Circulaire economie

2017: TU Wanegningen krijgt van de EU financien voor vijf projecten voor het terugwinnen en hergebruiken van nutriënten uit organisch afval, dierlijke mest en zuiveringsslib. Dit in plaats van kunstmest e.d. Dan is de cirkel rond.

In 2013 berekende TNO al dat de financiële voordelen die voor het oprapen liggen, voor de Nederlandse economie € 7,3 miljard bedragen. Daarmee zijn ongeveer 54.000 banen gemoeid. Ook zijn er spin-off kansen, bijvoorbeeld in de vorm van een sterkere kennispositie. Ambtenaren zeggen dat we in 2030 al op de helft van het gebruik van ‘virgin’ materialen moeten zitten om in 2050 vrij te zijn van nieuwe grondstoffen.

Het betekent innovaties in productontwerp, materiaalontwerp, retail- en marketingconcepten, logistiek en retourlogistiek, en financieringsmodellen.

Door producten en productieprocessen aan te passen, samen te werken met andere bedrijven en bijvoorbeeld nieuwe markten voor (voorheen) afvalstoffen te ontginnen. 
Men wil met minder grondstoffen meer spullen kunnen gebruiken. In de circulaire economie kunnen we dus meer waarde ontlenen aan alle materialen die we gebruiken en dus meer welvaart creëren door minder te maken. En doordat we minder hoeven te maken, hebben we ook minder maakbanen nodig. Daar komen bijvoorbeeld reparatiebanen en logistieke banen voor in de plaats. Maar wellicht minder banen. Hierdoor krijg je meer welvaart met minder materiaal en een rustiger leven.

Een ander voorbeeld..Van restproducten (vezels) uit het brouwproces van bier kan brood worden gemaakt. En oud brood kan op zijn beurt worden gebruikt als grondstof voor het brouwen van een nieuw biertje. Zo wordt de kringloop gesloten.

Er zou eigenlijk een Deltaplan Circulaire Economie moeten komen met een minister van Circulaire Economie met de status van vicepremier.

Maar dan moeten die circulaire producten ook verkocht worden. Dat kan nu op deze website voor circulaire producten.

 


Wat is dat, circulaire economie..

Kijkend vanuit de ruimte naar de aarde zie je dat er niets meer bij komt. Wij zijn dus bezig alles op te maken en dan ? Afvalinzamelaars verdienen geld met wat wij betaald hebben. Als je een TV koopt is dat een gifbom en je mag zelf zorgen voor een goede afvalverwerking. Afvalverbranding is een grondstoffencrematorium (en men zegt dat men daaruit ook og groene energie maakt).

 

Hoe kan je er voor zorgen dat de product goede producten maakt?


1. eigendom afschaffen

Van maar 9 % van de Ferrari-rijders is de auto eigendom.Wat ons ief is is niet te koop. We kopen ook geen vliegtuig als we naar de V.S. willen. We zijn geinteresseerd in het gebruik en niet het bezit. 

Eigenlijk zou je willen kopen..
- 50000 km vervoer
- lichturen
- wasbeurten
- iPads en je wil na 18 maanden weer een andere.
- tafeluren

2. Als de consument geen eigenaar meer is wat dan. Het kan dan niet zijn dat de wasmachine het thuis niet meer doet. De leverancier (die wasbeurten garandeert) moet hem dan meteen komen repareren. Vandaar dat de leverancier de beste machine neer zal zetten met het minste onderhoud. De producent gaat wat hij produceert zien als een grondstoffenbank en wil het weer terug hebben. Hij zou ook over de levensduur eigenaar moeten blijven. De consument hoeft dan niet meer vor de grondstoffen te betalen.

3. Wat in de producten zit moet komen in een grondstoffenpaspoort. Na inleveren krijg je de waarde van de grondstoffen weer terug.

Turn to is er mee bezig..

Producten veroorzaken bij de koper een probleem omdat men ze bewust zodanig maakt dat ze kapot aan en je er nieuwe van moet kopen. Hierdoor gaan ook veel grondstoffen verloren. De oplossing is structureel anders denken en gaan naar fabricanten die service leveren en in bezit blijven van de producten. Pay per Lux e.d. De fabricant krijgt de grondstoffen weer terug en gaat de producten dus remontabel en transportabel maken. De kermisbouw doet dat ook. Die moeten de hele handel telkens weer opbouwen, afbreken en weer transporteren. Die hebben nagedacht over remontabele (en veilige) bouw die zo goed mogelijk te transporteren is.
Thomas Rau heeft zo het Lianderkantoor in Duiven ontworden ism achtbaanbouwers waardoor hij in de dakconstructie 30 % minder staal nodig had. Het gebouw is demontabel en heeft een materialenpaspoort zodat je kan zien welke grondstoffen er ooit uit zijn te hergebruiken. geen vastgoed maar losgoed.


We kunnen nooit buiten de context van de natuur. De natuur is alles wat leven mogelijk maakt op aarde. Onze houding zou moeten zijn dat we dat dienen. We zijn gast op aarde en geen gastheer (in balans, wederkerend en respectvol). Alles wat leven mogelijk maakt op aarde heeft rechetn. Hebben materialen dan ook rechten. Eigenlijk wel vandaar dat Thoams bezig is de universele rechten van materialen op te stellen. Dan gaat niets verloren. Materiaal wordt service.   (alsdus Thomas Rau)

Volgens Thomas Rau zijn de volgende nieuwe spelregels nodig:

Inleiding

We hebben onze samenleving zo georganiseerd dat bijna niemand meer verantwoordelijk is voor de consequentie van zijn handelen. Een producent maakt een product, waarna – bij de verkoop ervan – de verantwoordelijkheid ervoor overgaat naar de consument. Met alle gevolgen van dien.

Zo merken de meeste consumenten dat het gebouw dat ze kochten, meer energie verbruikt dan hun leverancier had voorspeld. Illustratief is ook dat, volgens een vorig jaar verschenen rapport, in 70% van alle gebouwen in Nederland de installaties -ventilatie, verwarming, koeling,…- niet doen wat ze zouden moeten doen. En altijd is dan de opdrachtgever de klos, niet de veroorzaker.

Op basis van deze en aanverwante vaststellingen kom ik tot de, meest cruciale, spelregel één:

Spelregel 1

iedereen moet – opnieuw- verantwoordelijk worden voor de consequenties van zijn handelen. Dat kan overigens ook uitdraaien op ‘benefits’: daarvan geef ik zodadelijk een voorbeeld. Eerst

Spelregel 2

consumeren moet ‘performance based’ gebeuren. Het betekent dat we niet meer consumeren op eigendoms- maar op performance-basis: we gebruiken dingen in plaats van  te verbruiken.

Zo heb ik drie jaar geleden Philips uitgenodigd op ons kantoor. Ik zei hen: ik wil licht en geen lampen, 300 lux, 1.260 uur per jaar, voor 1.000 m2.  Jullie willen lampen gebruiken daarvoor? Ok, maar ze blijven jullie eigendom. De energie? Mij maakt het niet uit of je daarvoor nu rode wijn, witte wijn of elektriciteit gebruikt, als ik maar de door mij gevraagde ‘performance’ krijg: het licht.

Philips ging akkoord. Als nu de lampen stuk raken, krijgt Philips ze retour. En is hun levensduur lang, dan is dat een ‘benefit’: één waarvan Philips geniet. Voorts krijg ik geen stroomrekening.

Eveneens een mooi voorbeeld is een project dat we uitvoeren samen met Bosch, in de sociale huursector. Het zit zo. Lagere inkomensgroepen hebben  doorgaans geen geld om een A+++ wasmachine te kopen. Dus die kopen troep!  Gevolg is dat mensen een steeds  hogere energierekening hebben en hun huur niet meer kunnen betalen. Maar wij zeggen: je krijgt van ons geen wasmachine; je krijgt van ons wasbeurten. Dan

Spelregel 3

grondstoffen mogen in de toekomst niet meer verhandelbaar zijn. Enkel uitlenen mag. Reden is dat handel ertoe leidt dat we grondstoffen gebruiken alsof ze oneindig zijn.

Spelregel 4.

We moeten alles drastisch belasten wat aantoonbaar waardeverminderend is voor de samenleving. Dus als iemand waarde onttrekt aan de samenleving, moet die daar belasting voor betalen. In plaats van btw – dus belasting op de toegevoegde waarde – moet er een bow komen: een  belasting op onttrokken waarde.

Ik geef een voorbeeld. Onze samenleving verbrandt constant afval, in verbrandingsovens. Maar dat betekent dat we materiaal vernietigen dat never, never, nooit meer op deze aarde terugkomt! We moeten daarmee ophouden. Belasting moet daarbij een regulerend instrument zijn, dat voorkomt dat ooit nog iets verloren gaat. Dan is er nog

Spelregel 5.

Die luidt: lever enkel een bouwvergunning af als aantoonbaar en minimaal energieneutraal gebouwd wordt. Vervolgens

Spelregel 6.

arbeid niet meer belasten. Zeven miljard mensen  worden iedere avond gratis opgeladen. Vol energie worden ze weer wakker. Die totale hoeveel arbeid is zo goed als oneindig… Dus ook daar weer: wat zich constant herstelt en in principe oneindig is, moet je niet belasten.

Bedrijven die de circulaire economie om weten te zetten naar een heldere strategie gaan het winnen van partijen die duurzaamheid zien als het optimaliseren van hun lineaire model.

 

“Verduurzamen betekent het optimaliseren van wat er is. Bij duurzaamheid kijken bedrijven vaak alleen naar kleine verbeteringen bij de niet centrale processen. De kern van hun businessmodel verandert niet. Circulariteit daarentegen vergt een fundamentele andere aanpak.


“Alles wat op aarde is, is maar tijdelijk. En de aarde is een gesloten systeem. Maar de consequenties van ons tijdelijk bestaan en ons handelen, zijn wel permanent. Daarom moeten we de consequenties van onze tijdelijke behoeftes faciliteren zodat niets verloren gaat. Dat betekent dat we nieuwe systemen en verdienmodellen moeten ontwikkelen om de relatie tussen de mensheid en de aarde te faciliteren.”


“Huidige verdienmodellen halen macht en verantwoordelijkheid maximaal uit elkaar. Als een product eenmaal verkocht is, heeft de producent geen enkele verantwoordelijkheid meer voor een verantwoorde omgang met de grondstoffen. Maar ook de alom gevierde deeleconomie lost dit probleem niet op.

Bedrijven als Airbnb en Uber bijvoorbeeld, hebben de absolute macht over wat ze kunnen genereren met hun businessmodellen, maar de verantwoordelijkheid ligt bij degene die zijn woning tijdelijk door gasten laat gebruiken of bij de chauffeurs, in het geval van Uber. In de toekomst brengen we macht en verantwoordelijkheid bij elkaar, want als je macht hebt om iets te doen, dan moet je ook verantwoordelijk worden gesteld voor de permanente gevolgen van jouw handelen.”


In de bouwsector wordt opgeleverd en de opdrachtgever moet er maar tevreden mee zijn. Als er dan problemen ontstaan met het gebouw, is het moeilijk te achterhalen wie dan de verantwoordelijke is. Dus de laatste in een productieketen is altijd de pineut, omdat de huidige verdienmodellen gemaakt zijn ten koste van en niet ten gunste van de gebruiker.”

“Om macht en verantwoordelijkheid bij elkaar te brengen, moet de producent eigenaar blijven van wat hij op de markt brengt. Als de producent weet dat hij het product terugkrijgt na een van tevoren bepaalde periode, dan is het in zijn voordeel om het product te ontwikkelen als grondstoffendepot. Komt het product terug, dan kan de producent de onderdelen en grondstoffen die daarin zitten maximaal benutten bij het maken van nieuwe producten. Een circulaire economie vraagt ons dus om fundamenteel anders te kijken naar huidige systemen en verdienmodellen. Dit kan niet als we alleen kijken naar hoe we het huidige systeem een beetje milieuvriendelijker kunnen maken. Circulaire economie is vooruit denken en niet nadenken.”

 

"Een circulaire economie is nog niet het eindpunt. Het laat ons de vraag stellen wie eigenaar is van een product en of we überhaupt eigenaar van iets kunnen zijn. Als we grondstoffen van de aarde gebruiken, dan is de aarde de eigenaar van de grondstoffen, maar de aarde is geen juridisch persoon. De enige stap die we kunnen zetten, is het organiseren van het rentmeesterschap voor het eigendom van de aarde. Als je rentmeester van iets wordt, dan behandel je iets dat niet je eigendom is, alsof het je eigendom is. Maar wel met het bewustzijn dat je het moet bewaren en koesteren voor degenen die na jou komen. Dat betekent dan dat niet alleen producten, maar ook materialen een service worden.”

“In de toekomst zullen we daarom alles inrichten als een grote bibliotheek van materialen. Net als bij een bibliotheek, weten we waar alle materialen voor worden gebruikt, hoelang ze worden gebruikt en wanneer ze terugkomen.”


“Wat er dan verandert in een circulaire economie, is onze kijk op eigendom. Voor het bedrijfsleven is het een grote overgang om van product- naar servicemodellen te gaan. Het vergt dan ook een culturele transformatie. Met enkele bedrijfskundige trucjes, zoals het leasen van producten die aan het eind van hun levensduur niet teruggaan naar de originele producent, maar naar een kredietverstrekker of een serviceverkooppunt, komen we er niet.”


Culturele transformatie

“Als je kijkt naar de complexiteit van grote bedrijven, waarin verantwoordelijkheden zo ongelooflijk verspreid liggen over verschillende disciplines, dan is het zeer complex om de verdienmodellen van een circulaire economie op gang te brengen. We adviseren bedrijven daarom om de circulaire economie langs de financiële as te leggen. Met nieuwe verdienmodellen als product as a service kunnen ze nog steeds geld verdienen, maar niet ten koste van anderen, bovendien leveren ze langdurige klantrelaties op.”


“Er is een breed pakket aan bedrijfskundige ingrediënten nodig om de circulaire transformatie in het bedrijfsleven vorm te geven, maar het begint bij het uitproberen van een aantal projecten. Als pionier weten we dat je compromissen moet sluiten om ergens te komen, terwijl je vasthoudt aan het einddoel en er gestaag naartoe werkt. Bedrijven die beseffen dat de circulaire economie oplossing biedt voor de onomkeerbare gevolgen van hun handelen, zullen zien dat de nieuwe verdienmodellen een strategisch voordeel met zich meebrengen. Zij zijn immers de bedrijven die in de toekomst de wedstrijd gaan winnen.”