E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


Maatregelen tegen plastic

Maatregelen in Nederland

Beter plastic
Minder plastic
Geen plastic

Plastic pact (2019)

Plastic producten voor eenmalig gebruik en verpakkingen op de Nederlandse markt moeten in 2025 volledig recyclebaar zijn. Deze ambitie staat in een plastic pact tussen overheid en bedrijfsleven. Ook kan tegen die tijd een vijfde minder plastic worden gebruikt dan in 2017.

Bedrijven beloven concreet te investeren in uitbreiding van sorteer- en recyclinginstallaties en in bioplastics-fabrieken. Terwijl andere ondernemingen juist toezeggen dat ze die vernieuwende plastic producten zullen afnemen en na gebruik weer aanbieden ter verwerking.

Sauzen van Unilever zitten al in PET-flessen die eindeloos te recyclen zijn. En door navulverpakkingen kan de fles schoonmaakmiddel die mensen al in huis hebben, levenslang mee gaan. Waarom zou je ijsjes die je in een doos verkoopt ook nog individueel in plastic verpakken?

In 2018 stelde men

In 2021 moet 70 tot 90 procent minder plastic flesjes in het zwerfafval en 90 procent hergebruik van kleine flessen plaatsvinden anders wordt statiegeld ingevoerd op plastic PET-flesjes.

Eén van de maatregelen is dat producenten met moeilijk te recyclen verpakking meer moeten meebetalen aan het opruimen van het afval.

Van Veldhoven zet de invoering van het statiegeld op kleine flesjes wel al in gang, mocht het noodzakelijk zijn in 2021. Het statiegeld wordt dan ingevoerd voor plastic flessen tot 1 liter en zal oplopen van 10 tot 15 cent per fles. Kleine winkeliers worden bij eventuele invoering ontlast.

Blikjes en ander zwerfafval

Een punt van kritiek is dat er niet gepraat wordt over het inzamelen van blikjes, terwijl het zwerfafval voor een groot deel bestaat uit blikjes. “We hebben ons nu bewust gefocust op de kleine PET-flesjes aangezien de plasticsoep op dit moment een belangrijk onderwerp is”, stelt Boer. “Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen prioriteiten en focus. Zwerfafval bestaat daarnaast uit veel meer dan alleen blikjes en plastic, maar we kunnen niet alles tegelijk doen.

De echte oplossing ligt bij de producent. De uitdaging is materialen te gebruiken of nieuwe materialen te ontwerpen, die aan het einde van hun levenscyclus hergebruikt, of door de natuur teruggenomen kunnen worden. De overheid zou dat moeten stimuleren. 

Helaas legt de overheid de bal bij de consument, die hard van zacht plastic moet scheiden en betaalt voor z'n plastic zak. Een voor de hand liggend systeem als statiegeld op kleine plastic flessen laat daarentegen al jaren op zich wachten.

Wel is het verbod op gratis plastic tassen dat Nederland dit jaar invoerde goed. Dit had als doel om het aantal gebruikte plastic tassen in vijf jaar tijd tot maximaal veertig per persoon per jaar terug te dringen.

Maatregelen door de EU

Het Europees Parlement heeft in 2018 ingestemd over een verbod op een groot aantal plastic wegwerpartikelen. Het is bijna afgelopen met de rietjes, wattenstaafjes, bordjes en bestek. Het voorstel dat nu op tafel ligt, moet de tien grootste vervuilers aanpakken. De lijst is samengesteld aan de hand van wat er is gevonden op de Europese stranden. En het gaat alleen maar om plastic voorwerpen die slechts één keer worden gebruikt. Het gaat in in 2021.

Op plek 1 en 2 staan de flesjes en de sigarettenfilters. Juist voor deze zit een totaalverbod er nog niet in, omdat daar nog niet onmiddellijk een vervangend product voor is. De flesjes moeten voortaan wel voor zeker 25 procent bestaan uit hergebruikt materiaal én de dop moet eraan vast blijven zitten.

De filters (de peuken, dus) bestaan uit celluloseacetaat, een soort plastic dat meer dan tien jaar nodig heeft om volledig af te breken. Deze moeten in 2025 voor de helft zijn vervangen door milieuvriendelijker materiaal, in 2030 voor 80 procent en uiteindelijk helemaal verdwijnen.

Wat wel op de lijst staat voor een verbod zijn plastic messen, vorken, lepels, borden, eetstokjes, wattenstaafjes, rietjes, roerstokjes en stokken om ballonnen aan vast te maken.

Ook moet de vervuiling door de visserij worden aangepakt. Een fors deel van wat er in zee drijft en op stranden aanspoelt, zijn plastic visnetten. Het idee is om vissers te dwingen hun kapotte netten te recyclen in plaats van overboord te gooien.

Om fabrikanten van bijvoorbeeld snoepwikkels en sigarettenfilters te stimuleren daaraan mee te werken, moeten ze meebetalen aan het opruimen en verwerken van het afval.

Europa eist dat voor 2025 35 procent van de petflessen uit hergebruikt plastic bestaat. Het Europarlement wil verder dat in 2025 90 procent van de plastic flessen gescheiden wordt ingezameld.

Masterplan Kunststof Kringloop

Sinds de jaren 70 van de vorige eeuw wordt het kunststof uit afgedankte producten al ingezet in nieuwe producten. Recycling van uiteenlopende kunststoffen heeft zich bewezen als een milieutechnisch verstandige activiteit met maatschappelijk draagvlak. Daarbij zijn het behoud van de functionaliteit van de kunststoffen, het verlagen van de ecologische voetafdruk, het verminderen van de inzet van fossiele grondstoffen, en het verminderen van de CO2 uitstoot doorslaggevende argumenten.

De huidige stand van zaken in Nederland is dat kunststof afval dat vrij komt bij de productie en na gebruik door consumenten en bedrijven wordt opgewerkt tot recyclaat dat wordt ingezet voor nieuwe producten zoals pallets, drainagepijpen, tuinmeubelen, kratten, buizen, haspels, etc.. Met het oog op een circulaire economie waarbij het overgrote deel van de grondstoffen telkens opnieuw wordt hergebruikt is het noodzakelijk om het recyclaat in veel meer producten toe te passen, al dan niet in combinatie met virgin materiaal. Relatief nieuw is de inzet van recyclaat in flessen en flacons. Een belangrijke uitdaging is om de inzet van kunststofrecyclaat voor de vervaardiging van verpakkingen fors te verhogen. Verpakkingen vormen met een aandeel van bijna 40% immers de grootste markt voor kunststoffen.

Men moet gaan kiezen voor voor een structurele aanpak vanuit een duidelijke en gedragen visie want er wordt wel onderzoek gedaan maar het betreft echter veelal kleine projecten van vaak beperkte diepgang die de slagkracht missen om de noodzakelijke doorbraken te realiseren.

De reden hiervoor is dat er nog gewerkt wordt in een lineaire context waarin goedwillende partijen in de markt kiezen voor overzichtelijke projecten die dicht bij de dagelijkse praktijk staan en een hoge slaagkans hebben.

Deze lineaire context zorgt er voor dat:

1. Het gehele proces van recycling duurder is dan nieuw vervaardigen. 

2. De toepassingen in mechanische recycling stagneren en chemische recycling niet van de grond komt.

3. “Design for next use” niet doorbreekt.

4. Er geen standaardisatie is.

5. De klant geen meerprijs wil / hoeft te betalen.

6. Kunststof afval wordt geëxporteerd en niet in Europa wordt opgewerkt en (her-) gebruikt.

7. Afval verordeningen (van de EU) de inzet van recyclaat belemmeren. Ook de strenge eisen voor voedselveiligheid zijn een barrière waardoor recyclaat in de meeste gevallen niet kan worden ingezet in voedselveilige toepassingen.

8. De inzet van secundaire grondstoffen specifieke materiaal- en productinnovatie vragen bijvoorbeeld om de problematiek van geur en kleur op te lossen.

De huidige context van een lineaire economie dient daarom ingrijpend aangepast te worden. 

We moeten vooruitgang kunnen boeken op het terrein van de markt, technologie/wetenschap en beleid.

1) De markt. 

We moeten de vraag stimuleren en de inkoopeisen en het kostendeficit wegnemen zodat een gelijk speelveld ontstaat. 
We moeten het gebrek aan standaard grades van gerecyclede kunststoffen en onvoldoende scheiding van grondstofstromen aan de bron wegnemen.

2) De technologie/wetenschap 

De beschikbaarheid van (kosten efficiënte) scheidings- en opwerkings-technologie voor mechanische en chemische recycling moet beter worden ontwikkeld. Ondanks dat mechanische recycling al jaren in de praktijk wordt gebracht, is onvoldoende bekend wat de detailsamenstelling van zowel de grondstoffen (gesorteerde fracties) als de producten (gewassen maalgoed) is en hoe deze samenstelling de toepasbaarheid beïnvloedt. Daarnaast gaat het om afstemming van de technische kwaliteit van recyclaat op de marktvraag. Van chemische recycling bestaan onvoldoende succesvoorbeelden.

3) Het overheidsbeleid.

Een concrete aanpak ontbreekt.
Afvalwetgeving moet worden aangepast.
Stimuleringsmaatregelen ontbreken.

plastics1

Plan van aanpak

1. Bottum-up projecten moeten door kunnen groeien

2. Stakeholders in de hele waardecirkel moeten deelnemen: dus van virgin tot secundaire grondstofleverancier, techniekleverancier tot fabrikant en merkeigenaar, van eigenaar tot gebruiker, van ontdoener tot inzamelaar, sorteerder, recycler tot opnieuw de virgin en secundaire grondstofleverancier. Nu is deelname van alle partners onvoldoende gewaarborgd.

3. Alle schakels in de waarde cirkel moeten een actieve bijdrage leveren om zoveel mogelijk kunststofafval om te werken tot recyclaat en opnieuw functioneel in te zetten. Dat vraagt om homogene afvalstromen en homogeen recyclaat. Hierdoor is het mogelijk om een standaardkwaliteit recyclaat te maken met eenduidige specificaties. Standaard kwaliteit recyclaat geeft de meeste kans op hergebruik in de volgende cycli van hergebruik (cyclus 2 en 3, .., n) en een hogere (markt)waarde. Deze nieuwe benaderingswijze leidt tot geheel andere uitkomsten, bijvoorbeeld voor gemengde stromen.

4. De recyclingmarkt heeft een bescheiden volume en wordt gedomineerd door mkb- bedrijven. Terwijl de vraag vooral komt van grote concerns die leveranciers om grote volumes recyclaat met constante kwaliteit recyclaat vragen. Die dubbele kleinschaligheid vormt een belemmering voor een strategisch, lange termijn aanpak. In die situatie wordt aan belangrijke voorwaarden voor groei naar een grote en volwassen markt niet voldaan. Dat moet doorbroken worden. Nodig zijn afspraken om het afval, naast bronscheiding, altijd over een sorteerstraat voor na-scheiding te leiden, zorgen voor standaardisering van output stromen op basis van de marktvraag zorgen voor samenwerking tussen recyclingbedrijven naar een gezamenlijk aanbod, ontwikkelen van apparatuur die de samenstelling van afval, maalgoed en secundaire grondstof bepaalt en groei van de vakkennis van bedrijven.

5. Terwijl we bij papier, metalen en glas geen onderwaardering van secundaire grondstoffen zien is dat bij kunststoffen wel het geval. Hier ligt vooral voor de merkeigenaren die producten op de markt brengen een belangrijke communicatieopdracht. Van hen vragen we in hun communicatie afscheid te nemen van het oude (lineaire) denken. We vragen circulaire redesign. Redesign dient plaats te vinden vanuit de combinatie technische toepassing/producteisen en recyclaat eventueel met toevoeging van nieuwe (virgin) grondstoffen.

6. De milieukwaliteit (minder CO2 uitstoot, materiaalbehoud) die volgt uit circulaire design mee te nemen in de prijsvergelijking bijvoorbeeld met de door TNO ontwikkelde Milieukostenindicator (MKI). Indien de geïnternaliseerde milieukosten in de prijsvergelijking recyclaat-nieuwe grondstof worden meegeteld, compenseert dit voor vele secundaire kunststoffen de hogere kostprijs.

plastics1

Oplossing?

Er is een Masterplan Kunststof Kringloop nodig.

We moeten toe naar een markt waar volume en kwaliteit zijn gewaarborgd, klanten overtuigd zijn van de leverzekerheid en beschikbaarheid van secundaire grondstoffen tegen een acceptabele kostprijs.
Wat te doen ?

1. Ontwikkel een overkoepelende visie op systeem niveau voor samenhang in de hele waardecirkel van de kunststof kringloop. Gebruik de huidige praktische projecten (‘laaghangend fruit’) om de stand der techniek uit te bouwen.

2. Werk samen vanuit de gouden driehoek markt, technologie/wetenschap en beleid en betrek de marktpartijen uit de hele waarde cirkel bij het masterplan.

3. Ontwikkel en implementeer gericht overheidsbeleid dat recycling stimuleert en breng REACH en de Waste Directive in lijn met recycling. Stimuleer bijvoorbeeld de toepassing van recyclaat in producten en maak een subsidieregeling voor (re)design for next use vanuit de eisen van de toepassing of het product.

4. Ontwerp en recycle vanuit circulair perspectief bijvoorbeeld door sorteerders, recyclers en afnemers (financiële) prikkels te geven op kwaliteit in plaats van volume (meer homogene, hoogwaardige secundaire stromen).

5. Maak de recyclingmarkt volwassen. Faciliteer o.a. door standaardisatie: vraaggestuurde grades die een constante kwaliteit waarborgen. Bouw aan schaalgrootte via samenwerking en netwerkvorming door zowel recyclers onderling als verticaal door de waardecirkel. Versterk de kennisinfrastructuur over materialen, verwerkingstechnologie en samenwerking.

6. Promoot acceptatie van recyclaat toepassingen door merkeigenaren en consumenten. Communiceer de voordelen van recyclaat toepassingen, maak consumenten bewust door informatieverstrekking en borg dat merkeigenaren circulaire redesign doen en de milieukosten zichtbaar maken.

7. Stimuleer materiaalontwikkeling passend in de circulaire economie en ontwikkel collectief de technologie en businesscase voor chemische recycling.