E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


8.4. Wereldbeelden

In het bovenstaande boek laat Nico Roorda zien dat wereldbeelden aan het schuiven zijn.

1300

1700

1900

2000

2050

Adel

Blanken

Mannen

Mensen

?

Andere mensen

Andere mensen

Andere mensen

Andere dieren

?


Naarmate de welvaart en het welzijn toeneemt kunnen we ethischer gaan handelen. De context is belangrijk.  Vee (varkens, koeien) kan men zien als productiedier, huisdier of zelfs huisgenoot. Als we meer willen betalen voor ons vlees kan de visie op zo’n dier verbeteren en gaan naar huisdier (of zelfs huisgenoot). Mensen die het geld hebben redeneren al vak zo en kopen vlees van scharrelkippen of scharrelvarkens. Naast geld kan ook geloof een rol spelen. Vegetariërs die geen vlees eten of zoals in India waar koeien worden opgehemeld tot onaantastbare huisgenoten. 

Zo kan een rat bekeken worden als troeteldier (huisdier), als plaagdier of als proefdier. Als de omstandigheden het toelaten zou je het beest willen zien als troeteldier maar soms moet je ze ook anders zien.  Wel eens gedacht aan de mens als plaagdier. Met de huidige aantallen gaat het er wel op lijken. Mogelijk gaan dan opeens andere ethische regels gelden. In 2010 vonden er gigantische overstromingen plaats in Pakistan, het land met de hoogste bevolkingstoename en waar men uit armoede de bossen had gekapt en uit plaatsgebrek begon te bouwen in rivierbeddingen.  In de negentiger jaren waren er hongersnoden in de Sahel door droogtes maar kunnen die gebieden wel zoveel mensen herbergen ? Bij gebrek trekken bevolkingsgroepen vaak verder en ontstaan er oorlogen met de bewoners van de gebieden die ingenomen dreigen te worden. Over welke ethiek kunnen we dan nog spreken. 

Maar ook onder minder extreme omstandigheden kunnen verschillende bevolkingsgroepen  verschillend denken. Huib Klamer schrijft hierover:

Alles en iedereen verdelen in goed en fout is een opmerkelijk fenomeen. Is biomassa goed of fout ? Is vis goed of fout ? In de westerse wereld wordt het moslimfundamentalisme als een groot probleem  gezien. Als een gelovige zijn dogma’s toepast zonder respect voor anderen, bijvoorbeeld door terreurdaden te plegen, zijn vrouw te slaan of dochters op te sluiten, roept dat een grote morele verontwaardiging op. Want daarmee maakt de orthodoxe gelovige een ontoelaatbare inbreuk op andermans integriteit en miskent hij de menselijke waardigheid. De reactie is protest, vijandigheid. Die reactie is te begrijpen maar kan ook een keten van reacties veroorzaken en daarmee verdere escalatie.

Wanneer een milieuorganisatie uitsluitend oog heeft voor het milieubelang en niet inziet dat er ook andere waarden in het geding zijn, wordt zij in zekere zin fundamentalistisch.

Ondernemers zijn niet per definitie slecht zoals ngo’s niet per definitie goed zijn (en vice versa). We moeten voorbij het zwart-wit denken, het denken in goeden en kwaden. Zelfgenoegzaamheid en gelijkhebberigheid zijn bij niemand op zijn plaats en roepen verontwaardiging op.
Vrijheid van meningsuiting bijvoorbeeld is een uiterst belangrijk goed, maar kan, als zij tot het uiterste wordt doorgedreven, veel schade aanrichten bij mensen. Bij elke waarde zijn altijd ook andere waarden in het geding waarmee een balans moet worden gevonden.

Een sleutel is volgens Klamer het principe dat Stephen Covey formuleert in zijn veel gelezen boek over excellent leiderschap: ‘Belangrijker dan begrepen te worden, is om eerst zelf te begrijpen.’ Dat  vraagt om een houding van openheid, aandachtig luisteren en respect voor de andere mens met wie je concreet te maken krijgt. In die dialoog gaat het om wederzijds erkenning van waarden, belangen en om de concrete feiten. In dat proces ontstaat ‘waarheid’ die evenwel altijd relatief en voorlopig blijft en zich ontwikkelt als voortschrijdend inzicht (zoals de klassieke dialogen van Socrates en Plato altijd gericht waren op het zoeken naar waarheid).

Het is in ieder geval nodig respect te hebben voor de waarden van anderen. Het vraagt om wat Aristoteles de deugd noemt van de verstandigheid, het bezit van praktische wijsheid. Alleen door alle belanghebbenden te betrekken bij het maken van keuzes kunnen duurzame keuzes gemaakt worden. Eigenlijk bestaat er vrijwel nooit goed of slecht. Bij elke waarde zijn altijd ook andere waarden in het geding. Hierin moet een balans gevonden worden. Verantwoord beleid en handelen houdt in een balans te zoeken tussen alle waarden die op dat moment op het spel staan. Compassie is hierin een sleutelwoord. Door compassie worden tegenstanders ook mensen. Compassie kan de tegenstelling tussen  ‘goeden’ en ‘slechten’ overstijgen; want niemand is goed en niemand is slecht.