E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


1.2. Hoofdtheorieën

De groepen van theorieën, of de twee belangrijkste theorieën, zijn de teleologische en de deontologische. Sommige filosofen voegen een derde toe: de deugdethiek.

Teleologische theorieën

Deze theorieën leggen de nadruk op het effect, de consequenties van het menselijk handelen. De term „teleologisch‟ is afgeleid van het Griekse woord „telos‟ dat doel betekent. Men zou dus kunnen spreken van doelethiek. Een teleologische theorie is het utilisme. Utilisme zoekt het criterium voor het goede of slechte karakter van het menselijk handelen. Zij vindt dat in het nut of de schade, de voor- en de nadelen, die het handelen veroorzaakt. De handeling moet niet alleen voordeel geven aan de actor (degene die hem uitvoert) maar ook aan andere mensen die er bij betrokken zijn. Een belangrijke vraag is wie er betrokken zijn bij het handelen. Wanneer de handeling in het voordeel is van de meeste personen dan is de handeling goed. Wanneer die de meesten schaadt dan is de handeling niet goed.

De grondlegger van het utilisme is JEREMY BENTHAM (1748 –1832 ). Voordeel en schade zijn hetzelfde als plezier en pijn. Ze sturen het menselijk handelen. Zijn, individualistische, theorie gaat over de grootste hoeveelheid geluk tot stand brengen.
JOHN STUART MILL ( 1806 – 1873 ) ontwikkelde een meer sociaal utilisme. Elk individu zou bij moeten dragen aan het realiseren van zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen.

Deontologische theorieën.

Deze soort theorieën legt het accent niet op de consequenties, de gevolgen. Het gaat hierbij niet om het doel van het handelen. Ze vragen zich af wat de norm is. De ethische vraag “wat behoor je te doen” wordt beoordeeld naar de intentie (de bedoeling) die de uitvoerder hierbij heeft en wat de actor beschouwt als zijn of haar plicht. Het Griekse woord voor plicht is “deon”.
John Stuart Mill leefde in Engeland gedurende de eeuw van de industrialisatie.
Het Britse Empire „had het voor het zeggen. De omstandigheden voor de werknemers was zeer slecht. Geen goede behuizing, geen gezondheidszorg, geen onderwijs. John Stuart Mill was voor the „enlightment‟ van de werknemers.
Kan je argumenten geven voor zijn positie door utilistisch te redeneren?
Denk aan het grootste geluk voor het grootste aantal.
Deontologische filosofen zeggen dat een handeling goed is als hij wordt uitgevoerd volgens een principe, een bepaalde eis of norm.

De filosoof IMMANUEL KANT (1724-1804) kan gezien worden als de grondlegger van de deontologie. Hij leefde in Königsberg. Het enige dat goed is, is de goede wil, de intentie. De aard van onze motieven en intenties zijn belangrijk. Wanneer we met plicht worden geconfronteerd leren we wat de goede wil is. Kant zegt dat morele regels vooraf gaan aan het handelen. Hij noemt de morele verplichtingen “maximes”. Een maxime is een levensregel: een verplichting, een norm, een principe, een plicht. Een handeling is moreel juist wanneer zij is gebaseerd op een valide morele regel. Om te bekijken of die levensregel en de handeling moreel valide zijn geeft Kant een criterium. Hij zegt dat we de levensregels universeel moeten maken. We weten wat onze plicht is hetgeen duidelijk wordt als we ons de vraag stellen “zou ik willen dat iedereen zo handelt als ik onder deze omstandigheden ?”
Zo is Kant zijn categorisch imperatief geboren. Handel alleen naar het maxime dat je zou willen zien als een universele wet.
Vervolgens tracht Kant te bewijzen dat zo‟n universele wet bestaat.
Om dat te laten zien moet hij bewijzen dat er doelen zijn die een doel zijn in zichzelf. Volgens Kant is de mens een doel in zichzelf. De mens is een intrinsiek goed wezen. Nu geeft hij een nieuwe beschrijving van de categorische imperatief: ” Handel zodanig dat de mensheid zowel in jezelf als persoon als in elke andere persoon gezien kan worden als een doel en niet als een louter hulpmiddel.” “Act in such a way that humanity both in your own person as in every other person is considered to be an end and not a mere tool.” (Kant, Foundations of the Metaphysics of Morals, 1785)
Voor Kant is een levensregel, een maxime, geldig wanneer die het bewijs van de categorische imperatief overwint. Kan de norm, het principe, gezien worden als een universele wet, en gaat hij niet in tegen de menselijke waardigheid - niet van die van jou noch van die van anderen - dan kan de norm, het principe gezien worden als een moreel geldend principe. Een handeling die wordt uitgevoerd volgens dat principe is moreel juist.

Deugdethiek

Deugdethiek is volgens de Stanford Encyclopedia of Philosophy een van de drie hoofdbenaderingen in de normatieve ethiek. Het benadrukt de deugden, het morele karakter in tegenstelling tot de benadering die plichten of regels (deontologie) benadrukt of die de consequenties bekijkt (consequentialisme).
Milieuethiek| 44
Dus als een handeling beschouwd moet worden als goed of slecht moet je naar de deugd kijken. De deugdethiek kijkt of een mens zich kan ontplooien („human flourishing‟). Het is een noodzakelijk commitment aan de teleologische benadering van het menselijk leven. De „Eudaimonia‟ wordt bereikt, zowel voor een persoon als voor de samenleving, door deugden uit te oefenen.
Om te weten wat deugden zijn kun je kijken naar de zeven deugden.
BRUEGHEL THE ELDER, Pieter, Charity from The World of Seven Virtues, c. 1559

Als verdieping zou je kunnen kijken naar de Stanford Encyclopedia of Philosophy (SEP).
Links op de webpagina kun je zoeken naar de namen van Thales, Aristoteles, Kant, Mill en Bentham.
Je kunt kijken naar informatie over consequentialisme en deontologie.
Je kunt bezoeken http://www.freedomainradio.com/videos.html en versteld staan over al de video‟s en radiouitzendingen over filosofie en ethiek
Vanaf de 13e januari 2004 heeft de Stanford University elke week één onderwerp op het web gezet. Ze staan allemaal op http://www.philosophytalk.org.
Kijk ook naar http://www.angelfire.com/ego/philosophyradio
Ook aardig is http://www.criticalthinking.net.au/Us.html
Voor de cartoons, quizzes en games kun je gaan naar Philosophy & Reasoning Network.


Bijzonder was dat Kant bijna geen voorbeeld gaf. Hij gaf alleen formele uitleg over hoe je kunt komen van je eigen „maxime‟ naar een universele regel. Voor regels kun je naar de geschiedenis kijken als bijv. naar de tien geboden of de Universele rechten van de mens bij YouTube of bij de United Nations
Of moeten we luisteren naar de wijze woorden van opperhoofd Seattle ? The wisdom of chief Seattle ?
Volgens sommige schrijvers kun je een aantal algemene morele regels (principes) onderscheiden in de ethiek voor het publieke domein, dat uitdrukking geeft aan wat normatief is in de samenleving:
1. VEROORZAAK GEEN PIJN;
2. DOE GOED;
3. RESPECTEER AUTONOMIE respecteer het unieke van iedere mens en
4. WEES RECHTVAARDIG gelijkwaardige behandeling van anderen en een eerlijke verdeling van plezier en pijn.