrandingsinstallatie volledig worden afgesloten voor de binnenlucht en worden uitgevoerd met een separate luchttoevoer en rookgasafvoer. Deze kanalen moeten dampdicht worden geïsoleerd en de doorvoeren door de thermische schil moeten zorgvuldig damp- en luchtdicht worden aangesloten.

Lage temperatuur verwarming LTV

Steeds meer wordt LTV toegepast = lage temperatuur verwarming i.p.v. HTV = hoge temperatuur verwarming 

Bij HTV is het water in het systeem (70-90 oC) en heb je relatief kleine radiatoren nodig. Maar het kost veel energie om op die temperaturen te komen. In moderne, goed geïsoleerde woningen en kantoren met vloer- of wandverwarming is een aanvoertemperatuur van 25 °C al voldoende om de ruimtes op temperatuur te houden. Het voordeel van een LTV systeem is dat het zeer comfortabel is terwijl het door de lage watertemperatuur veel energiezuiniger is dan een CV systeem dat met een veel hogere watertemperatuur werkt. Bij LTV is de temperatuur in het systeem 30-40 oC of nog lager en heb je een groot verwarmend oppervlak als vloerverwarming of wandverwarming (of grote radiatoren) nodig. Hier een filmpje met de voordelen van vloerverwarming.  

Gebruik in ruimten met vloerverwarming geen vloerbedekking met een isolerende functie zoals tapijt dat vloerwarmte tegen houdt.

Voordelen
- Vloerverwarming is verspreid over een groot oppervlak en geeft zijn stralingswarmte zeer verspreid af, wat voor een hoog comfort zorgt. Bij deze manier van verwarmen kan de temperatuur 1 à 2 graden lager liggen dan bij radiatoren om het comfort op hetzelfde niveau te houden. 

Bij LTV is de temperatuurverdeling in een vertrek gelijkmatiger dan bij hoge temperatuur verwarmingssystemen. Bovendien ontstaat bij LTV minder luchtcirculatie. Het gevolg is een gelijkmatiger temperatuurverdeling in verticale richting. In gebouwen met vloerverwarming zal men zich hierdoor eerder behaaglijk voelen dan in gebouwen met een traditionele verwarming. 
Hierdoor zweven er ook minder stofdeeltjes door de lucht.
Omdat de temperatuur lager is, is het veiliger voor kinderen en ouderen.
 
Bij wand- en vloerverwarming is er een verhoogde kans op verminderde behaaglijkheid in de buurt van ramen. Dit wordt veroorzaakt door koudeval*. 
Door toepassing van HR-glas (dubbelglas met gas tussen de ruiten in plaatst van lucht) kan dit goed worden opgevangen. Dat lukt zelfs bij buitentemperaturen van -10 °C. Koudeval kan bovendien nog worden beperkt door bij ramen extra stroken met verwarming aan te brengen.
 
* Koudeval is het verschijnsel dat warme lucht bij grote raampartijen afkoelt en vervolgens naar beneden 'valt' waardoor het lijkt of er altijd een tochtstroom over de vloer loopt.
Koude lucht zakt en warme lucht stijgt. Dit komt omdat koudere lucht compacter is en zwaarder dan de warme lucht, die gewoonweg opzij wordt geduwd.

Omdat de vloer warmer en droger is heb je minder last van huisstofmijt.

Door de steeds betere woningisolatie en het benutten van direct invallende zonne-energie neemt het risico van oververhitting in de zomer toe. Om dit te voorkomen zijn aanvullende voorzieningen nodig, zoals (buiten)zonwering, extra ventilatie en natuurlijke koeling. Vloer- en wandverwarmingssystemen zijn goed inzetbaar om in de zomer in beperkte mate in koeling te voorzien.
 
Een LTV systeem is vooral interessant in combinatie met een warmtepomp of een zonneboiler.  
Het voordeel van het toepassen van een warmtepomp is dat deze behalve warmte ook koude kan leveren. Daardoor kan het LTV systeem in de zomer ook gebruikt kan worden om het huis te koelen. Het belangrijkste verschil tussen ‘gewone’ centrale verwarming en LTV zit in de temperatuur van het verwarmingswater.

Hoge temperatuur verwarming

HTV installaties kunnen energiezuinig worden afgesteld via de eco-module en via stooklijnoptimalisatie en waterzijdig regelen (zie onder).

Bij LTV kunnen de volgende afgiftesystemen worden gebruikt:
• Vloerverwarming;
• Wandverwarming;
• Plafondverwarming;
• LT-radiatoren;
• LT-convectoren;
• LT-luchtverwarming. 

Er zijn ook combinaties mogelijk, zoals wandverwarming gecombineerd met LT-radiatoren of wandverwarming gecombineerd met vloerverwarming. 
 
Voorbeelden van LTV en HTK (hoge temperatuur koeling) zijn:      LTV
• Vloerverwarming;
• Wandverwarming (knuffelwanden);
• Klimaatplafonds. 

Een groot voordeel is dat de systemen goed te combineren zijn met de methoden van warmte- en koudeopwekking waarbij gebruik wordt gemaakt van warmte op een relatief laag temperatuurniveau: bijvoorbeeld warmtepompen, zonneboilers of opslag in de bodem.

LTV in combinatie met een HR-ketel levert meteen een voordeel op. Deze ketel behaalt zijn hoge rendement door energie terug te winnen uit waterdamp in de rookgassen. Door deze damp te condenseren, ontstaat energiewinst. Voor de condensatie is het van belang dat de retourtemperatuur zo laag mogelijk is (lager dan 55 °C). Bij HTV condenseert de HR-ketel dus niet en heeft deze hetzelfde rendement als een VR-ketel. Bij LTV condenseert de ketel wel, waardoor het rendement tot 10% stijgt.

In het algemeen is de aanvoerwatertemperatuur voor het vloerverwarmingssysteem niet hoger dan 40 °C.
Bij het systeem met de capillaire buisjes is een temperatuur van ongeveer 30 °C voldoende.

Vloerverwarming
LTV007
 
Bij toepassing van vloerverwarming krijgt de vloer een hogere temperatuur dan de lucht en de omringende vlakken in de te verwarmen ruimte. Het gevolg hiervan is dat het menselijk lichaam minder warmte aan de omgeving verliest dan bij een niet verwarmde vloer. Hiermee heeft men een verwarmingssysteem dat als heel behaaglijk wordt ervaren.
 
Er zijn een aantal redenen om voor vloerverwarming te kiezen:
• Het systeem legt geen beperkingen op aan het gebruik van de ruimte.
• Het gebruik van warmte-opwekkers met lage mediumtemperaturen.
• Het verhoogde comfort bij steenachtige vloerafwerkingen.
 
Elektrische vloerverwarming noemen we geen LTV. Vloerverwarming met water kent drie mogelijkheden.
- zware systemen met de watervoerende buizen geheel in de mortel (cementgebonden of anhydrietgebonden)
De dekvloer ligt zonder isolerende tussenlaag op de constructievloer. Het kan ook zijn dat men buizen freest in de draagvloer.
- middelzware systemen met een mat van capillaire buisjes van kunststof met een buitendiameter van 4,3 mm. Die monden uit in twee verzamelbuizen van 20 mm dik. Die zijn weer aangesloten over verdelers of verzamelaars. 

LTV
- lichte systemen met een mat van buisjes op een houten draagvloer afgedekt met speciale gietmortel.
Je kan de mat van buisjes ook plaatsen in gegroefde platen met warmtespreidende elementen waarop een drukverdeelplaat is aangebracht. Dit demot wel slecht geluid. Daarom heeft men een zwevende dekvloer ontwikkeld. Van boven naar beneden heeft die
- vloerbedekking (tegels, tapijt, parket)
- 2x10 mm gipsvezelplaat of metaalplaat
- 50 mm houtwolcementplaat
- 30 mm minerale wol
- de draagvloer.
 
Bij renovatie heb je vaak maar een beperkt beschikbare hoogte. Dan is een geperforeerde montageplaat verkrijgbaar die gebruik maakt van dunne buizen (ca. 10 mm). De vloer wordt dan afgewerkt met een dunne laag (5 - 10 mm) egalisatiemortel of anhydriet. Door de perforatie ontstaat een hechting met de ondervloer en daardoor ook een goede belastbaarheid. De totale dikte van de vloerverwarming is dan 15-20 mm.
 
De verwarmingsleidingen liggen in of onder de dekvloer en warmen de vloer op. De vloer straalt de warmte de ruimte in. Vloerverwarming werkt dus op basis van straling en maar een klein deel convectie. 

vloerverwarming
 
Een nadeel is de traagheid in de opwarming (en afkoeling) van het systeem, waardoor het niet mogelijk is om snel te anticiperen op wijzigende (weers)omstandigheden. Vloerverwarming kan in energieneutrale gebouwen tot storende temperatuuroverschrijding leiden als de vloer (na een nacht verwarmen) warm is en ineens de zoninstraling voor extra warmte zorgt. Dit kan zelfs in de winter optreden.

Natte en droge systemen

Bij ‘droge systemen’ worden de leidingen in een voorgevormde constructie aangebracht.
Watergedragen systemen bestaan uit leidingen die in de vloer worden aangebracht. Bij ‘natte systemen’ worden ze rechtstreeks in de natte dekvloer gelegd. Omdat verwarmingsbuizen krimpen en uitzetten, komt er een wapening in de deklaag. Dit systeem heeft veel ruimte nodig, zo’n 13 centimeter.

Daarnaast zijn er ‘droge systemen’. Daarbij worden de leidingen in een voorgevormde constructie van piepschuim of polystyreen aangebracht. Onder de leidingen liggen profielen van aluminium of gegalvaniseerd metaal. Deze metalen zorgen voor een goede warmtegeleiding, waardoor de warmte sneller wordt afgegeven en verspreid.
Vooral als er weinig ruimte beschikbaar is, bijvoorbeeld in bestaande woningen, kan het frezen van sleuven in de deklaag een goede oplossing zijn. De leidingen worden vervolgens in deze deklaag gelegd. Doordat het systeem dicht onder de oppervlakte ligt, warmt de vloer relatief snel op en is er weinig warmteverlies.

De norm NEN-EN 1264 gaat in een aantal delen over ‘ingebouwde oppervlakteverwarmings- en koelsystemen met waterdoorstroming’. De reeks geeft definities en bepalingsmethoden voor het warmtevermogen, en behandelt het dimensioneren en installeren. De richtlijn ISSO 49 gaat over vloer- en wandverwarming en vloer- en wandkoeling voor woningen/woongebouwen en de utiliteitsbouw. Hij beschrijft de voordelen van laagtemperatuur-verwarmingssystemen (LTV) en behandelt vervolgens de verschillende typen vloer- en wandverwarming. Daarna komen de dimensionering, projectering, ingebruikname en beproeving aan bod.
 
Aandachtspunten bij monteren vloerwarmtebron 
 
Isolatie 
Wanneer de isolatie wordt gelegd, moet de vloer voldoende vlak zijn. Oneffenheden groter dan 5 mm dienen te worden uitgevlakt met een laagje mortel of zand zodat de isolatieplaten vlak liggen.  
  
Folie 
Een waterkerende folie van polyetheen heeft een dikte van ten minste 0,2 mm. Tijdens het aanbrengen van de vloerverwarming en specie mag geen beschadiging optreden. Extra zorg vereist het aanbrengen van een wapeningsnet, want de folie is dan zeer kwetsbaar. 

Dekvloer 
Vloerverwarmingsbuizen moeten zodanig worden bevestigd dat ze niet kunnen losraken, opdrijven of verschuiven tijdens het aanbrengen van de vloer.  
  
Wapening 

Wapening heeft in een zwevende dekvloer slechts beperkt nut. Scheuren van de vloer wordt niet voorkomen echter de scheurwijdte en eventuele ongelijkheden bij de scheur worden wel beperkt. 
Als in de dekvloer een wapeningsnet wordt toegepast, moet dit in de bovenste helft van de dekvloer worden aangebracht.  
Een montagenet voor het bevestigen van de vloerverwarmingsbuis, fungeert niet als wapening. 
  
Let op! 
Zorg ervoor dat je wapening gebruikt die niet roest. Dit kan voor vlekken in lichte vloerbekleding zorgen. 

De vloerverwarming regelen

Elke vloerverwarming en elk huis is anders. Wil je eenvoudig iedere verdieping aansturen of wil je ieder vertrek individueel bedienen dan kan je kiezen voor Plugwise.  
Het mooie van het systeem is dat:
1. het perfect de temperatuur per vertrek of per verdieping regelt;
2. het eenvoudig schema's kan verwerken en op afstand kan worden bediend;
3. u in uw app ziet hoe het systeem functioneert;
4. dat het uw verbruik en stookgegevens logt en u inzicht heeft in uw besparing.

Sinds deze week kunt u uw vloerverwarming ook geheel sturen met één individuele Plug per pomp. 
Maar wilt u iedere lus afzonderlijk regelen, dan kan dit met FLOOR: 
https://www.youtube.com/watch?v=Pw_0gW-Kchs
  
 
Dilatatievoegen  

Een dilatatievoeg scheidt delen van een constructie van elkaar op zodanige wijze dat die delen vormverandering kunnen ondergaan zonder dat de vloer scheurt. Een dilatatievoeg in de draagvloer moet altijd doorgetrokken worden in een daarop gelegen dekvloer. 
Leg de buizen van de vloerverwarming zodanig dat dilatatievoegen zo weinig mogelijk gekruist worden. Verwarmingsbuizen die een dilatatievoeg kruisen dienen ter plaatse steeds te worden omhuld door een kunststof mantelbuis met een lengte van tenminste 0,40 m en een inwendige diameter die tenminste 6 mm groter is dan de uitwendige diameter van de verwarmingsbuis.

Krimpvoegen

Een krimpvoeg wordt aangebracht in een niet hechtende dekvloer (d.w.z. een dekvloer op een folie(glijlaag) of een dekvloer op isolatie) met het doel om scheurvorming door krimp te voorkomen. Deze voegen zijn niet nodig bij dekvloeren die geen verhardingskrimp hebben, zoals anhydrietvloeren. Er gelden geen bijzondere eisen voor buispassages.
Indien de vloer een L-vorm heeft of een plaatselijke versmalling, dient hij door een of meer krimpvoegen te worden verdeeld in velden met een rechthoekige vorm. Dit geldt ook voor anhydrietvloeren.

Verdelers en verzamelaars

Vloerverwarmingsinstallaties maken gebruik van verdelers en verzamelaars die fungeren als gezamenlijke aanvoer of retour hulpstukken, waarop verschillende componenten van de hydraulische schakeling aangesloten kunnen worden. Om geluidsproblemen te voorkomen bij units met een pomp, dient de wand waarop de unit gemonteerd wordt voldoende zwaar (≥ 200 kg/m² dat wil zeggen minimaal 8 cm kalkzandsteen of 10 cm beton) te zijn of moet gekozen worden voor montage op de vloer.
verdelers

Voordat je de verwarmingsregisters in  de mortel bedt of dat je bij droogbouw op de registers de afdekking aanbrengt, moet de installatie gevuld en ontlucht worden.
Voor een goede ontluchting kan het vullen het beste onder druk geschieden door de installatie achtereenvolgens per register op het waterleidingnet aan te sluiten. Het water laat men zolang, met voldoende snelheid, door de registers stromen tot het zonder luchtbellen uit de aftap stroomt.
 
Bij de capillaire systemen moet per groep/zone het systeem gevuld worden en daarna het systeem doorspoelen totdat er geen belletjes meer in het uitstromende water zit.
Na het vullen moet de circulatiepomp ingeschakeld worden en deze op maximaal vermogen laten draaien om zo resterende lucht die zich nog in zones bevindt mee te nemen en via de centrale ontluchting uit het water te verwijderen.
 
In moderne goed geïsoleerde woningen is, zeker wanneer het ventilatiesysteem van WTW voorzien is, de warmtevraag gering. Hierdoor kunnen klachten voorkomen over een koud aanvoelende vloer. De bedrijfstijd beperkt zich veelal tot perioden met een lage buitentemperatuur en de opwarming na nachtverlaging. De klachten ontstaan niet doordat de binnentemperatuur niet hoog genoeg zou zijn, maar omdat men bij vloerverwarming gedurende het stookseizoen een comfortabele warme vloer verwacht. Verbetering van de beleving is mogelijk door ervoor te zorgen dat 's avonds de vloer enige graden warmer is. Dit is te realiseren door 's nachts niet te stoken en overdag de temperatuur niet hoger in te stellen dan strikt noodzakelijk is.

Een vloerverwarmings- of vloerkoelsysteem heeft nauwelijks onderhoud nodig. Het kan in bepaalde gevallen, bij niet diffusiedichte buizen, noodzakelijk zijn het systeem grondig door te spoelen om verstoppingen te voorkomen.

Bij de oplevering van de installatie dient minimaal de volgende rapportage of informatie beschikbaar te zijn en te worden overgedragen:
• Beproevingsrapport;
• Inregelrapport;
• Technische documentatie van de geleverde apparatuur;
• Onderhoudsvoorschriften;
• Bedieningsvoorschriften;
• Aanwijzingen voor het oplossen van een eenvoudige storing. 

Huisstofmijt

Bij vloerverwarming ligt de vloertemperatuur hoger dan bij andere verwarmingssystemen. Dit leidt tot een uitstekend thermisch comfort. Dat komt zowel door een hogere oppervlaktetemperatuur als door warmtestraling tegen de onderbenen. Bovendien is de relatieve vochtigheid op de vloer lager dan bij andere verwarmingssystemen. Dit belemmert de ontwikkeling van de huisstofmijt.

Fijn stof
 
Een hogere temperatuur van het verwarmingselement veroorzaakt, vooral boven en rondom radiatoren, hogere luchtsnelheden. Hierdoor worden meer en ook zwaardere stofdeeltjes meegenomen. Vloer- en wandverwarming kennen door de lagere luchtsnelheden minder stofcirculatie. Bij LT-radiatoren en -convectoren zijn de luchtstromingen duidelijk minder turbulent. Onderzoek bevestigt dat gezondheidsklachten ten gevolge van zwevende stofdeeltjes in de binnenlucht, afnemen bij een lagere verwarmingstemperatuur.

Veiligheid

Traditionele radiatorsystemen worden tot 90 °C heet. Al vanaf 40 °C kunnen bij aanraking met de huid verbrandingsverschijnselen optreden. Dat risico is bij LTV vrijwel nihil. Radiatoren zijn bovendien obstakels waaraan mensen zich, door vallen of stoten, kunnen verwonden. Wand- en vloerverwarming zijn in dat opzicht duidelijk veiliger, met name voor kinderen en ouderen.

Temperatuursschommelingen

Snelle temperatuurschommelingen rond een gemiddelde, comfortabele temperatuur zijn hinderlijk, evenals snelle opwarming of afkoeling. Regelsystemen zijn meestal niet in staat om dit te voorkomen. LTV systemen leiden vanwege hun grotere thermische massa tot minder klachten over temperatuurschommelingen.

Oververhitting in de zomer

Door de steeds betere woningisolatie en het benutten van direct invallende zonne-energie neemt het risico van oververhitting in de zomer toe. Om dit te voorkomen zijn aanvullende voorzieningen nodig, zoals (buiten)zonwering, extra ventilatie en natuurlijke koeling. Vloer- en wandverwarmingssystemen zijn goed inzetbaar om in de zomer in beperkte mate in koeling te voorzien.
 
Luchtsnelheden

De luchtsnelheden in de leefzone zijn bij vloerverwarming vergelijkbaar met die bij radiatorenverwarming. De fluctuaties zijn bij vloer- en wandverwarming echter veel geringer. De luchtsnelheden die bij vloer- en wandverwarming optreden door koudeval bij de ramen, zijn te voorkomen door toepassing van HR-glas.

Elke vloerverwarming en elk huis is anders.  
Wil je eenvoudig iedere verdieping aansturen of wil je ieder vertrek individueel bedienen dan bestaat er een Plugwise systeem ?
Het mooie daarvan is dat:
1. het perfect de temperatuur per vertrek of per verdieping regelt;
2. het eenvoudig schema's kan verwerken en op afstand kan worden bediend;
3. u in uw app ziet hoe het systeem functioneert;
4. dat het uw verbruik en stookgegevens logt en u inzicht heeft in uw besparing.

Sinds deze week kunt u uw vloerverwarming ook geheel sturen met één individuele Plug per pomp. Maar wilt u iedere lus afzonderlijk regelen, dan kan dit met FLOOR:  https://www.youtube.com/watch?v=Pw_0gW-Kchs
  
Betonkernactivering

Een bijzondere vorm van LTV en HTK is betonkernactivering. Je maakt dan gebruik van thermische massa. Het principe van betonkernactivering (BKA) berust op de actieve inzet van de gebouwmassa voor het verwarmen en koelen van ruimten in gebouwen.
Dit principe is bekend van oude kathedralen met massieve stenen wanden. In de zomer is het er koel. De massieve stenen constructie vormt een buffer tussen het buiten- en binnenklimaat. Pas na een lange periode met zon en hoge buitentemperaturen loopt de temperatuur binnen langzaam op. Gebouwen met BKA gebruiken ditzelfde principe. Door een goed isolerende gebouwschil te creëren, in combinatie met betonvloeren, ontstaat een buffer tussen de buitenwereld en het binnenklimaat. In tegenstelling tot de kathedraal waarin de stenen massa zich passief gedraagt, wordt het beton 'geactiveerd' door koud of warm water dat stroomt door leidingregisters die in het beton liggen.
 
Door inwendige warmtegeleiding verandert de oppervlaktetemperatuur van de constructie, waardoor warmte aan de ruimte wordt afgegeven of onttrokken. De warmteoverdracht wordt bewerkstelligd door straling en convectie. Het grootste aandeel hiervan betreft stralingsoverdracht, en deze levert een hoge mate van thermisch comfort in de ruimte.
Deze principes gelden ook bij Lage Temperatuur verwarming en Koeling.
 
Bij vloerkoeling krijgt de vloer een lagere temperatuur dan de lucht en de omringende vlakken. Het gevolg hiervan is dat warmte uit de omgeving opgenomen wordt en het menselijk lichaam iets meer warmte naar de omgeving verliest en deze daardoor als minder warm of koeler ervaart. Het weg te koelen vermogen met vloerkoeling is beperkt.
 
Wandverwarming

wandverwarmingMeestal bestaat wandverwarming uit een kunststof watervoerende buis in een spiraalvorm gelegd. Het meest voorkomend is een buizenregister van 14 - 20 mm dik. 

 

Een zeer dun kunststof buizenrooster (dikte 2 mm) opgenomen als mat in een stuclaag kent voor wandverwarming nog geen markt, wel bij plafondverwarming of plafondkoeling. 

De steenachtige warmtewand is een nat of halfdroog systeem.

Op de wand 

De leidingen worden op de wand gemonteerd. Nadat de buis is bevestigd wordt hierover gaas en een cement- of kalkmortellaag aangebracht zodanig dat de buisspiraal volledig is bedekt. De ruwe wand wordt afgewerkt met een dikke stuclaag.

In de wand 

In de muur worden sleuven gefreesd voor de watervoerende buis. De leiding wordt in de gleuf gezet en vervolgens ingebed in mortel. Het gehele muurvlak wordt afgewerkt met een mortellaag. Om een goede warmtegeleiding te krijgen moeten de sleuven goed worden afgesmeerd. De stukadoor werkt daarna de ruwe muur af met een stuclaag.

 

 

Radiatoren

Bij energieneutrale gebouwen is de juiste dimensionering van de afgifte belangrijk. Door te grote radiatoren kan het in een ruimte te warm worden. Ook leiden te grote installaties tot een hoger energieverbruik doordat ze leiden tot onbewust niet-zuinig gedrag zoals verwarmen met open ramen. 

Convectoren

De ontwerptemperaturen voor een lage temperatuur radiatoren verwarming (LT-radiatoren) zijn maximaal 55 °C voor de aanvoerwatertemperatuur en 45 °C of minder voor de retourwatertemperatuur. 
In de praktijk komen ook vaak systemen voor met een temperatuurtraject van 55/40 of 55/30 °C. Daarvoor is een wat groter radiatoroppervlak nodig dan bij een radiator systeem met een temperatuurtraject van 90/70 °C.
De benodigde afgiftecapaciteit van radiatoren is de laatste jaren sterk gedaald als gevolg van de betere isolatie van de woningen en de toepassing van HR+-glas. 

LT-convectoren 

LTV021Convectoren bestaan uit dunne warmwaterleidingen met daaromheen, op korte afstand van elkaar, een groot aantal dunne metalen lamellen. Convectoren zijn altijd zo laag mogelijk in een schacht of met een kast er omheen gebouwd om de natuurlijke trek en daarmee de afgifte van verwarmde lucht te bevorderen.

Door hun geringe waterinhoud en geringe massa zijn convectoren zeer snel op temperatuur.

De warmte-overdracht gebeurt, evenals bij luchtverwarming, volledig via convectie. Door stroming van warme lucht. De stralingscomponent ontbreekt dus grotendeels. 




WTW en Warmtepompsystemen

Daarnaast kan men doen aan warmte(terug)winning (WTW) via warmtewisselaars en een warmtepomp.

De warmte kan komen uit

- de buitenlucht Combinair = HRcombiketel en een warmtepomp (op zowel binnen als buitenlucht)  www.daaldrop.nl

- de warme binnenlucht die geventileerd wordt door de warmtepomp zie hier

Warmtepompboiler onttrekt warmte uit de aan of afgezogen ventilatielucht en verwarmt daarmee het tapwater (voor de douche, waskranen en eventueel de (af)wasmachine. 
Het boilervat kan groot zijn en een behoorlijk gewicht hebben, ook verdienen geluid en trillingen de aandacht. Je hebt wel LTV nodig. Energetisch interessant. Voorkom geluid en trillingen.

- de warme lucht die wordt uitgeblazen warmt de koude instroom op Climarad http://www.climarad.nl/   met CO2 sensor. 

     Climarad
- de warmte die is opgeslagen in waterlagen in de bodem. Veel meer zie hier

- de warmte in bad- en douchewater

Er bestaan zowel pijp als douchebak wtw's. M.n. geschikt als het water langzaam stroomt dus van de douche naar de stortkoker. Kan in één dag geinstalleerd worden. Vaak lastig inpasbaar.

- warmte van de aarde op grote diepte (geothermie). Op 2,5 km diepte is het 70-90 oC en op 3 km 100-130 oC. Die warmte is te gebruiken. Veel meer zie hier 

Warmtepompen
wpcompactEen warmtepompcompacttoestel is een combinatie van een WTW-toestel, een opslagvat voor warm tapwater en verwarming en een warmtepomp. De warmtepomp gebruikt de afvoerlucht van het ventilatiesysteem als medium om het opslagvat te verwarmen. Een elektrisch element zorgt voor naverwarming bij pieklast of als de warmtepomp niet voldoende warmte kan leveren. In plaats van een elektrisch element kan ook een gasketel zorgen voor naverwarming. Sommige warmtepompcompactoestellen kunnen ook koeling leveren.  
 
Voordelen van een alles in één apparaat:
• Optimale afstemming / configuratie van de afzonderlijke componenten en besturingseenheid
• Verminderd aantal raakvlakken installatieonderdelen, minder kans op fouten in het systeem
• Geoptimaliseerde regeling met betrekking tot ruimte en geluidsemissie (met name warmtepompen met compressoren) / samenstelling van de afzonderlijke componenten in een apparaat
• Eenvoudige installatiewerkzaamheden

 

 


Centrale warmtebronnen

Een centrale warmtebron is een bron van (rest)warmte met een laag temperatuurniveau die door bijvoorbeeld een warmtepomp op een hoger, bruikbaar temperatuurniveau gebracht wordt. De warmtebronnen worden als volgt ingedeeld:
• Restwarmte (processen, rioolwarmte, stadsverwarming); 

Industriële bedrijven hebben vaak restwarmte beschikbaar, denk aan bedrijven die gebruik maken van koel/vries processen of aan rioolwarmte. Als een bedrijf op acceptabele afstand staat van de gebouwen waar warmte geleverd kan worden, kan het aantrekkelijk zijn om een (stadsverwarmings)net aan te leggen. Een voorbeeld is de papierindustrie in Maastricht.

• Bodemwarmte (bodemwarmtewisselaars); 

Gesloten systeem: 

Installatie waarmee gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van bouwwerken, door middel van een gesloten circuit van leidingen. Bodemwarmtewisselaars hebben dus geen open verbinding met het grondwater.  
 
Open systeem:
Installatie waarmee van de bodem gebruik wordt gemaakt voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van bouwwerken, door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen. De opslag van energie vindt plaats in zandlagen in de bodem (aquifers). Let op er zijn strenge regels verbonden aan open systemen.

 
Warmtepompen op bodemwarmte worden in Nederland het meest toegepast. Omgevingswarmte wordt steeds vaker gebruikt als alternatief. Omgevingswarmte levert weliswaar een lagere COP door de lagere warmteoverdracht van lucht naar water, maar hierbij kunnen wel grote investeringen vermeden worden in bodemcollectors/-bronnen. 

• Omgevingswarmte (zon, oppervlaktewater, buitenlucht).

bodemwarmte
 
Warmte terugwinning WTW
 
WTWIn zeer goed geïsoleerde gebouwen kan met de ventilatielucht ook de benodigde warmte in het gebouw worden gebracht om het op temperatuur te houden. De in de WTW voorverwarmde buitenlucht wordt opgewarmd door een naverwarmer. Daarbij wordt de luchttemperatuur niet hoger dan 50°C om stofschroei te voorkomen. Naverwarmers zijn er in verschillende uitvoeringen, elektrisch of hydraulisch.   
 
Aandachtspunten uitvoering: Let bij dimensionering op dat het vermogen van de naverwarmer afhankelijk is van het luchtdebiet. Een standaard-fout is dat naverwarmers worden gekozen op basis van de maximale luchtdebieten, terwijl de ventilatie in de normaalstand maar op 50% draait. Als een elektrische naverwarmer zijn warmte niet voldoende kwijt kan slaat hij af en geeft dus helemaal geen warmte af. Hydraulische naverwarmers zijn doorgaans beter te reguleren. Daarnaast is het belangrijk te letten op een lage weerstand van de naverwarmer. De verhoogde luchtweerstand zorgt het gehele jaar voor een groter energieverbruik van de ventilatoren. 
De ventilatietoevoerkanalen moeten worden geïsoleerd (20 tot 50 mm) om de warmte in de ruimte te krijgen waar ze voor is bestemd.    
 
Brink Climate systems heeft een integralenaverwarmer (hydraulisch of elektrisch) ontwikkeld, Elan 4 of E, waarbij recirculatielucht wordt gebruikt om het vermogen beter te kunnen regelen zonder de ventilatie te verhogen. Hiermee wordt een snellere en zeer efficiënte opwarming bereikt zonder energieverlies en uitdrogen door te veel ventilatie. 

Bij wand- en vloerverwarming is er een verhoogde kans op verminderde behaaglijkheid in de buurt van ramen. Dit wordt veroorzaakt door koudeval*. 

 

Door toepassing van HR-glas (dubbelglas met gas tussen de ruiten in plaatst van lucht) kan dit goed worden opgevangen. Dat lukt zelfs bij buitentemperaturen van -10 °C. Koudeval kan bovendien nog worden beperkt door bij ramen extra stroken met verwarming aan te brengen.
 
* Koudeval is het verschijnsel dat warme lucht bij grote raampartijen afkoelt en vervolgens naar beneden 'valt' waardoor het lijkt of er altijd een tochtstroom over de vloer loopt.
Koude lucht zakt en warme lucht stijgt. Dit komt omdat koudere lucht compacter is en zwaarder dan de warme lucht, die gewoonweg opzij wordt geduwd. 

Het baopt systeem tegenb koudeval.

Als het te warm is blazen we met een grote worp koude lucht naar binnen en omgekeerd. Koudeval, tocht en temperatuureilanden zijn het gevolg. Het BaOpt systeem zorgt voor optimale menging van de lucht in de ruimte en de binnen gebrachte lucht. Dit zonder worp of stroming. Met een variabele druksturing wordt met zeer kleine drukverschillen (tussen de -4 en +8 Pascal t.o.v. buiten*) de lucht in een evenwicht gehouden en middels een diffusie-proces gemengd. Het resultaat is verbluffend. De lucht wordt helemaal homogeen en gerichte stroming kan niet meer ontstaan.

Het BaOpt systeem is een gepatenteerd algoritme dat dit proces in een complexe optimalisatie module weet te sturen. Onze Know How gaat heel ver. Vele honderden unieke projecten bewijzen de kracht van het algoritme. Aan de Know Why wordt gewerkt in de onderzoekslaboratoria van Bosch GmbH.
Baopt 

Het rendement van de radiatoren is te verhogen met radiatorfolie. Die plak je aan de achterkant. Zie hier 

Een gemiddeld huishouden van 3 personen bespaart met deze HR-radiatorfolie per jaar 44m3 gas . Dat scheelt 27 euro op je gasrekening. Dus de terugverdientijd is 6 maanden.

Radiator ventilator

speedcomfort home
Speed comfort is de slimme radiatorventilator
•helpt je huis comfortabeler te krijgen
•zorgt voor minder temperatuurschommelingen
•maakt energiebesparing tot wel 30% mogelijk
•is in een handomdraai te plaatsen
•maakt nauwelijks geluid
•gebruikt te verwaarlozen hoeveelheid stroom
•geschikt voor radiatoren en convectoren
 
Nieuwe radiatoren
 
Een kleine massa warmt sneller op dan een grote. Dat is een natuurwet. De LOW-H2O radiatoren van Jaga bevatten tot 90% minder water dan een plaatstalen radiator. Bovendien hebben ze geen zware stalen platen die eerst zichzelf moeten opwarmen. De ultramoderne warmtewisselaar van aluminium en koper geeft de warmte meteen door aan de kamer. De LOW-H2O radiator reageert dus sneller op een vraag naar warmte en biedt zo meer comfort met minder energieverbruik.
 
verwarmingen
Uit wetenschappelijke studies blijkt dat een installatie met energiezuinige LOW-H2O LT-radiatoren 5 tot 15%** minder energie verbruikt dan een installatie met plaatstalen radiatoren. Omdat ze sneller de gewenste temperatuur bereikt, en omdat ze niet onnodig doorverwarmt wanneer de optimale binnentemperatuur is bereikt. Minder verspilling dus. Meer zie hier

Thermostaten


Met een goede thermostaat is veel energie te besparen. De onderstaande thermostaat was in 2017 de nieuwste. 

Verwarmen met elektriciteit

Je kan verwarmen op elektriciteit.

- elektrische verwarmingselementen
- elektrische boilers
- warmtepompen
- HRe 
- infrarood.

Het voordeel is dat de elektriciteit duurzaam kan worden opgewekt. Het nadeel is dat de opwekking van elektriciteit in centrales 60 % of meer verlies geeft en vaak wordt opgewekt met vervuilende kolencentrales. Maar op de plek waar de elektriciteit wordt ingezet komen vervolgens geen vervuilende gassen meer vrij en zijn de systemen heel efficient.

- Verlichting, apparaten, transformatoren, computers e.d. geven warmte af net zoals personen in een ruimte (100 watt)

- elektriciteit kan worden opgewekt door zonnepanelen. Veel meer zie hier

- HRe. 

Je kan zelf elektriciteit maken met een sterling motor op aardgas en de warmte die daarbij vrij komt gebruiken voor de verwarming van de woning of warmt tapwater. Ze zijn minder effectief bij een geisoleerde woning. Vraag en aanbod moeten in balans zijn. Veel meer zie hier

Je kan ook via matten eleketrisch verwarmen. Vnl geschikt voor kleine ruimten. Zie hier

vloerverwarming

Verwarmen met airconditioning

De moderne airconditioning kan zowel koelen als verwarmen. Het verwarmen met airconditioning kent een aantal voor- en nadelen.

De voordelen

•Airconditioning-systemen zijn energiezuinig.
•Het verwarmen met airconditioning zorgt ook direct voor een goede ventilatie.
•Het luchtvochtigheidsgehalte wordt op peil gehouden door de airconditioning.
•Het airconditioning-systeem kan in de zomer worden gebruikt voor koelen.

De nadelen

Het gebruik van airconditioning voor verwarmen kent slechts een enkel nadeel:
•Het aanvragen van een omgevingsvergunning is nodig voor het plaatsen van een buiten-unit, dit is echter slechts nodig bij grote projecten.

Over het verwarmen met airconditioning bestaan een aantal misverstanden, die vaak als nadelen genoemd worden:
•Het verwarmen van meerdere ruimten/kamers is niet mogelijk.
•Het is duurder dan verwarmen met CV.
•Het werkt niet als het buiten echt koud is.

Het verwarmen van meerdere ruimten/kamers

Het verwarmen van meerdere ruimten/kamers kan met behulp van een multi-split airconditioning. Hierdoor kan de temperatuur in iedere individuele ruimte afzonderlijk worden geregeld, wat eigenlijk een voordeel biedt tegenover een CV. De kamer temperatuur kan tot op de graad nauwkeurig worden afgestemd.

Kosten

Het wordt vaak gezegd dat airconditioning duurder is dan verwarmen met CV. Airconditioning-systemen zijn echter sterk verbeterd in de loop der tijd en een stuk energiezuiniger geworden. Daardoor hoeft een Airconditioning-systeem niet meer onder te doen voor een CV.

Het verwarmen met airconditioning bij lage temperaturen

Het verwarmen met de airco kan tot buitentemperaturen van -15°C. Geen enkel probleem om in Nederland een ruimte met behulp van airconditioning te verwarmen.

Infrarood(IR)-warmtepanelen
 
Infrarood-panelen zorgen voor lokale warmteafgifte door straling. Hiermee kan ook bij lagere ruimtetemperaturen plaatselijk zeer snel comfort worden bereikt. 
In goed geïsoleerde gebouwen worden stralingspanelen meestal toegepast als bijverwarming op een LTV of verwarming met naverwarmde ventilatielucht. Door aan deze systemen een "echte" warmtebron toe te voegen kan de comfortbeleving in deze zeer energiezuinige gebouwen worden geoptimaliseerd.  Ook worden ze gebruikt als extra warmtebron in pieklast-situaties. In gebouwen met een gelijkmatige binnentemperatuur worden stralingspanelen ingezet om in enkele ruimtes, zoals badkamers, extra comfort te bereiken.     
   IR paneel
Toepassing van stralingspanelen als primaire warmtebron is niet aan te raden. Vooral in minder goed geïsoleerde gebouwen blijven de oppervlakten van de buitenschil op te lage temperaturen met een verhoogd risico op condens en schimmelvorming. Ook is dit niet comfortabel. Infrarood werkt alleen direct, plaatsen waar deze straling niet op valt (schaduw) blijven koud, zo blijven bijvoorbeeld je benen onder een tafel koud, terwijl het van boven lekker warm is. 

De energiebesparing kan oplopen tot 25 tot 30 procent. IR-panelen zetten stroom direct om in effectieve stalingswarmte waar het nodig is en kunnen toegepast worden op lastig te bereiken locaties, zeer grote of hoge locaties of in kantoren en woningen.

1. Hoe werkt het? Infrarood-warmtepanelen zetten elektriciteit om in langgolvige infrarood-warmtestraling, die vergelijkbaar is met de warmte die mensen van de zon ervaren. De infrarood-warmtestralen worden verspreid door de ruimte en verwarmen direct de objecten en materie in die ruimte. Zo zijn bijvoorbeeld de wanden en vloeren altijd warm en droog.

2. Wat is verschil met een elektrische kachel? Bij een elektrische kachel wordt de lucht verwarmd. Via de lucht worden vervolgens de objecten en materie verwarmd. Om het effect hiervan te ervaren zal eerst alle lucht in de ruimte moeten worden verwarmd. Vooral bij hoge ruimten kost dit veel energie. Bovendien verdwijnt opgewarmde lucht gemakkelijk door een openstaande deur of raam. Infrarood-warmtepanelen hoeven niet eerst de lucht op te warmen en zijn daardoor veel efficiënter.

Een ander verschil is dat infrarood-warmtepanelen geluidloos werken. Dus geen last meer van borrelende en ruisende leidingen of blazende gasheaters.

3. Wat zijn de toepassingen? Er zijn veel situaties waarin infrarood-warmtepanelen kunnen worden toegepast. Je kunt ze zowel als hoofd- als bijverwarming inzetten. In huishoudens wordt het veel toegepast in de badkamers en studiekamers. Zakelijke afnemers van infrarood-warmtepanelen zijn bijvoorbeeld kantoren, hot yoga ruimtes, kantines, sportscholen, instellingen in de medische sector en de zorg, winkels (kassagebied), bedrijven en instellingen met wacht- en ontvangstruimten en bedrijven in de recreatieve sector. De panelen zijn ook geschikt voor stallen of dierenverblijven, doordat infrarood panelen de warmte van de zon nabootst, een warmte waar mens en dier zich prettig bij voelt. Een groot voordeel van de panelen is dat je ze makkelijk loskoppelt en meeneemt bij bijvoorbeeld een verhuizing. Panelen kunnen aan de muur of aan het plafond worden gehangen met een montagebeugel.  Bij hoge ruimtes kan ook gebruik worden gemaakt van staaldraden vanaf het plafond. Naast strakke witte panelen kan je ook kiezen voor kleur of kunst of een foto laten drukken op de panelen.

4. Worden infrarood-warmtepanelen warm of heet? De panelen zullen weliswaar warm of heet aanvoelen, maar kunnen kortstondig worden aangeraakt zonder verbrandingsgevaar.

5. Zijn infrarood-warmtepanelen schadelijk? Nee, infrarood-warmtepanelen zijn niet schadelijk. Ze bevatten geen schadelijke UV-stralen zoals de zon maar bieden zelfs een gezonde vorm van verwarming. Doordat er minder lucht en stofcirculatie is, is het zelfs uitermate geschikt voor mensen met luchtwegaandoeningen. De lucht droogt veel minder uit en de mensen in de ruimte zullen minder snel last van droge ogen, huid en luchtwegen krijgen. De langgolvige infrarood-warmtestraling bevordert bovendien de bloedcirculatie, wat een weldadig effect heeft op spieren en gewrichten.

6. Waarom bespaart het? Infrarood-warmtepanelen zetten stroom direct om in effectieve warmte daar waar het nodig is. Warmte hoeft niet te worden getransporteerd en gaat dus niet verloren. Grote ruimten hoeven niet in hun geheel te worden verwarmd, maar slechts doelgericht op de  plaatsen waar warmte behoefte is. Warmtepanelen verwarmen mensen en materie rechtstreeks, zonder eerst alle lucht in de ruimte te hoeven verwarmen. De warmte wordt bovendien gelijkmatig over de ruimte verdeeld, terwijl de warmte bij conventionele verwarming met name bij het plafond is geconcentreerd. De warmte zal ook minder makkelijk weglekken via openstaande deuren omdat de warmte vooral in de vloeren, wanden en objecten aanwezig is en minder in de lucht. Een paneel van 600 Watt gebruikt bij vol vermogen per uur 0,4 Kilowattuur. Bij een kostprijs van € 0,21 per kWh is dit € 0,84.

7. Hoe lang gaan de panelen mee? Normaal gesproken hebben infrarood-warmtepanelen een levensduur van zo’n 20 tot 25 jaar. Gedurende die tijd is het rendementsverlies nagenoeg nihil. Uiteraard hangt dit af van de kwaliteit van het paneel dat wordt gebruikt

8. Hoe stuur je infrarood-warmtepanelen aan? Dit kan op verschillende manieren: een draadloze thermostaat, slimme stekkers waarmee de apparaten op afstand aan en uit kunnen worden gezet, of gewoon door de stekker in het stopcontact te steken. Om de warmte in een ruimte of gebouw af te stemmen naar behoefte kan er op de ene plek gekozen worden voor meer of grotere panelen en op de andere plek niet. Ook kunnen de thermostaten van de verschillende panelen op een verdieping verschillend worden afgestemd. De ene collega zal hem op 18 graden zetten, de ander op 21. 

9. Kan ik infrarood-verwarming combineren met zelf energie opwekken? Dit kan uitstekend door middel van zonnestroompanelen en/of (kleinschalige) windenergie waarbij in beide gevallen elektriciteit wordt opgewekt. Via uitwisseling met het elektriciteitsnet en de wettelijk verplichte saldering voor energieleveranciers van opgewekte en geleverde stroom kun je voorzien in je eigen energielevering.

10. Wat betaal je gemiddeld voor infrarood-panelen? Infrarood-panelen bestaan in verschillende afmetingen en worden geleverd door diverse partijen. Voor een klein paneel van 300 Watt, die bijvoorbeeld de badkamer of een kleine studeerkamer verwarmt kun je denken aan € 200 per paneel incl. btw. Een paneel van ongeveer 600 watt kost ongeveer € 270 incl. btw. 

Voor de kwaliteit van panelen is het een tip om altijd te letten op minimaal vijf jaar garantie. Waar je ook rekening mee kan houden is dat de panelen geen onderhoud(kosten) met zich meebrengen.  

Ramen die dienen als verwarming IQ-glas

IQ glas

IQ-GLAS® bestaat uit een heldere dubbele beglazing met diverse specifieke metaalcoatings in de spouw. De coating op de binnenruit (zijde 3) wordt met een aangepast elektrisch vermogen aangestuurd waardoor de binnenruit (zijde 4) ongeveer 35⁰C
warm wordt.
Zijde 2 van de buitenruit is voorzien van een reflectiecoating die alle opgewekte warmte van zijde 3 integraal terugkaatst.IQ-GLAS® bestaat uit een heldere dubbele beglazing met diverse specifieke metaalcoatings in de spouw. D

De coating op de binnenruit (zijde 3) wordt met een aangepast elektrisch vermogen aangestuurd waardoor de binnenruit (zijde 4) ongeveer 35⁰C warm wordt. Zijde 2 van de buitenruit is voorzien van een reflectiecoating die alle opgewekte warmte van zijde 3 integraal terugkaatst.

Inregelen van verwarmingssystemen

Voor de regeling van het verwarmingssysteem zijn er, afhankelijk van de thermische massa van het systeem verschillende soorten regelingen mogelijk of noodzakelijk.
• Regeling met een kamerthermostaat;
• Regeling met een stooklijn -> stooklijnoptimalisatie
• Regeling per vertrek.

Voor de regeling van een systeem met koeling zijn er in principe twee systemen te onderscheiden:
• Systeem met thermostaat waarbij de watertemperatuur tot circa 5 °C onder de ruimtetemperatuur beperkt blijft;
• Regeling op basis van het dauwpunt.
 
Stooklijnoptimalisatie

Als het buiten niet zo koud is, hoeft het water door de verwarming ook niet zo warm te zijn. Ofwel hoe kouder het buiten is hoe warmer de stooklijn moet zijn.
 
Dus als het echt koud is, dan laat deze de brander aangaan totdat een hoge watertemperatuur bereikt is, en bij zacht weer is een lage watertemperatuur voldoende.
 
De hoogte van die watertemperatuur is afhankelijk van de heersende buitentemperatuur. Die relatie is lineair, en kan in een rechte lijn uitgedrukt worden, de zogenaamde stooklijn. Is die goed gekozen, dan blijft de binnentemperatuur binnen constant. Dat is vrij omslachtig. Daar waar elke kamerthermostaat moeiteloos een binnentemperatuur van twintig graden kan handhaven, lukt een weersafhankelijke regeling dit alleen als de stooklijn goed gekozen is. En dat is lastig!

Kies eerst bij een buitentemperatuur van 20 °C een watertemperatuur. Normaal is ook 20 °C. Je wilt immers niet verwarmen of koelen als het buiten al 20 °C is. Het tweede punt kiest men met koud weer. Bijvoorbeeld bij -10 °C buiten 70 °C water. En dan maar afwachten of de temperatuur echt constant blijft. De juiste waarden zijn niet te geven. De stooklijninstelling is afhankelijk van de isolatie-eigenschappen van het gebouw, het vermogen van de cv-installatie en de wensen van de gebruiker. Die zijn steeds verschillend.

Je stelt alleen een basis in, de rest zal men zelf moeten doen.

Zoals gezegd houdt een weersafhankelijke regeling de temperatuur binnen constant. Maar dat is helemaal niet zo handig. Zuinig stoken is 's nachts zo lang mogelijk 'uit', 's morgens even warm maken (aanwarmen), en daarna warm houden. Dat betekent drie verschillende watertemperaturen: koud, heet en warm. Weersafhankelijk kan dit niet. Een stooklijn legt maar één relatie, geen twee. Omdat cv's met weersafhankelijke regelingen 's nachts zachter stoken of zelfs 'uit' gaan, kan het overdag nooit kloppen. Men kiest een stooklijn die ergens tussen warm en heet in zit. Dat is niet echt comfortabel. 's Morgens wil het maar moeilijk warm worden, en aan het eind van de dag is het te warm. Kantoorgebouwen zijn daar berucht om. Maandagochtend is het altijd te koud en vrijdagmiddag is het te warm. Dergelijke gebouwen worden ook driekwart van de tijd niet gebruikt; er vindt daardoor veel afkoeling plaats!

Huishoudens hebben daar net zo goed last van. Maar wel minder. Slechts eenderde van de tijd is nacht; dus minder afkoeling. Daarnaast past men de zogenaamde naregeling toe. Bijvoorbeeld thermostaatkranen (zie kranen). Die lopen dicht als de gewenste binnentemperatuur bereikt is. Het blijft dan mooi op temperatuur. Maar dát was niet de bedoeling. Thermostaatkranen moeten dicht gaan als de zon schijnt, om die gratis warmte te benutten. Niet om het teveel aan warmte van de ketel weg te smoren. Dat is niet zuinig.

Thermosstaatkranen lossen ook niet alles op. Het trage aanwarmen blijft bestaan. Vandaar het wijd verspreidde fabeltje dat de nachttemperatuur niet teveel mag zakken. Het zou niet zuinig zijn wanneer 's ochtends flink gestookt moet worden. Het is onzin (zie nogmaals temperatuur 's nachts), maar het camoufleert wel wat van de problemen als gevolg van weersafhankelijk regelen.
 
Bij regeling met een stooklijn is een buitenvoeler aanwezig en wordt de watertemperatuur in het systeem bepaald aan de hand van een stooklijn op basis van de buitentemperatuur. De buitenvoeler dient zodanig geplaatst te worden dat deze niet beïnvloed wordt door zonnestraling of uitblaas voorzieningen van ventilatie, warme rookgassen etc. Plaatsing bij voorkeur op een gevel met een noord-oriëntatie. 
 
Naregeling (bijvoorbeeld met kamerthermostaat) om oververhitting tegen te gaan is noodzakelijk. Wanneer men nachtverlaging toepast, is het niet zinvol de ruimtetemperatuur meer dan 2 graden te laten dalen. Door de traagheid van het systeem moet het systeem enige uren voordat de gewenste temperatuur bereikt moet zijn ingeschakeld worden. Deze regeling is geschikt voor alle typen vloerverwarming. In het algemeen is het geïnstalleerde vermogen per vertrek iets groter dan bij regeling met alleen een kamerthermostaat.
 
Waterzijdig regelen

De juiste instelling van radiatoren is afhankelijk van de afstand van de radiator tot de ketel.

Hoe verder, hoe minder druk er zal zijn, en hoe groter de opening zal moeten zijn. HInregelenoe verder, hoe lager de temperatuur van het water, hoe meer water er door de achterste radiatoren moet gaan om dezelfde opwarming te geven.
Ook kan men kiezen voor een groter radiatoroppervlak aan het einde.

Die maximale doorstroomopening stelt men in door het binnenwerk van een radiatorkraan in te stellen. Het kan ook door een voetventiel te verdraaien (zie foto). Gebruikers kunnen de kraan daarna nog steeds open en dicht draaien, maar nooit verder open dan de vooringestelde maximale doorstroomopeningen.

Tegenwoordig heeft men ook radiatorkleppen die automatisch bestuurd kunnen worden. Het opwarmtijdstip kan worden ingesteld en ook het tijdstip wanneer de verwarming uit moet. Vervolgens kan de verwarming alleen door gaan met verwarmen als er beweging wordt waargenomen door een bewegingssensor. Ook worden de radiatoren automatisch dicht geknepen als de aangegeven temperatuur bereikt is. (De slimme thermostaat).

Installeer thermostaatkranen op uw radiatoren, hierdoor wordt vooraf de hoogst gewenste temperatuur ingesteld, waarna per radiator de gewenste temperatuur kan worden ingesteld.

Inregelen
De eerste radiator is warmer dan de laatste. Dat vraagt om inregelen.

We kennen verschillende methodes om een installatie waterzijdig in te regelen.
• Voorinstelmethode;
• Temperatuurmethode;
• Ultrasoonmethode.
De methodekeus hangt onder meer af van of het gaat om nieuwbouw, renovatie of bestaande bouw. Omdat niet alle methodes zijn in alle situaties inzetbaar.
 
De voorinstelmethode

Het inregelen van de inregelafsluiters gebeurt op basis van theoretisch bepaalde standen. De in te stellen standen worden bepaald met behulp van een leidingnetberekening. Ook wordt de stand van eventuele hoofdinregelafsluiters berekend, evenals de in te stellen pompstand.

Je kan ook gebruik maken van tabellen met voorinstellingwaardes. Deze staan in inregelgidsen.

instellen
Voor deze methode maak je een inregelstaat. Je controleert de installatie en stelt de berekende standen in. Als het kan, meet je een totaal debiet. Je controleert de standen door middel van metingen. De voorinstelmethode wordt bij voorkeur gebruikt bij nieuwbouw of gerenoveerde woningen. 
 
Temperatuurmethode 

De temperatuurmethode heet zo, omdat het inregelen gebeurt aan de hand van temperatuurmetingen. Op basis van het meten van de aanvoer- en retourtemperatuur worden de inregelstanden bepaalt.

temperatuurmethode
 
De temperatuurmethode is een ‘trial and error’ methode. Je zal vaak alle radiatoren moeten meten en de inregelstanden veranderen om het beste resultaat te halen.
 
Deze methode wordt alleen gebruikt in de bestaande bouw, en dan vooral als er geen installatiegegevens bekend zijn of het leidingsysteem uit het zicht gemonteerd is. Het inregelen volgens de voorinstelmethode zou in deze situatie erg moeilijk zijn.

Hoe voer je het uit?
 
1) Zet alle inregelafsluiters 20% dicht  
2) Meet alle temperatuurverschillen  
3) Smoor of open inregelafsluiters met te grote afwijking van gemiddelden  
4) Stel met pomp en totaalafsluiter de volumestroom in tot de gewenste Δθ

Ultrasoon methode 

Bij deze methode wordt op verschillende plaatsen in de leidingen het doorstroomvolume tot op twee cijfers achter de komma in liters gemeten.
 
De metingen worden verricht met behulp van een ultrasoon flowmeter waarmee op basis van ultrasoon geluid wat door een vloeistof wordt getuurd en de hierdoor veroorzaakte tijdvertraging of versnelling van het geluid het doorstroomvolume wordt gemeten.

ultrasoon
De ultrasoonmethode is de meest nauwkeurige methode en is snel uit te voeren. De methode is bruikbaar in alle bouwvormen.
 
Meten met thermische camera
 
themisch
Er worden steeds meer trucjes bedacht om sneller en makkelijker de temperatuur te meten. Een nieuw hulpmiddel is het meten van de temperatuur met behulp van een thermische camera app op je smartphone of tablet.
 
De temperatuur wordt hierbij zichtbaar gemaakt met behulp van kleuren en door plaatselijk het beeld te selecteren kun je de temperatuur tot op een halve graad nauwkeurig aflezen. Omdat dit gebeurt op basis van kleur kan dit zelfs nog nadat de foto gemaakt is.
 
Voorwaarden voor inregelen

Inregelen kan alleen goed worden gedaan als er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
 
Installatie

De installatie moet voor elke radiator een inregelmogelijkheid hebben. Dit kan met een voetventiel, een dubbel instelbare radiatorkraan of een instelbaar onderblok.
 
Als de pomp te groot is gedimensioneerd is het verstandig om een hoofdinregelafsluiter te installeren. Zo hoef je bij elke radiator niet te veel weg te smoren. Te veel smoren kan er namelijk voor zorgen dat de afsluiter verstopt raakt door vervuiling.
 
Componenten

De inregelafsluiters moeten een nauwkeurige instelmogelijkheid hebben, liefst met veel standen en een voldoende hoge weerstand in stand 1.
Verder is het aan te bevelen een afsluiter te kiezen met een zichtbare schaalverdeling en met een eenvoudige borging van de ingestelde stand.

Voetventielen
 
Voetventiel
Voetventielen zijn afsluiters in een leiding, meestal in de retour. Het zijn eigenlijk radiatorkranen zonder knop. 
 
Er bestaan vele soorten en maten. De meeste voetventielen zijn afsluitbaar, maar er zijn ook uitvoeringen die niet helemaal af te sluiten zijn.
De niet afsluitbare hebben als voordeel dat ze niet teveel gesmoord kunnen worden (in verband met verstoppingsgevaar). Een nadeel is dat de radiator niet volledig afgesloten kan worden voor demontage.
 
Meestal heb je voor het instellen van de voetventielen een speciaal sleuteltje nodig.
 
Er zijn meerdere mogelijkheden voor het instellen van voetventielen. Je kunt het best de fabrikantengegevens raadplegen voor de juiste instelmethode. De instelme­thode moet op de inregelstaat worden beschreven.

Voetventielen instellen

Het instellen van voetventielen kan op verschillende manieren. In de simpele ventielen zit een regelkegel. Deze draai je met een schroevendraaier of inbussleutel aan. Vaak kun je de regelkegel borgen met een schroefje. Het schroefje wordt apart aangedraaid. Soms is de stand van de afsluiter hetzelfde als het aantal slagen van de regelkegel. Het schroefje is dan alleen voor borging.
 
Bij sommige voetventielen wordt de instellingsstand bepaald door het schroefje. Je draait eerst de regelkegel dicht, daarna het schroefje helemaal in. Het schroefje draai je het berekende aantal slagen uit. De regelkegel draai je tegen het uitgedraaide schroefje aan (let op dat het schroefje niet meedraaid!).
 
Het aantal keren dat je de regelkegel opendraait bepaal je vanuit de dichte stand. Je draait het voetventiel dus eerst dicht en daarna het aantal slagen open.

Onderblokken 

Onderblokken zijn vaste blokken waarop zowel de aanvoer- als de retourleiding worden aangesloten.
Ze worden gebruikt bij kunststof leidingsystemen in de vloer. In moderne nieuwbouwwoningen komen deze leidingsystemen veel voor.
 
Er zijn twee soorten onderblokken:
 
• Éénpijpsonderblokken;
• Tweepijpsonderblokken.
De éénpijpsonderblokken zijn speciaal bedoeld voor éénpijpsystemen. Deze systemen komen weinig voor.
 
Veel tweepijpsonderblokken kunnen ingesteld worden om de volumestroom in de retourleiding te regelen. Dit doe je op dezelfde manier als bij voetventielen.

Radiatorkranen 

Gewone radiatorkranen en thermostatische radiatorkranen kunnen zijn uitgevoerd met de mogelijkheid om een vaste voorinstelling te geven. Dan worden ze dubbel instelbare radiatorkranen genoemd.
 
Voor het instellen moeten de koppen van de kranen worden verwijderd. Dubbel instelbare radiatorkranen zijn vaak voorzien van een schaalverdeling. Voor het instellen van veel dubbel instelbare radiatorkranen is een instelsleuteltje nodig.
 
Je kunt beter een radiatorkraan gebruiken om volumestroom in te stellen, dan  een voetventiel of onderblok. Dit geeft minder verstoppingsgevaar.

Inregelafsluiters 

Inregelafsluiters bestaan met of zonder meetvoorziening.
 
Metingen zijn op basis van een drukverschil. De druk wordt veroorzaakt door de snelheid van het stromende water. Het drukverschil kan gemeten worden met een meetflens (vaste weerstand) of over de spindel. Dit is afhankelijk van het fabricaat.
 
Voor sommige inregelafsluiters heb je speciale apparatuur nodig om ze te kunnen meten.
 
Een ander type inregelafsluiters kun je direct aflezen. Deze heten Tacosetters. Tacosetters kunnen bij de radiatoren geplaatst worden, maar ook als hoofdinregelafsluiter. Deze inregelafsluiters geven een redelijke indicatie van de volumestroom. Door vervuiling zijn de deze na verloop van tijd wel steeds moeilijker af te lezen.

regelaars
Inregelafsluiter en een tacosetter

MinicombiThermostaatkraan met constante volumeregelaar 

Een nieuwe manier van inregelen zijn radiatorkranen met een drukverschilregeling en doorstroombegrenzing. Dit type heet constant volumeregelaars.
 
Deze kranen kunnen ‘zichzelf regelen’. Er moet wel genoeg water zijn, anders kan de volumestroom niet hoog genoeg worden. De volumestroom wordt begrensd als deze te hoog dreigt te worden. Daarom worden het ook wel ‘doorstroombegrenzers’ genoemd. 

De constant volumeregelaar moet nog steeds ingesteld worden op de juiste waarde. De fabrikant kent de ontwerpvolumestroom niet!

pomp
Pompen
 

Pompen zijn meestal geïntegreerd in de ketel of de warmtepomp en hebben vaak 3 standen. De fabrikant zet de pomp meestal op de hoogste stand. 
Op de inregelstaat moet de instelling of de gecorrigeerde stand van de pomp worden vermeld. De manier waarop een pomp in een andere stand gezet wordt is fabrikant afhankelijk. Deze informatie moet ook op de inregelstaat worden vermeld.





Er bestaat ook onderscheid in:
- induviduele verwarming
- collectieve verwarming
- warmtelevering door derden

Ruimmteverwarming

M.b.t. warm tapwater is te kijken naar het onderstaande:

Warm tapwater

 

Phase Change Materials

Op waterbasis

Deze PCM’s bevatten als voornaamste component gewoon water. Koude-opslagsystemen of ijsopslagsystemen worden voornamelijk gebruikt in de airconditioning- of procesindustrie. Denk bijvoorbeeld aan traditionele gebouwkoeling of bierbrouwerijen. Het vriespunt wordt verlaagd door er glycol of ethanol aan toe voegen waardoor er opslagtemperaturen tot aan -30°C mogelijk worden. Bij iedereen bekend zijn de z.g. vrieselementen voor in de koelbox.

Ijsverwarming

Ijsverwarming werkt op een tegenovergestelde manier als een ijskast. In de kelder van het gemeentehuis van Panningen staat een warmtepomp. En onder het parkeerterrein naast het gemeentehuis een bak met 500 kuub water. Het waterreservoir bevriest. De energie die vrijkomt uit het water, verwarmt het gebouw.

Als in de zomer de ijsklomp ontdooit, komt er genoeg koude vrij om het gemeentehuis te koelen. De warmtepomp werkt op de elektriciteit van zonnecellen op het dak. "Als de techniek verder wordt verfijnd, kan het qua gebruikskosten concurreren met de traditionele manier van verwarmen en koelen."

http://solareis.nl/

Zouthydraten

Zouthydraten bevatten anorganisch zout en water. De smeltpunt temperatuurrange bevindt zich tussen 8°C en 90°C. Voordelen van zouthydraten zijn gunstige materiaalkosten, hoge latente smeltwarmte, goede warmtegeleiding en onbrandbaar. Een nadeel kan zijn dat slechte kristalvorming zouthydraten gevoelig maken voor superkoeling. D.w.z. dat het stollen van het materiaal lager is dan het eigenlijke vriespunt. Voor sommige toepassingen kan dat echter ook weer een voordeel zijn. Ook gewoon water is onderhevig aan het superkoelingseffect. Dit wordt meestal opgelost door additieven aan het materiaal toe te voegen.

Paraffines

Paraffine of was is een afgeleide van aardolie. De smeltpunt temperatuurrange is vergelijkbaar met die van zouthydraten. De latente smeltwarmte is redelijk en ze hebben geen problemen met superkoeling. Nadeel is dat de prijzen gelinkt zijn aan de aardolieprijzen en daardoor niet stabiel zijn. En niet onbelangrijk, zoals alle fossiele brandstoffen, heeft de winning van aardolie een grote impact op het milieu. Een groot nadeel is de brandbaarheid van het materiaal, waardoor toepassing in de gebouwde omgeving niet zonder speciale maatregelen mogelijk is.

Plantaardig

Dit zijn organische PCM’s omdat zij afkomstig zijn van plantenolie of dierlijk vet. De range aan smelttemperaturen is breed en liggen tussen de -30°C en 150°C. De latente smeltwarmte is goed en de meeste plantaardige PCM’s afgeleid van vette zuren hebben een betere efficiency dan zouthydraten en paraffines. Groot nadeel is echter de hoge prijs per kg die grootschalige toepassingen in de gebouwde omgeving onmogelijk maken.

Suikeralcoholen

Suikeralcohol ook wel polyol genoemd bevat geen alcohol zoals de naam wel doet vermoeden. De naam suikeralcohol is een chemische definitie. Suikeralcohol tref je van nature aan in planten. Mannitol wordt bijvoorbeeld gemaakt van zeewier, terwijl sorbitol onttrokken wordt uit maissiroop. Hun smelttemperaturen liggen tussen de 90°C en 180°C waardoor zij uitstekend geschikt zijn voor hoge temperatuuropslag. Speciaal voor de toepassing met zonne-energie, industriële processen en afvalwarmte bieden zij een groot potentieel door hun hoge smeltwarmte. Daar zij ook toegestaan zijn als voedseladditief kunnen zij direct in zonneboilersystemen worden toegepast zonder de tussenschakeling van een warmtewisselaar.

Met Phase Change Materials behaalt Global e-systems ongedachte besparingen, meer dan je ooit voor mogelijk had gehouden. Een paar voorbeelden:

  • Tot 80% vermogensreductie op koelmachine, warmtepomp of gasketel.
  • 50 – 80% reductie op koelmachines en warmtepompen.
  • 50% vermogensreductie op bodemcollector of aquifer.
  • 45% kostenreductie op gasverbruik.
  • 40% besparing op elektriciteitsverbruik.
  • Lagere operationele kosten door minder onderhoud.
  • Snelle terugverdientijden, doorgaans binnen 2 à 3 jaar.

Nulenergiewoningen en verwarming

Voor verwarming is toepassing van een warmtepomp duidelijk favoriet. In alle concepten wordt deze techniek toegepast. Uitzonderingen zijn de concepten Heijmans en de aardgasvariant van het concept van Trebbe. Hier wordt een cv-combiketel gebruikt met convectoren in de vertrekken.

Waar gekozen is voor een warmtepomp kiezen de bedrijven voor uiteenlopende varianten. De KlaassenGroep, W&R-Woningbouw en VolkerWessels passen een lucht-waterwarmtepomp toe voor verwarming en warmtapwater. Buitenlucht wordt gebruikt als bronwarmte. Een dergelijk systeem is overal in Nederland te realiseren, onafhankelijk van lokale factoren zoals bodemgesteldheid. Bovendien vergt dit systeem minder kosten omdat er geen (dure) bron hoeft te worden geboord, zijn deze bouwers van oordeel.

Dura Vermeer kiest in het PCS-Hybrideconcept vanwege de betere energieprestatie wel voor bodemenergie. Het systeem bestaat uit een individuele warmtepomp met een bodemlus die tot 150 meter diepte kan gaan. Er is een tapwaterboiler geïnstalleerd die verwarmd wordt met de warmtepomp. Op de begane grond en de verdieping is vloerverwarming. Dick Boelen: “Het aanleggen van de bodemlus is verbeterd. Er is een nieuwe boortechniek ontwikkeld, waardoor het boren sneller en dus goedkoper is geworden.” Groot voordeel: het systeem gebruikt veel minder energie en in de zomermaanden is passieve koeling mogelijk.

Ook de afgiftesystemen in de woningen zijn verschillend. Meestal is er vloerverwarming, soms gecombineerd met convectoren op de verdieping. Theo Smits (Heijmans): “Vloerverwarming leidt soms tot klachten. Die komen voort uit de traagheid van het systeem. Voor bewoners met een continue warmtevraag is vloerverwarming een prima techniek, bijvoorbeeld ouderen, maar voor andere doelgroepen niet. Soms is vloerverwarming daarom alleen wenselijk in de woonkamer, niet in de slaapvertrekken.”

Renz Pijnenborgh (Brabantwoningen) kiest voor wandverwarming in de hele woning. In de badkamer ligt bovendien vloerverwarming. De praktijk in de Brabantwoning leert dat er nauwelijks gebruik wordt gemaakt van de verwarming op de verdieping. In latere uitvoeringen van dit concept (Oss) installeert Pijnenborgh daarom op de verdieping in het geheel geen afgiftesysteem meer. Voor noodgevallen, bijvoorbeeld als een slaapkamer wordt gebruikt als studeerkamer en het buiten extreem koud is, is er mobiel elektrisch stralingspaneel mogelijk. De hoeveelheid zonnepanelen is volgens Pijnenborgh voldoende om het gebruik daarvoor te dekken.

Soms is er een douchewater warmteterugwininstallatie aanwezig. 

Meer over ruimteverwarming is hier te vinden. Uit het energievademecium.

De EPBD

De EPBD gaat over het inspecteren en beoordelen van het energiegebruik van gebouwen. EPBD staat in het Nederlands dus voor ‘Richtlijn Energieprestaties van Gebouwen’. Dit is een Europese richtlijn die gaat over het realiseren van de Europese doelstellingen om energie te besparen in gebouwen. 
  
De richtlijn komt voort uit de ‘Strategie Europa 2020’. Deze is bedoeld om CO2-uitstoot, de invloed daarvan op het milieu en de opwarming van de aarde te verkleinen. Hiervoor zijn 3 concrete doelstellingen bedacht, die Europa in 2020 gehaald wil hebben. De doelstellingen in klimaatverandering en duurzame energievoorziening zijn:
• 20% minder uitstoot van broeikasgassen dan in 1990 (of zelfs 30% als de omstandigheden het toelaten);
• 20% van de energie uit duurzame energiebronnen halen;
• 20% meer energie-efficiëntie.
De EPBD richtlijn heeft dus invloed op de installaties in een gebouw. Als het gaat over de technische systemen worden er ook nieuwe systeemeisen gesteld. De bedoeling is dat deze optimaal energiegebruik bevorderen.
 
 De eisen gaan over:
• De totale energieprestatie;
• Het goed installeren;
• Het juist dimensioneren;
• Het juist inregelen;
• De controle.  
 
De systeemdelen zullen regelmatig gekeurd worden of ze voldoen aan de nieuwe energiegebruik eisen. Zowel cv-systemen als airconditioning-systemen zullen gecontroleerd worden.
 
Bij elke controle wordt er gekeken naar de dimensionering van het systeem. Dit wordt de dimensioneringstoets genoemd, en vindt dus elke controle plaats.
 
Van elke controle wordt een keuringsverslag gemaakt. Hierin staan de resultaten van de controle. Maar ook de aanbevelingen voor kosten-efficiënte verbeteringen van de energieprestatie van het gekeurde systeem. De eigenaar of huurder van het gebouw krijgt het verslag. 

In het schoolboek voor MBO "Duurzame techniek" zie www.huisvantechniek.nl staat over verwarming het onderstaande beschreven.

Warmte in woningen

- Warmtebronnen (HRketel, HTV, LTV, zonnecollector,warmtewisselaars)
- Warmteafgiftesystemen (div radiatoren, convector, vloer-wand-luchtverwarming)

Principes van warmteoverdracht

- Warmtegeleiding (warmteverliezen door glas of muren)
- Luchtvochtigheid
- Convectie
- Straling
- Behaaglijkheid
- PMV en PDD
- Comfortdiagrammen

Verwarmingsinstallaties

- CV
- Warmtepompen en de warmtebronnen (bodem, lucht) plus opslag
- MicroWKK

Installaties van warm tapwater

- Geiser
- Bioler
- Combi installatie
- Zonneboiler
- Heat pipes

Verwarmingstechniek

Elektrisch / door straling / door stoom / door verbranding

Warmtenet

%MCEPASTEBIN%

Voor oude huizen in dichtbevolkte gebieden zijn warmtepompen moeilijker te realiseren. In dit geval kunnen warmtenetten een uitkomst bieden. Hierbij worden huizen van warm water (voor de radiatoren) voorzien door een centraal buizenstelsel in de woonwijk. Het water kan op verschillende manieren verwarmd worden, zoals met restwarmte van industrie, verbranding van biomassa, geothermie (aardwarmte) of warmtewisseling van oppervlaktewater. Welke bron het meest geschikt is, hangt van de locatie af. Geothermie en oppervlaktewater zijn hierbij de meest duurzame energiebronnen (wanneer de industrie verduurzaamt zal er minder restwarmte zijn), maar zijn waarschijnlijk niet overal goed toepasbaar. 

verw1