E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


1.4. Correct moreel redeneren

Wat gaat er fout wanneer moreel, ethische discussies eeuwig duren en nooit tot een „consensus‟ komen ?


Vaak gaat er iets fout in het correct moreel redeneren en argumenteren.


Het ziet er zo eenvoudig uit als je voor correct moreel redeneren de volgende formule hanteert:

1. De moreel ethische vooronderstelling

2. De feiten
__________________________ +

3. De morele, ethische conclusie

Neem het volgende voorbeeld.

Moet je in alle situaties handelen volgens de wettelijke regels. Sommigen zeggen ja en anderen zeggen dat er uitzonderingen zijn, bijvoorbeeld een noodsituatie. Wanneer er een noodsituatie is mag je de regels overtreden.

Toen de oorlog in Irak uitbrak moesten in Nederland alle ministers met spoed naar een bijeenkomst over het onderwerp. Eén van de ministers bevond zich op een afstand van meer dan 200 km. De chauffeur van de wagen overschreed de snelheidsbeperkingen meerdere malen en reporters die de wagen volgden, zonden dat nog dezelfde avond uit.

Degenen die vinden dat je je altijd aan de wet moet houden, concluderen dat de ministers niet goed handelen. Anderen kunnen oordelen dat er sprake is van een noodgeval en dat het handelen goed is .

Ethisch redeneren is eenvoudig toch ? Maar wat gaat er fout.

In morele discussies maken de deelnemers niet expliciet wat de vooronderstelling is. Wat vindt men waardevol in een bepaalde situatie, wat is het principe, de norm, de regel ?
Vaak worden feiten als waarden gezien. De deelnemers aan de discussie zullen het eens moeten zijn over de feiten in een bepaalde situatie. Het is het beste de feiten te kennen maar als je ze niet kent moet je elkaar vertellen wat je als feiten ziet. Daarna kun je discussiëren over waarden.

Soms maken deelnemers een verbinding tussen vooronderstellingen en feiten. In de uitdrukking noodsituatie bijvoorbeeld. Je zult duidelijk moeten maken wat je onder een noodsituatie verstaat. Als je dat niet doet kan je conclusie verschillen van die van iemand anders. Wanneer je het een noodsituatie beschouwt als iets wat gaat over leven en dood en iemand anders beschouwt op tijd zijn bij een belangrijke bijeenkomst als een noodsituatie, zal de ethische conclusie niet dezelfde zijn.

CONTROLE VRAGEN

1 Wanneer en hoe startte de westerse filosofie ?
2 Wat is de centrale vraag waarom ethiek draait?
3 Wat is de werkdefinitie van ethiek?
4 Wat zijn de drie belangrijkste theorieën ?