E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


Na-isolatie voorzetwand

Na-isolatie voorzetwand

Veel warmte kan verloren gaan via de gevel. Je kan dit voorkomen door de gevel na te isoleren. Daardoor vergroot je het comfort in huis en verlaag je het energieverbruik. Er zijn diverse manieren om een gevel te isoleren. Dat kan van binnenuit of van buitenaf.
 
Hier gaat het over het isoleren van de gevel van binnenuit met voorzetwanden. Met buitengevelisolatie krijgt de woning naast een isolerende jas ook een betere geluidsisolatie waardoor geluid van buiten (verkeer, vliegtuigen e.d.) beter wordt geweerd.

Uitvoering

Het Bouwbesluit stelt prestatie-eisen aan de gevels en binnenwanden van gebouwen voor wat betreft thermische isolatie, geluidisolatie en brandwerendheid. Deze eisen zijn in basis gelijk voor nieuwbouw en voor renovatie. Bij nieuwbouw is de opbouw van gevels en binnenwanden geheel vrij te kiezen. Bij renovatie is de bestaande gevel niet eenvoudig even te vervangen, bijvoorbeeld omdat het uiterlijk van het gebouw niet mag worden veranderd en of omdat de kosten van complete vervanging te hoog zijn. In die gevallen zijn aanvullende maatregelen nodig en valt de keuze vaak op een voorzetwand. 

Voorzetwanden zijn toepasbaar in nagenoeg alle type gebouwen, zoals woningen, scholen, kantoren, ziekenhuizen, horeca, winkels en industriële gebouwen. Een voorzetwand kan worden gekozen om thermische, akoestische en/of brandwerende redenen, maar ook vanuit esthetisch oogpunt. Bestaande gevels en binnenwanden in oude gebouwen zijn namelijk vaak vervormd, staan scheef of zijn beschadigd. De zichtzijde van de voorzetwand kan bijvoorbeeld worden afgewerkt met verf, behang, tegels of pleisterwerk. Voorzetwanden kunnen zowel vlak als gebogen zijn.

Na-isolatie met een voorzetwand bereiken we door aan de binnenzijde van de gevel een wand te plaatsen en te voorzien van isolatiemateriaal waardoor de isolatiewaarde van de hele constructie wordt verhoogd.
De mate waarmee de isolatie wordt verhoogd, is met name afhankelijk van het type isolatiemateriaal en de dikte. Behalve dat we de thermische en geluidisolatiewaarde vergroten, camoufleren we ook een eventueel beschadigde wand. Nadeel is wel dat de ruimte kleiner wordt. De voorzetwand is ook uitstekend geschikt om kabels en leidingen weg te werken.

De meeste buitengevels zijn opgebouwd uit spouwmuren. Gebouwen van voor 1920 zijn meestal opgebouwd uit steensmuren. Een kleine aanbouw en schuren zijn vaak opgebouwd met halfsteensmuren. Halfsteensmuren werden ook soms voorzien van een klamplaag; een steen op zijn kant tegen de muur gemetseld waarbij de doorgaande cementvoeg vochtdoorslag vermindert.     

m1   

Bij spouwmuren ligt het voor de hand om de spouw na te isoleren. Dit is echter niet altijd mogelijk.

Na-isoleren kan niet bij:
geglazuurde of geschilderde gevelstenen;
een luchtspouw kleiner dan 30 mm;
vochtbruggen in de spouw (bijvoorbeeld door teveel cementbaarden in de spouw);
scheuren in de gevel;
vochtplekken in de gevel. 

In die gevallen biedt een voorzetwand de oplossing. Ook bij steens- en halfsteensmuren is het plaatsen van een voorzetwand een goede mogelijkheid om de isolatiewaarde van de gevel te verhogen.

Methoden

Een voorzetwand kan op verschillende wijze worden gerealiseerd.
Massieve wand van steenachtig materiaal.
Houten regelwerk voorzien van isolatiemateriaal en afgewerkt met gipsplaat.
Metalen profielen voorzien van isolatiemateriaal en afgewerkt met gipsplaat.
Verlijmde voorzetwanden van samengestelde gipsplaat voorzien van isolatiemateriaal.

We gaan er nader op in.

Bouwen van een massieve wand van steenachtig materiaal

In principe kan elke steenachtige wand worden geplaatst als voorzetwand, eventueel in combinatie met isolatie. Gipsblokken zijn hiervoor geschikt. Ze zijn leverbaar in een dikte vanaf ongeveer 50 mm. Massieve voorzetwanden zijn bij renovatie vaak niet mogelijk, omdat de belasting op de onderliggende vloer te hoog wordt. Het gewicht en de ruimte die de wand met isolatie inneemt is meestal een reden om te kiezen voor alternatieve (samengestelde) systemen.

Aanbrengen van houten regelwerk met isolatiemateriaal afgewerkt met gipsplaat

Voordelen van de vrijstaande voorzetwand zijn:
optimale verbetering van de thermische en geluidsisolerende eigenschappen;
afvoeren van eventueel doorslaand water (door de bestaande gevel heen);
opvangen van oneffenheden in de bestaande wand.

Houten regelwerk plaats je 1 à 2 cm vrij van de buitengevel. Deze ruimte kan dienst doen als ventilerende luchtspouw. Bij steens- of halfsteensmuren moet er een aantal stootvoegen open worden gemaakt om een luchtstroom van buiten op gang te krijgen.

Het is af te raden om de regels direct op de gevel te bevestigen omdat hierdoor koudebruggen en geluidslekken kunnen ontstaan. Door het gebruik van (kokos)vilt tussen de gevel en het regelwerk is wel enige verbetering te krijgen, maar een vrijstaand regelwerk verdient duidelijk de voorkeur.
 
Plaats de eerste regel op de vloer en de tweede regel tegen het plafond of een eventuele vloerbalkconstructie. Plaats vervolgens staand regelwerk hiertussen en breng isolatiemateriaal aan. Het afsnijden van het isolatiemateriaal luister heel nauw. Voorkom kieren of naden. Breng over het isolatiemateriaal een dampremmende folie aan. Plak de naden van de dampremmende folie goed af. Deze folie voorkomt vochtproblemen. Condensatie van binnenuit kan hierdoor niet meer in het isolatiemateriaal trekken. Voorzie het regelwerk van een gipsplaat of een andere afwerkplaat aan de binnenzijde. De afstand tussen de regels wordt bepaald door de voorschriften van de gipsplaatleverancier.   

g1 

Bij dit product moeten de regels bij toepassing van een plaatdikte van 9,5 mm en een plaatbreedte van 60 cm op een afstand van 30 cm worden geplaatst. Bij toepassing van platen van 120 cm breedte moeten de regels op 40 cm worden geplaatst. Bij toepassing van platen van 12,5 mm dik kunnen de regels op een afstand van 60 cm worden geplaatst.
 
Gebruik bij het monteren van gipsplaten altijd speciale gipsplaatschroeven.

g2

Dit zijn gefosfateerde zelftappende schroeven waardoor ze beschermd zijn tegen roestvorming en zonder voor te boren kunnen worden aangebracht. De speciale kop drukt in de gipsplaat maar scheurt de gipsplaat niet. De grove draad wordt gebruikt voor houten regelwerk en de fijne draad voor metalenregels.
 
De maximale afstand tussen de schroeven is 25 cm.
 
Plaats de schroeven in verband en verspringend van de ene plaat op de andere, zoals op de afbeelding. Dat maakt de wand steviger. Duw de plaat altijd goed tegen de onderstructuur. Blijf minimaal op 1 cm van de rand.

g3
Aanbrengen van metalen profielen voorzien van isolatiemateriaal afgewerkt met gipsplaat

Voorzetwanden kun je ook uitvoeren met metalen profielen. Een metalstud systeem is de meest bekende en zeer geschikt voor vrijstaande montage.
 
Monteer op de vloer en tegen het plafond eerst u-vormige regels. Schijf de stijlen op afstanden variërend van 400 - 600 mm in de u-profielen en fixeer deze. Tussen de stijlen is ruimte voor het aanbrengen van isolatie. Schroef de binnenbeplating tegen de stijlen zonodig in combinatie met een dampremmende laag. U- en c-vormige dunwandige stalen profielen zijn altijd recht en maatvast.

Gebruik voor het op maat maken van de metalstud profielen bij voorkeur een blikschaar.

g4

Als je de horizontale metalstud profielen (MSH) aan de vloer en aan het plafond hebt gemonteerd, kun je beginnen met het plaatsen van de verticale metalstud profielen (MSV). Plaats de verticale profielen om de 60 cm in de horizontale profielen. Bevestig de verticale aan de horizontaleprofielen in plaats van andersom. Het framewerk blijft goed en stevig zitten als je de gipsplaten tegen de profielen vastschroeft.  
 
Als je de fixeertang gebruikt, knel je de zijkanten van de metalstud profielen samen waardoor er een gat ontstaat. Met fixatie zijn de profielen met elkaar verbonden en verstevigd.  

g6
Afhankelijk van de hoogte van de wand of voorzetwand zal je andere soorten MSH/MSV-profielen moeten gebruiken en/of dubbel moeten beplaten. Zorg ervoor dat je de verticale profielen in de juiste richting plaatst. Bij enkele beplating zet je ze vanaf het tweede MSV-profiel allemaal met de opening naar de muur toe. Zo vermijd je dat de vleugel van het MSV-profiel tijdens het schroeven naar achter geduwd wordt, waardoor de schroef onvoldoende in het metalstud profiel ‘pakt’ (zie afbeelding rechts). 

g7
 
In sommige gevallen moet je leidingen in de voorzetwand aanbrengen zodanig dat er geen koudebruggen en luchtlekken ontstaan. Alleen als we uiterst zorgvuldig werken kunnen we luchtlekken voorkomen. Het is beter om in het geval er leidingen in de voorzetwand moeten komen om een dubbele voorzetwand te plaatsen. In dat geval plaatsen we voor de eerste wand nog een tweede voorzetwand. In dit geval wordt de thermische en geluidsisolatie verder verbeterd en de risico’s van koudebruggen en luchtlekken geëlimineerd.

g5

 Hier een instructiefilmpje

%MCEPASTEBIN%

Aanbrengen verlijmde voorzetwanden van samengestelde gipsplaat voorzien van isolatiemateriaal

Voorzetwanden kun je ook tegen de achterwand lijmen. De massa en dikte van de beplating en de akoestische eigenschappen van het isolatiemateriaal bepalen de mate van de geluidsisolatie. Gebruikelijk zijn systemen met geprefabriceerde elementen bestaande uit een ongeveer 10 mm dikke gipsplaten verlijmd aan minerale wol of een isolatie van schuim of foam. De platen hebben een lengte van 2600 tot 3000 mm waardoor ze verdieping hoog kunnen worden aangebracht. Deze elementen worden op het werk met lijmdotten of lijmrillen gehecht aan de achterliggende wand. Je kunt de voorzetwand aan de warme of aan de koude zijde van de achterwand aanbrengen. Het is een belangrijk bouwfysisch verschil.

Bij een verlijming aan de warme zijde van een bestaande wand moet het element een dampremmende laag hebben. Deze laag is echter ter plaatse van elke elementnaad onderbroken. Daarom is toepassing aan de warme zijde uitsluitend mogelijk in gebouwen met een beperkte vochtproductie (maximaal binnenklimaatklasse II). Aanbevolen wordt om in situaties met een hoge vochtproductie een bouwfysisch adviseur in te schakelen.
Bij een verlijming aan de koude zijde van een bestaande wand mag in de elementen geen dampremmende laag zijn opgenomen.

De ondergrond van de bestaande wand moet geschikt zijn voor verlijming. Dit betekent dat de bestaande wand voldoende draagkracht moet bezitten en tevens vrij moet zijn van losse delen, oude stuclagen, stof, olie en dergelijke. Vochtige, gladde en niet-zuigende wanden zijn niet geschikt voor verlijming.
 
De gipsplaten dienen aan de onderzijde 10 mm vrij te zijn van de vloer. De naad aan de onderzijde kan worden af gewerkt met PUR-schuim of dichtingsband. 
 
Er is ook een systeem met samengestelde gipsplaat verkrijgbaar dat niet wordt verlijmd. Deze platen hebben geprofileerde kanten waarin platte bevestigingstrippen passen. De platen worden los van de bestaande gevel gemonteerd.

g8

Daarnaast kunnen de onderstaande onderwerpen van belang zijn.

Bouwfysica

  • Veiligheid
  • Klantvriendelijkheid bouw
  • Communicatie in de bouw
  • Slim werken
  • Bouw- en sloopafval
  • Duurzaam bouwen