E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


6.2. Grondhoudingen

Er bestaat een tweede manier voor het beoordelen van je ethisch besluit. Dat is die van de grondhouding naar de natuur toe. Er bestaan ten minste vier grondhoudingen en Wim Zweers had argumenten er zes van te maken.

Grondhoudingen kunnen gebruikt worden om een ethisch besluit te beoordelen en een norm te presenteren voor menselijk handelen ten aanzien van natuur en milieu. In dit boek bespreken we wat een grondhouding is, welke zes er zijn en doe we die kunnen gebruiken. Een grondhouding heeft te maken met de manier waarop mensen zichzelf zien, de relatie tussen henzelf en natuur en milieu. Om de grondhoudingen beter te kunnen begrijpen en mogelijk te veranderen is het belangrijk de oorsprong te bekijken.

Wim Zweers onderscheidt zes grondhoudingen

1. De despoot, de tiran, de meester

2. De verlichte despoot

3. De steward

4. De partner

5. De deelnemer en

6. Eenheid

In dit verband is belangrijk dat de eerste drie worden gekarakteriseerd door de opvatting dat de natuur alleen instrumentele waarden heeft voor mensen. Hoewel de grondhouding van een steward enige notie heeft van morele zorg naar de natuur.

Binnen de grondhouding van de partner is de opvatting dat de natuur enige waarde in zichzelf heeft. Gebaseerd op dat uitgangspunt is het mogelijk het schema 4.1. te tekenen.

Dit boek kan de grondhoudingen gebruiken om te beslissen wat hij zou moeten doen en of te analyseren hoe menselijke actoren staan t.o.v. natuur en milieu.

Een van de voorbeelden is te bekijken welke uitspraken een bedrijf doet over milieuzorg. Een ander voorbeeld is dat van een Nederlandse filosoof die onderscheid maakt in vier posities t.o.v. van genetische manipulatie van planten. De posities zijn:

1. JA;

2. JA, mits;

3. NEE, tenzij;

4. NEE

Oorspronkelijk werden milieuproblemen gezien als wetenschappelijke problemen. In de tweede fase als sociale problemen. Ze hebben te doen met de manier waarop de samenleving is georganiseerd als onze economie, het onderwijs en de wetenschap. Zelfs de organisatie van menselijke relaties is belangrijk.

De filosofische analyse kan beschouwd worden als de derde fase van de diagnose en het vinden van oplossingen voor de milieucrisis. Het bewustzijn begon te groeien dat het fundamentele karakter van de milieucrisis (en van de financiële crisis) te doen heeft met hoe mensen het leven en de samenleving zien en wat hun normen en waarden zijn. De bovenstaande grondhouding van mensen naar natuur en milieu is belangrijk in de diagnose en de oplossingen voor de milieucrisis

Er bestaat een tweede manier voor het beoordelen van je ethisch besluit. Dat is die van de grondhouding naar de natuur toe. Er bestaan ten minste vier grondhoudingen en Wim Zweers had argumenten er zes van te maken.

Grondhoudingen kunnen gebruikt worden om een ethisch besluit te beoordelen en een norm te presenteren voor menselijk handelen ten aanzien van natuur en milieu. In dit boek bespreken we wat een grondhouding is, welke zes er zijn en doe we die kunnen gebruiken. Een grondhouding heeft te maken met de manier waarop mensen zichzelf zien, de relatie tussen henzelf en natuur en milieu. Om de grondhoudingen beter te kunnen begrijpen en mogelijk te veranderen is het belangrijk de oorsprong te bekijken.

Wim Zweers onderscheidt zes grondhoudingen

1. De despoot, de tiran, de meester

2. De verlichte despoot

3. De steward

4. De partner

5. De deelnemer en

6. Eenheid

In dit verband is belangrijk dat de eerste drie worden gekarakteriseerd door de opvatting dat de natuur alleen instrumentele waarden heeft voor mensen. Hoewel de grondhouding van een steward enige notie heeft van morele zorg naar de natuur.

Binnen de grondhouding van de partner is de opvatting dat de natuur enige waarde in zichzelf heeft. Gebaseerd op dat uitgangspunt is het mogelijk het schema 4.1. te tekenen.

Dit boek kan de grondhoudingen gebruiken om te beslissen wat hij zou moeten doen en of te analyseren hoe menselijke actoren staan t.o.v. natuur en milieu.

Een van de voorbeelden is te bekijken welke uitspraken een bedrijf doet over milieuzorg. Een ander voorbeeld is dat van een Nederlandse filosoof die onderscheid maakt in vier posities t.o.v. van genetische manipulatie van planten. De posities zijn:

1. JA;

2. JA, mits;

3. NEE, tenzij;

4. NEE

Oorspronkelijk werden milieuproblemen gezien als wetenschappelijke problemen. In de tweede fase als sociale problemen. Ze hebben te doen met de manier waarop de samenleving is georganiseerd als onze economie, het onderwijs en de wetenschap. Zelfs de organisatie van menselijke relaties is belangrijk.

De filosofische analyse kan beschouwd worden als de derde fase van de diagnose en het vinden van oplossingen voor de milieucrisis. Het bewustzijn begon te groeien dat het fundamentele karakter van de milieucrisis (en van de financiële crisis) te doen heeft met hoe mensen het leven en de samenleving zien en wat hun normen en waarden zijn. De bovenstaande grondhouding van mensen naar natuur en milieu is belangrijk in de diagnose en de oplossingen voor de milieucrisis

Vragen

- Wat is het belangrijkste doel van milieu-ethiek?

Wat is het verschil tussen de antropocentrische en niet-antropocentrische benadering?

Wat zijn de belangrijkste theorieën binnen beide visies ?

Wie zijn de vertegenwoordigers van de theorieën?

Wat voor soorten waarden zijn redelijk voor de antropocentrische benadering?

Wat zijn de argumenten die men naar voren brengt om de morele status van niet-menselijke wezens te beoordelen?

Hoe kun je je kennis van hoofdstuk 4 verdiepen?

Kun je een ander voorbeeld noemen van menselijk handelen ten aanzien van natuur en milieu dat voldoet aan de vijf criteria zodat het een ethisch probleem genoemd kan worden ?

 Gebruik het stappenplan om de ethische positie te analyseren en te beoordelen m.b.t. dat probleem. Blijven je waarden en normen overeind wanneer je ze confronteert met andere theorieën en hun vertegenwoordigers?

Wat is je grondhouding m.b.t. natuur en milieu? Tot wat voor handeling leidt dat m.b.t. het eerder gevonden morele probleem?