E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


5.2. De Niet antropocentrische benadering

DOELEN

Na dit deel


  • weet u dat er in de niet-antropocentrische kijk vier theorieën zijn pathocentrisme; biocentrisme; ecocentrisme and holisme,
  • kent u de argumenten en belangrijkste vertegenwoordigers van die theorieën.

In deze paragraaf besteden we aandacht aan de mogelijkheid door rationele argumenten intrinsieke waarden toe te kennen aan de natuur. Allereerst gaan we in op de betekenissen van ‘intrinsieke waarde’ en enkele functies van het concept worden verklaard. Daarna kijken we naar enkele van de belangrijkste theorieën en hun vertegenwoordigers. Zij geven allemaal argumenten om de morele gemeenschap uit te breiden met niet menselijke wezens. In de voetnoot vind je enkele opmerkingen die je kunt lezen voordat we over gaan naar de belangrijkste theorieën en vertegenwoordigers.

1. Een morele status is niet hetzelfde als het hebben van een intrinsieke waarde;

2. Intrinsieke waarde kan verschillende betekenissen hebben

3. Het gebruik van het concept kan verschillende functies hebben en

4. Verdere verdieping is mogelijk en wenselijk 

Het is hier ook van belang mee te nemen wat je hebt geleerd in hoofdstuk over correct moreel redeneren. Je zult moeten bepalen wat het morele probleem is en wat de feiten zijn. Ten minste moet je overeenstemming hebben over wat de feiten zijn. Dat is soms geen eenvoudige zaak. Dus eerst de feiten en dan de waarden. Soms kom je er achter dat na enig denken en bediscussiëren de feiten waarden zijn. Daarnaast is het nodig dat je wat weet over de betekenis van intrinsieke warden.

Wouter Achterberg (1994: 182 - 187) maakt een onderscheid in drie soorten intrinsieke waarden. Hij volgt Taylor (1986, 72-76; ook 1984, 150 en verder):

Intrinsieke waarde betekent

a) wat direct wordt beleefd, bevredigend voelt en prettig of waardevol is in zichzelf b.v. genot en geluk zoals in het klassieke hedonistische utilisme;

b) De waarde die door mensen is gegeven aan plaatsen en objecten met een esthetische, historische, culturele of zelfs sentimentele betekenis en

c) wezens of entiteiten die essentiële kenmerken hebben waardoor ze morele overwegingen verdienen of een houding van moreel respect afdwingen t.o.v. het wat te doen op een goede manier?

Hij concludeert dat het gebruik van intrinsieke waarde verschillende functies heeft:

A: Het kan gebruikt worden om de grenzen van de morele samenleving te definiëren. Deontologie gebruikt intrinsieke waarde c. Doelethiek (utilistische ethiek) gebruikt a.

A. het kan gebruikt worden om verantwoorde keuzes te maken tussen het belang van de mens en andere wezens, entiteiten en tussen die van de laatste zelf<!--[endif]-->

In de eerste betekenis gaat het om alles of niets. Iets heeft een intrinsieke waarde of niet. In het tweede geval kan de intrinsieke waarde variëren. De twee functies sluiten elkaar niet uit maar het is van belang over welke ethiek of moraliteit het gaat. Er is onderscheid tussen brede en smalle moraliteit.

Wouter Achterberg veronderstelt dat milieu-ethiek tracht de smalle moraliteit op te rekken van relaties tussen mensen onderling naar ook die met andere organismen.

Terug naar de niet-antropocentrische kijk. De niet-antropocentrische kijk kan gepresenteerd worden in vier soorten theorieën:

1. pathocentrisme;
2. biocentrisme;
3. ecocentrisme en
4. holisme.

De essentie van de vier wordt hierna uitgelegd.

Elke theorie gaat over de vraag welke elementen van natuur en milieu kandidaat zijn om een morele status te verkrijgen en welke argumenten daaraan ten grondslag liggen.

SOORT THEORIE

KANDIDAAT

ARGUMENT

VERTEGEN-
WOORDIGER

PATHO-CENTRISME

 

Utilitariarisme

Consequentialisme

Sentientalisme

Alle wezens die kunnen lijden.

Alle wezens die gevoelig
zijn

 

De uiteindelijke balans van genot boven pijn.

Een afzonderlijk dier heeft een morele status in zoverre dat de pijn en het genot van het individu onderdeel is van de totale optelling van pijn en/of plezier/genot.

Peter Singer

Deontologie

 

Individuele dieren hebben een morele status (inherente waarde) omdat ze een onderdeel van een leven zijn.

Tom Regan

BIOCENTRISM

Deontologie

Alle levende wezens

Organismen hebben een morele status omdat ze intrinsieke waarde hebben Ze trachten hun eigen goed(heid) te verwezenlijken.

Paul Taylor

Consequentialisme

 

 

Alle levende wezen hebben een morele status vanwege de goed(heid) in hun zelf maar er bestaat een hiërarchie. Sommige levende wezens hebben een grotere intrinsieke waarde dan andere.

Robin Attfield

ECOCENTRISME

Alle organismen inclusief ecosystemen

Mensen en alle andere organismen hebben een morele status omdat ze allemaal proberen te floreren.

 

HOLISME

Alle natuurlijke zaken

Het geheel (het land) heeft een morele status

Aldo Leopold


Figuur 4.1 Schematische presentaties van de niet-antropocentrische kijk

De pathocentrische theorie

 

Pathos betekent gevoel. Pathocentrisme zegt dat het laten lijden van gevoelige organismen fout is. Niet alleen mensen kunnen genot of pijn voelen maar ook dieren kunnen dat. Dieren zijn gelijk aan mensen, ze zijn allebei gevoelig. In het ‘sentientisme” kun je schrijvers vinden met consequentalistische of met deontologische argumenten.

Peter Singer (1993) is een utilist. Utilisme is een van de consequentalistische theoriën die focust op de balans tussen pijn en genot. Een handeling kan de belangen van gevoelige wezens beinvloeden. De belangen van alle gevoelige wezens (ook van de niet menselijke) moeten gelijkwaardig in ogenschouw genomen worden als je wilt bepalen of een actie goed of slecht is.

Singer en andere utilitairisten zeggen dat het beleven van genot of de bevrediging van belangen op zich een intrinsieke waarde in zich hebben en niet de wezens zelf. Voor hun zijn niet gevoelige entiteiten in de natuur zoals planten, rivieren, bergen en landschappen van niet intrinsieke en tenminste van geen instrimentele waarde in de bevrediging van gevoelige wezens. Tot slot kan de utilitaire berekening leiden tot conclusie dat een actie die schade veroorzaakt aan individuele dieren rechtvaardig kan zijn als andere belangen belangrijker zijn dan die van de betrokken dieren.

Tom Regan (1983) heeft een deontologisch ethisch argument. Hij stelt dat sommige dieren een intrinsieke waarde hebben. Hij moet het inherente waarde. Die dieren hebben het recht opeen respectvolle behandeling. De dieren die een onderwerp voor een leven zijn hebben intrinsieke waarde. Voor Regan is zo’n onderwerp een voldoende (maar niet noodzakelijke) voorwaarde om een intrinsieke waarde te hebben. Het zijn van een subject-to-a-life zijn heeft betrekking op (naast andere zaken) gevoeligheid, waarnemingen, geloof, verlangens, geheugen, motieven, een gevoel voor de toekomst en een psychologische identiteit gedurende de tijd.

 

De biocentrische theorie

Bios betekent leven. Creaturen die leven hebben een morele status. Sommige auteurs kennen een meer uitgebreide bezorgheid voor individueel welzijn, waarbij ze stellen dat organismen die trachten hun eigen heil te verwezenlijken intrinsieke waarden hebben of ze bewustzijn hebben of niet. Paul Taylor's versie van deze kijk (1981 and 1986), die we misschien wel biocentrisme kunnen noemen is een deontologisch voorbeeld.

Taylor vindt alle organismen hierin gelijkwaardig maar Robin Attfield (1987) stelt voor de zaak hiërarchisch te bekijken en te stellen dat hoewel alle organismen intrinsieke waarde hebben de een dat meer heeft dan de andere. Attfield stelt een vorm van consequentialisme voor die in ogenschouw neemt de vele mogelijk conflicterende goede zaken van verschillende levende organismen en tracht er een balans in te vinden.


De ecocentrische theorie


Het Griekse eco kan als huis vertaald worden. We zullen het huis waarin we leven goed moeten beheren met alle aspecten van dat huis, van de ecosytemen. Die afhankelijkheid is karakteristiek voor een ecosysteem. Dus in het ecocentrisme krijgt een ecosysteem een morele status. Volgens Wouter Achterberg betekent ecocentrisme dat natuurlijke entiteiten in vrijheid zouden moeten floreren en zouden moeten kunnen functioneren zonder interventie van de ons. Ecocentrisme erkent de morele status van de mensheid maar ook van alle andere organismen. Ook verdienen de ecosystemen respect en hebben ze een intrinsieke waarde als een hoger niveau. Ecocentrisme gaat niet zover dat het uitgaat van het geheel en van de holistische natuur en moeder aarde. 4.5.4. De holistische theorie

Holisme is afgeleid van “holos” en gaat over het geheel. De elementen van het geheel, de ecosystemen hangen af van het welzijn van het geheel.
Volgens Wouter Achterberg zijn er twee mogelijke manieren om onze morele zorg naar collectieve entiteiten als ecosystemen te verklaren. Eén ervan is door cognitieve bijstelling. We hebben een bepaalde perceptie van de natuur. We moeten onze kijk op complexe natuurlijke entiteiten zelf veranderen. Een van de voorbeelden van deze ecocentrische manier is de landethiek van Aldo Leopold. Het is geen filosofische theorie maar wel erg inspirerend. De landethiek kan gevonden worden in het laatste hoofdstuk van A Sand Count Almanac.
Volgens Achterbergs opmerkingen over Leopold heeft zijn landethiek ethisch holisme in zich. Het ecosysteem (het land) als een geheel heeft een morele status. De kern is:

a) Het land is een samenleving van onderling afhankelijke elementen;

b) Het land als een gemeenschap en de elementen moeten met respect behandeld worden.

c) Het land heeft een waarde die ver uitstijgt boven economische en instrumentele waarden. Een waarde in een filosofische betekenis die iets betekent als intrinsieke waarde.

De centrale thesis van Leopold kan gevonden worden in de zin “Onderzoek elke vraag (van landgebruik) in termen van wat ethisch en esthetisch juist is en ook wat economisch wenselijk. Iets is juist als het tracht de integriteitsstabiliteit en de schoonheid van de biotische gemeenschap te behouden. Het is fout wanneer het een andere kant op dreigt te gaan”.

Dus gebruikt Leopold meerdere metaforen. Het land als een gemeenschap en het land als een organisme. Het eerste legt de nadruk op de relatieve onafhankelijkheid van de elementen van een ecosysteem en hun morele status. De tweede onderstreept de systematische samenhang, het ecosysteem. Wouter Achterberg onderscheidt drie soorten holisme om de positie van Aldo Leopold duidelijk te maken: het metafysische, het methodologische en het ethische holisme.

Metafysisch holisme brengt naar voren dat de gehelen even echt zijn als de onderdelen. Methodologisch holisme zegt dat als je het geheel wilt begrijpen, b.v. een ecosyteem, het begrijpen van de onderdelen niet genoeg is. Volgens ethisch holisme verdienen sommige gehelen morele overweging en hebben een morele status zoals sommige bedrijven een legale status hebben anders dan de legale status van de individuele aandeelhouders. Dus heeft ethisch holisme geen metafysisch en methodologisch denken als basis nodig. Volgens Wouter Achterberg, laat Aldo Leopold’s Sand County Almanac zien dat ethisch holisme misschien wel methodologsich holisme is maar niet metafysisch.